Het geheugen van de vakbeweging

Ella Vogelaar in 1994, bij haar aantreden als FNV-vicevoorzitter. ‘ANP PHOTO 1994 Fotograaf Toussaint Kluiters, Amsterdam

Ella Vogelaar (1949-2019)

Herinneringen aan drie intensieve jaren bij vakcentrale FNV

Terugkijkend is de periode 1994 – 1997 met Ella Vogelaar als vicevoorzitter van de FNV en daarmee ook lid van het Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening (CBA) een tijdvak van start of versnelling van tal van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt waar de vakbeweging tot op de dag van vandaag mee te maken heeft .

Ella Vogelaar groeide in het vakbondswerk bij de ABOP (nu AOb). Als voorzitter van de ABOP maakte ze de overstap naar de vakcentrale als vicevoorzitter naast voorzitter Johan Stekelenburg en volgde Karin Adelmund op.  Wij mochten Ella adviseren op het brede terrein van arbeidsmarktbeleid; Ike Overdiep als onderwijsspecialist, Lenie Scholten met de arbeidsmarktvragen en Simon van de Pol als plaatsvervangend lid in het Centraal Bestuur voor Arbeidsvoorziening (CBA) en van daaruit coördinator naar de FNV-bestuurders in de regionale besturen arbeidsvoorziening. Terugkijkend is het verbazend dat het maar om drie jaren ging.

Met de werkgelegenheidscrisis in de jaren 80 en de uit de hand lopende overheidsfinanciën werd de uitvoering van de sociale zekerheid en arbeidsvoorziening steeds meer ter discussie gesteld. In dat politiek debat kwam de SER in 1985 met een advies waarin een andere taakverdeling en uitvoering werd voorgesteld voor de Gewestelijke Arbeidsbureaus en met het sociaaleconomisch beleid verknoopt moest worden. Dat SER-advies werd vooraf binnen de FNV stevig bediscussieerd. Kon het wel de rol zijn van de vakbeweging in die overheidstaak mee te besturen? Er was vrees dat vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid de positie van werknemers in de knel zou komen. Van de andere kant zou de decentrale structuur de positie van de FNV in de regio enorm versterken en zou het sectorale arbeidsmarktbeleid versterkt kunnen worden door de sectorale Opleidings- en Ontwikkelings-fondsen te koppelen aan budget van Sociale zaken en de Europese fondsen.  ‘Arbeidsvoorziening tripartiete’ startte in 1991 en Ella stapte dus op een rijdende trein toen zij in 1994 lid werd namens de FNV van het CBA. De bezuiniging van maar liefst 25% die de toenmalige minister Ad Melkert in datzelfde jaar eenzijdig oplegde aan Arbeidsvoorziening leidde tot een diepe vertrouwenscrisis tussen het CBA en het Kabinet. De toon was gezet voor haar entree.

Versoepeling sollicitatieplicht

Passage uit interview Ella Vogelaar met Trouw (5 november 1994)

In 1994 kwam er gaandeweg kritiek op het beleid van het CBA.  Directe aanleiding was de enorme en nog steeds groeiende werkloosheid waarbij door het CBA werd voorgesteld om de sollicitatieplicht voor zeer langdurig werkzoekenden te versoepelen, hetgeen werd vertaald in het overlaten van de zorg voor hen aan de verantwoordelijkheid van de gemeentes. De rapen waren gaar, volop krantenkoppen en verhalen met termen als ‘mensen afschrijven’, ‘over de heg van de gemeente kieperen’ en ‘alleen maar kijken naar het eigen belang’. Helemaal geen begrip voor het achterliggende motief dat solliciteren op banen die er niet zijn zinloos is. In 1995 kwam met de tussentijdse evaluatie van Arbo-tripartiete door de Cie. Van Dijk nog veel meer kritiek. Maar ook binnen de FNV verliep het moeizaam. Publieke en private arbeidsmarktmaatregelen en – geldstromen bleken niet zo gemakkelijk aan elkaar te knopen te zijn. De bonden zetten zich in om tot afspraken voor banen te komen. Moeilijker was het om de O&O-fondsen die vanuit Cao-afspraken, en dus loonruimte,  werden gevuld te koppelen aan regionale en sector overstijgende maatregelen van Arbeidsvoorziening.

Ella ging er met volle inzet in en zij kende haar dossiers.  Voorafgaand aan CBA-vergaderingen nam zij die ’s avonds in inhoudelijke en plezierige telefoongesprekken door.  Ella had veel gevoel voor het denken van de overheid en begreep minder als vanzelf hoe er vanuit marktbonden tegen arbeidsmarkt en scholing werd aangekeken. Ze vond het moeilijk om daarin een weg te vinden. Haar kracht was doorzetten in een zo recht mogelijke lijn, waarschijnlijk mede ingegeven door haar Zeeuwse achtergrond. Dat botste regelmatig zowel in het CBA als intern in het overleg met de marktbonden. In die gevallen hielp haar CPN-aureool ook niet echt.

De FNV in de persoon van Ella was zeer betrokken bij de onderkant van de arbeidsmarkt. Er werden niet alleen acties gevoerd voor behoud van banen en voor herverdeling van werk maar waar mogelijk werden ook afspraken gemaakt voor instroom van vrouwen, allochtonen en langdurig werkzoekenden met altijd de eis dat het om banen ging met Cao-loon en tenminste het minimumloon. Maar in een tijd van grote werkloosheid was dat ook vechten tegen de realiteit. Vanuit de politiek en de gemeenten kwam het verwijt dat Arbeidsvoorziening zich vooral richtte op mensen met een WW-uitkering en dat sociale partners in het CBA maar bleven hameren dat extra banen volwaardig moesten zijn.  Voor sociale partners maakte het niet uit of het om werkzoekenden met een WW-, een bijstandsuitkering of om niet-uitkeringsgerechtigden ging: Het ging de vakbeweging erom dat werkzoekenden een voor hen passende baan konden verwerven. Passend werk, een van de repeterende kernwoorden onder Arbo-tripartiete. Later kwam dat begrip steeds meer onder druk te staan in de discussie over werken met behoud van uitkering. De huidige discussie over tegenprestatie staat volstrekt haaks op dat oorspronkelijke denken over passend werk.

Melkert-banen

Loket op Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening, foto website hi-re.nl

In het eerder gememoreerde jaar 1994 kwamen de Melkert-banen, deels betaald door de korting op Arbeidsvoorziening. Gesubsidieerde arbeid die geen gewone banen mocht verdringen. Er kwamen 40.000 Melkert-1 banen in sectoren zonder marktwerking zoals stadswacht en 20.000 Melkert-2 banen voor de marktsector. Zo werden de FNV-instroom- en CNV-brugprojecten geboren. Ella was een groot voorstander van de Melkertbanen en zag daarin kansen mensen ondanks alle tegenslag toch aan goed werk te helpen en vond dat ook niet uitkeringsgerechtigden hier profijt van moesten kunnen hebben.

Ella had affiniteit met werkzoekenden met een achterstand: ongeschoolden, (her)intredende vrouwen, allochtonen. Ze zag dat vakgerichte instructeurs in de Centra voor Vakopleiding (CVV) goede resultaten haalden met mensen uit juist die groepen. Vooral praktijk gericht opleiden en theorie alleen als het echt niet anders kon.  Bij de CVV-s werden ook administratieve opleidingen gegeven. De Vrouwenvakscholen werkten in dezelfde lijn.

In het CBA was Ella wat stugger dan Karin Adelmund die met gemak werkgevers uit loopgraven kon halen met iets onverwachts of een bon mot. Misschien had Karin het ook gemakkelijker:  in de beginperiode van Tripartiete was alles nog nieuw, de uitvoeringsorganisatie ging beter, de scholingsbudgetten werden goed benut ; er heerste een gevoel van optimisme.

Het waren ook de jaren dat flex-arbeid in meer gedaantes dan uitzendwerk op kwam zetten. Uitzendwerk voor “Piek en Ziek” bestond al veel langer. Het uitzendbureau Start, nauw gekoppeld aan Arbeidsvoorziening bestond al vanaf 1977 en was samen met Randstad het grootste uitzendbureau. Start deed niet alleen aan “piek en ziek” maar ook aan detacheren om daarmee mensen weer in een reguliere baan te krijgen.

In de loop ban het Paars I (1994-1998) ging het met de economie beter. Er ontstonden weer vacatures, maar werkgevers waren erg huiverig mensen in dienst te nemen. Bovendien bleek de uitzend-cao goedkoper dan menige gewone CAO en dus ontstond grote vraag op de markt van tijdelijk werk en door de flinke winstmogelijkheden kwamen er steeds meer uitzendbureaus. Bonden zagen ondermijning van het vaste arbeidscontract. Eind 1995 benoemde Ella in een speech de groei van flexibele arbeid in tal van vormen, zoals min-max of oproepcontracten, de eerste vormen van de zelfstandigen zonder personeel (ZZP). Een tendens die al enkele jaren aan de gang was maar steeds manifester werd. De FNV zocht naar een goed antwoord vanuit de positie van werknemer: zelfgekozen deeltijd is prima, maar bij de telefoon wachten of je opgeroepen wordt is schandelijk.

Keukentafel-akkoord

In februari 1996 sloot Lodewijk de Waal namens de FNV het keukentafel-akkoord.  Er was vreugde dat het kwaad nu getemd was, maar de geschiedenis laat helaas anders zien. De samenwerking met Ella was vooral inhoudelijk. Ella had een mysterieus lachje gekoppeld met een onnavolgbaar timbre in haar “hoi”: Hartelijk, dichtbij maar ook afstand… In die tijd werden vanuit de FNV-werkorganisatie bij het afscheid van een collega in een lied de markante eigenschappen uitvergroot. Bij Ella zong het refrein treffend:

Ella wil in alles altijd de regie
Wikt en weegt, maar touwtjes vieren doet ze niet
Niets ontgaat haar elk detail wordt vastgelegd
Zonder Ella is het laatste woord nog niet gezegd

Wij hebben veel van Ella geleerd .

Ike Overdiep / Simon van de Pol / Lenie Scholten.

November 2019