Het geheugen van de vakbeweging

John Kerstens: … architect van de regelgeving tegen schijnconstructies …

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

John Kerstens (voorzitter 2009-2012)

EEN CHARMANTE VERBINDER

Bij de vakbond werken. Dat was altijd de grote ambitie van John Kerstens. En zo geschiedde. Al tijdens zijn diensttijd was hij actief voor de VVDM, de vakbond voor dienstplichtigen en militairen. Lech Walesa noemde ze hem daar. Na een korte periode als asieljurist, kwam hij te werken bij de Kappersbond en vervolgens als bestuurder en onderhandelaar bij de spoorwegbond FSV.

KLIK

Bij de onderhandelingen over de cao Rail Infra leerde hij in de jaren negentig Bram Visser kennen, bondsbestuurder van de toenmalige Bouw- en Houtbond FNV, die ook partij was bij die cao. Het klikte tussen Bram en John. Toen er een vacature bij de bouwbond kwam voor bondsjurist, hoefde Kerstens dan ook niet lang na te denken en solliciteerde hij. Hij werd begin 1997 aangenomen. Na enige tijd als regiobestuurder in Noord-Holland te hebben gewerkt, werd hij drie jaar later al gekozen in het bondsbestuur. Van 2003 tot 2009 was hij vicevoorzitter en eerste onderhandelaar voor de bouw-cao. In 2009 zette hij de kroon op het werk en volgde hij Dick van Haaster op als voorzitter, totdat hij in 2012 in de politiek ging.

HARMONIE

Hoe kan het dat een betrekkelijke nieuwkomer en outsider bij de bouwbond, waar doorgaans jarenlange trouwe dienst en kalk aan de schoenen nodig zijn om de weg omhoog te vinden, zo’n bliksemcarrière maakte? Kerstens (1965) moet even nadenken. ‘Tja, ik denk dat het een combinatie is van een aantal karaktereigenschappen. Ik zoek altijd de harmonie, kan conflicten en meningsverschillen beslechten en bouw bruggen. Maar ik wil niet alleen maar aardig gevonden worden. Als het nodig is ben ik ook stevig op de inhoud. Ik ben benaderbaar en heb een open communicatiestijl. Daarom lag ik goed binnen de bond, zowel in het bondsbestuur als bij het kader.’ Dat lijkt een correcte zelfanalyse van de laatste bondsvoorzitter. Toen hij al lang en breed weg was bij de bond, werd hij in 2013 gevraagd om als bemiddelaar op te treden in het hoogopgelopen conflict tussen de bouwbonden en werkgeversorganisatie Bouwend Nederland over de cao.

ANTICYCLISCH OPLEIDEN

Kerstens werd voorzitter op het moment dat er een enorme economische crisis uitbrak die de bouw keihard trof. Tienduizenden verloren hun baan, talloze bedrijven gingen over de kop. ‘Nu doen we er meer toe dan ooit, realiseerde ik me. We moeten nu niet afwachten, maar actie ondernemen. Proactief optreden, redden wat er te redden valt.’ Zo nam de bond, samen met het sectorale kennis- en adviescentrum Fundeon, het initiatief om bouwvakkers massaal de gelegenheid te geven scholing te volgen. Op die manier ontstond er ruimte voor jongeren om in te stromen in de vakopleiding. Anticyclisch opleiden heette dat. Hoewel het misschien een druppel op de gloeiende plaat was, is de oud-voorzitter er trots op. ‘De bouw was de eerste branche in Nederland waar zoiets gebeurde. Dat was vervolgens de basis voor de sectorplannen van minister Asscher, waarmee hij honderden miljoenen beschikbaar stelde om de gevolgen van de crisis op te vangen.’

PENSIOEN

De economische crisis was niet de enige uitdaging waarvoor de bond toen stond. Er was een grote maatschappelijke discussie aan de gang over de toekomst van het pensioen en de AOW. ‘Iedereen keek naar de vakbond toen’, herinnert Kerstens zich. ‘Gaan jullie de hakken in het zand zetten of denken jullie mee over een bestendige oudedagsvoorziening? Mijn opvatting was dat als we dat eerste zouden doen, we helemaal niks zouden overhouden. Dus hebben we vanuit de bouwbond alles op alles gezet om verslechteringen zo veel mogelijk te voorkomen, zeker voor mensen die jong begonnen zijn met werken en slecht betaald en zwaar werk doen. Er waren stevige tegenkrachten binnen de vakbeweging, wat het streven naar eenwording, dat ook in die tijd speelde, behoorlijk op de proef stelde. Maar we zijn in gesprek gebleven en ook daar mocht ik een bemiddelende rol spelen. Het heeft uiteindelijk geresulteerd in het Sociaal Akkoord dat de vakbeweging in 2012 bereikte met werkgevers en overheid. Nogmaals: geen ideale situatie maar altijd beter dan de wetgeving die anders dreigde.’

FLEXWERKERS

Een derde ontwikkeling tijdens Kerstens’ voorzitterschap was de opkomst van de flexwerkers. ‘Met flexwerk op zich is niets mis’, vindt Kerstens, ‘een bedrijfstak als de bouw heeft dat nodig. We hebben als bond zelfs de belangenvereniging ZBo voor zzp’ers opgericht. Maar tijdens de crisis zijn velen gedwòngen zzp’er te worden. Ze moesten vervolgens hetzelfde werk doen voor minder geld en zonder sociale zekerheid. Een race to the bottom die nog versterkt werd door de komst van veel Oost-Europese werknemers die via allerlei schimmige constructies tegen lagere tarieven konden worden ingehuurd.’ Het onderwerp is Kerstens ook als politicus blijven bezighouden. Hij was de architect van de regelgeving tegen schijnconstructies.