Het geheugen van de vakbeweging


“Er zijn toch wat heilige huisjes gesloopt”

Ella Vogelaar (1949-2019): Vakbondsvrouw met lef

‘Ella ging haar eigen weg’ stond er boven de rouwadvertentie van de familie. Het bericht dat Ella Vogelaar op 7 oktober jl. zelfmoord had gepleegd schokte Nederland en veroorzaakte een hausse aan berichten. Daarin ging het vooral over de periode waarin ze het meest in de schijnwerpers stond: als minister van Wonen, Wijken en Integratie. Maar in de jaren ’80 en ’90 was zij als voorzitter van de Algemene Bond van Onderwijzend Personeel (ABOP) cruciaal: ze bracht een fusie op gang die iedereen voor onmogelijk hield.

Eerste meisje

Ella Vogelaar is het eerste meisje uit haar dorp Sint Philipsland in Zeeland dat naar de HBS in Zierikzee gaat. Ze zou in haar leven veel vaker de eerste of enige vrouw zijn. Toen ze in 1994 vicevoorzitter werd van de FNV ging de aandacht in de media vooral uit naar haar vrouw-zijn. ‘Zeeuws meisje in FNV-top’ kopte het Eindhovens dagblad. Toch trok ze zich weinig aan van die uitzonderingspositie. “Integendeel” lacht ze bij haar vertrek uit de Abop: ”ik heb mijn vrouw-zijn ge-na-de-loos uitgebuit.”

Haar ouders hadden een veeteeltbedrijf en vooral haar moeder Corrie Vogelaar vond het belangrijk dat Ella ging studeren. Een eigengereide moeder, feministe avant la lettre, die ook als boerin economisch onafhankelijk wilde zijn en daarom een maatschap vormde met haar man. Op haar begrafenis in 2017 roemt Ella haar eigengereidheid en zelfstandigheid, tegelijkertijd zegt ze dat de hoge eisen die haar moeder aan het gezin stelde ‘niet altijd even makkelijk’ waren voor man en kinderen.

Rode academie

Het Zeeuwse meisje belandt in 1967 in Driebergen midden in de democratiseringsbeweging. Ze woont in het internaat van de sociale academie De Horst, de rode academie, waar studenten maatschappijkritisch werden opgeleid. Docent Piet Reckman, de spil van deze vernieuwingen vond het zijn taak om de theorie van de vakken te toetsen aan de praktijk in de wijken. Vogelaar wordt in die tijd lid van de Communistische Partij Nederland (CPN), waaruit ze in 1983 weer vertrekt. Ze gaat in Utrecht in 1974 als vormingswerker aan de slag, en blijft de rest van haar leven in die stad wonen. In 1980 gaat ze als bestuurder werken bij de Abop. Ze was nooit docent geweest, maar met kansarme jongeren had ze wel veel gewerkt. Dat was, zegt Liesbeth Verheggen, (de in oktober 2019 afgetreden voorzitter van de Algemene Onderwijsbond AOb) een ervaring die haar hele loopbaan zou bepalen. “Ze was iemand die altijd opkwam voor kansarmen. Die drive heeft ze altijd vastgehouden.” (Onderwijsblad november 2019)

Maakbaarheid van de samenleving

In de Rai tijdens een Algemene Ledenvergadering van de Abop (Beeld: Studio André Ruigrok)

De onderwijsbond was altijd meer een beroepsvereniging geweest, met Theo Thijssen als lichtend voorbeeld. Toch sloot de bond zich aan bij de FNV. In de roerige jaren ’70 en ’80 sloeg de hervormingsdrift toe, dat leidde wel tot spanningen en verdeeldheid in de bond. Vogelaar behoorde tot de groep ‘linksradicalen’ en was actief in de Vrouwengroep. Achteraf vindt ze dat het ‘heilige geloof in de maakbaarheid van de samenleving’ soms iets te ver doorsloeg. In 2009 schrijft ze bijvoorbeeld met enige ironie over de Commissie tot doorbreking van de norm van heteroseksualiteit waar ze zelf in zat: “Dat had een hoog theoretisch gehalte waar we niet echt raad mee wisten in de vakbondspraktijk. Dat durfden we natuurlijk niet hardop te zeggen, want dan was je niet ‘zuiver op de graat’.”

Geen spijt

Op 17 maart 1988 wordt Vogelaar de eerste vrouwelijke voorzitter van de Abop, toen nog een mannenbolwerk. In haar maiden-speech zegt ze dat ze zich realiseert dat er nog steeds weerstanden bestaan tegen een vrouwelijk voorzitter in de organisatie, maar dat ze het als een ‘uitdaging ziet’ die weerstanden te verminderen. Ze gaat zes turbulente jaren tegemoet. De bond loopt al jaren op tegen de muur van bezuinigingen die Wim Deetman, sinds 1982 minister van Onderwijs, doorvoerde op salarissen en scholen. Massale acties en stakingen leveren niets op. Vogelaar noemt het ‘de winter’ van Deetman. Om uit de defensieve houding tegen de bezuinigingen te komen neemt ze direct een aantal onorthodoxe maatregelen. Ze laat buitenstaanders (een onafhankelijke commissie waarin vooral veel professoren zaten) een rapport maken over de toekomst van het onderwijs. In het boekwerkje de ‘Bedrijvige school’ wordt heel wat omgegooid. De docent moet de hele dag op school zijn en de beroemde afvloeiingsregeling (last in first out) gaat op de schop. Vogelaar omarmt het rapport, maar ze loopt net iets te hard voor de troepen uit (dat zou ze vaker in haar loopbaan doen), want de algemene vergadering in 1989 fluit haar terug. Toch zegt ze tevreden in haar afscheidsinterview (het Schoolblad, april 1994) dat ze niet voor niets haar nek uitstak. “Er is veel in beweging gekomen en daar heb ik geen spijt van. Er zijn toch wat heilige huisjes gesloopt.” Ze was niet bang voor debat of tegenstand. Tegen de actiegroep ‘de Nahossers’ die het kantoor van de Abop binnenstormde om het pand te bezetten, riep ze stralend: “Kom erin, laten we het erover hebben.”

Fusie van de slobbertruien met de colberts

Gezamenlijke actie van alle onderwijsbonden op het Haagse Binnenhof in april 1992. Ella Vogelaar staat in het midden met links van haar NGL-voorzitter Gerard Moll. (Beeld: Studio André Ruigrok)

Voor het starten van besprekingen over een fusie tussen de rode vakbond van onderwijzers en het Nederlands genootschap van Leraren, was wel enige moed nodig. “Ella had het lef om dit aan de orde te stellen” zegt Liesbeth Verheggen “omdat ze inzag dat de macht van het getal belangrijk was wilden de onderwijsbonden iets bereiken.” Op het eerste gezicht leek het een onmogelijke combinatie. De onderwijzers van de geitenwollen sokken en slobbertruien samen met het NGL, waar het beeld bepaald werd door eerstegraads leraren liefst in driedelig kostuum gestoken. Veel gesprekken en overleggen gingen eraan vooraf, maar aan het eind van haar voorzitterschap wordt er een samenwerkingsovereenkomst bekend gemaakt. De uiteindelijke fusie vindt plaats in 1997 en inmiddels is er al bijna 20 jaar sprake van een vrijwel rimpelloos verstandshuwelijk.

Depressies

De loopbaan van Vogelaar kende veel ups en downs. Met veel ambitie was ze vicevoorzitter van de FNV, deed ze de taskforce Inburgering, was ze voorzitter van een woningbouwvereniging of minister. Alles deed ze met een ongelooflijke inzet maar dat eiste ook zijn tol. In het boek dat ze na haar ministerschap samen met haar partner Onno Bosma schreef, ‘Twintig maanden Knettergek’ (2009) beschrijft hij de vele loodgieterstassen die dag in dag uit in huis kwamen en de paar uurtjes slaap die Vogelaar zich maar gunde. Haar moeheid kwam vaak terug in het boek. Het advies van Winsemius ‘Tachtig procent van je stukken moet je blind tekenen’ was niet aan haar besteed. Ze zat er altijd bovenop. Die eigenzinnigheid eiste zijn tol. Aan het eind van de bijeenkomst van de FNV en AOb waarin Ella herdacht werd dankte Onno Bosma iedereen voor de lovende woorden. “Maar” , zei hij, “jullie kennen maar één kant van Ella.” De andere Ella leed al jaren onder zware depressies waar ze nooit met iemand over sprak, alleen intimi wisten dat ze daardoor geteisterd werd. Het werd voor haar steeds zwaarder daarmee om te gaan.

december 2019
Gaby van der Mee, journalist, redacteur Onderwijsblad tot 2015

Meer lezen:
Op vakbondshistorie.nl: “Ella Vogelaar – Herinneringen aan drie intensieve jaren bij vakcentrale FNV”
Op de website van de Algemene Onderwijsbond: “Ella Vogelaar (1949-2019): Vakbondsvrouw met een drive”