Het geheugen van de vakbeweging

Ed Sarton: “Voor de leesbaarheid van artikelen moet je je altijd verplaatsen in de positie van de lezer”

De INTERNATIONALE op de ‘Rotterdam’

Ed Sarton (1947-2013)

Eduard (Ed) Sarton (Voorburg, 1947–2013) groeit op in een oecumenisch liberaal gezin met een grote maatschappelijke- en sociale belangstelling. Zijn vader is Rijksambtenaar bij de Marine en lid van de vakbeweging. Zijn ouders laten hem vrij in het nemen van zijn beslissingen. Ed is getrouwd met Mieke van Dam (31 januari 1948). Samen hebben zij twee zoons, Dimitri (1973) en Gregor (1974). Hij is vervangend voorzitter van de VHV-werkgroep Rotterdam maar komt tot ieders schrik en verdriet kort na verhuizing van het gezin naar Ermelo in 2013 te overlijden.

Na de lagere school en de MULO – waar hij zijn vrouw leert kennen – gaat Ed naar de Hogere Zeevaartschool in Scheveningen voor de opleiding tot stuurman ter koopvaardij. Hij heeft veel belangstelling voor de zeevaart, wil de wereld zien én mensen en culturen ontmoeten. Na het behalen van zijn eerste diploma vaart hij in 1966 als leerling stuurman bij de Koninklijke Nederlandsche Stoombootmaatschappij (KNSM) in Amsterdam. Er volgen de jaren daarna verschillende schepen van de KNSM in de Middellandse Zee en in de Cariben. Tijdens zijn verlof aan de wal haalt hij zijn diploma’s (rangen) tot en met eerste stuurman, het radardiploma en de bevoegdheid om als kapitein te varen. Ook vaart hij als ‘super cargo’ dat wil zeggen dat hij zelfstandig op schepen meevaart en verantwoordelijk is voor de lading en de stuwage. Al doende ontmoet Ed veel mensen – ook passagiers – werkt met van alles en iedereen samen en bezoekt veel vreemde landen.

In 1967 wordt hij lid van de Centrale van Kapiteins en Officieren ter Koopvaardij (CKO), de vakbond voor de zeevaart met een hoge organisatiegraad, aangesloten bij het NVV. De bond fuseert met de categorale VNKO en vormt vervolgens samen met de Algemene Vereniging van Zeevarenden de Federatie van Werknemersorganisaties in de Zeevaart (FWZ) die zich bij de vakcentrale aansluit. Ed wordt al spoedig kernlid (contactlid of vertrouwensman) van de bond aan boord. Als kernlid beschikt hij over een map met informatie van de FWZ en ontvangt hij extra mededelingen over bijvoorbeeld de CAO-onderhandelingen. Informatie ook bedoeld voor zijn collega’s aan boord. Hij wijst ze op de juridische mogelijkheden, maakt propaganda… kortom, hij vertegenwoordigt de bond aan boord! Tijdens zijn verlof bezoekt hij het kantoor van de FWZ aan de Heemraadsingel in Rotterdam en bespreekt met de walcollega’s de stand van zaken op de verschillende werkterreinen van de bond. Op deze manier leert hij de collega’s aan de wal ook goed kennen. In 1975 ontstaat er een vacature bij de FWZ. Ed solliciteert en in februari 1976 wordt hij aangesteld als bestuursassistent bij de FWZ met als standplaats Rotterdam.

Ondernemingsraden in de zeevaart

Het werk van bestuursassistent hield ook in scheepsbezoek in Rotterdam, Hamburg en Antwerpen en al spoedig krijgt Ed – vooral ook omdat hij zelf heeft gevaren – een goede band met de leden en met de overige opvarenden. Naast de individuele belangenbehartiging van de leden en de propaganda krijgt ook de ontwikkeling en de opbouw van Ondernemingsraden in de Zeevaart de nodige aandacht.

In Nederland is de FWZ samen met de Vervoersbond NVV de vertegenwoordiger van de Internationale Transportarbeiders Federatie (ITF). Dat betekent dat staffunctionarissen van de FWZ ook de opvarenden van schepen die onder goedkope vlag voeren bijstaan. Dat zijn schepen die geregistreerd staan in één of ander exotisch land. De werkelijke eigenaar is soms moeilijk te achterhalen. Op een aantal van die schepen wordt het niet zo nauw genomen met de veiligheid, de arbeidsomstandigheden en met de loon- en arbeidsvoorwaarden. De ITF en de aangesloten bonden proberen aan deze schrijnende toestanden een eind te maken. Later wordt in Nederland een apart ITF inspectoraat opgericht met enkele ITF-inspectors.

Van 1977 tot en met 1979 is Ed met zijn echtgenote en zoons gestationeerd in Singapore. Dat is een leerzame- en interessante tijd waarin geheel zelfstandig gewerkt moet worden. Hij vertegenwoordigt de FWZ en bezoekt schepen van verschillende Nederlandse rederijen. Onder andere door de gevolgen van een fusie tussen enkele grote rederijen is er aan boord veel te bespreken. En met de zeevarenden en hun families die in Singapore wonen, wordt aan de wal vergaderd. Daarnaast bestaan er intensieve contacten met de plaatselijke bonden van zeevarenden en met de Singaporese vakcentrale. In 1979 keert hij met een camper in drie maanden over land terug naar Nederland. Een avontuurlijke reis met tal van bijzondere ontmoetingen en ervaringen.

Terug in Rotterdam worden de werkzaamheden weer opgepakt. Het gaat vooral om individuele belangenbehartiging zoals hulp en advies over CAO-zaken, Sociale Verzekering, belasting en dergelijke. In arbeidszaken komt het soms tot kantongerechtprocedures die met behulp van het Bureau voor Arbeidsrecht van de FNV gevoerd worden.

Vanaf 1982 wordt Ed ook betrokken bij de samenstelling en de inhoud van het bondsblad. Hij schrijft, voert de eindredactie en ontmoet andere journalisten. Ed raakt steeds meer betrokken bij CAO-onderhandelingen. Hij ondersteunt individuele leden als raadsman bij verschillende instanties en werkt mee aan het internationale werk (ITF) en International Labour Organisation (ILO) en aan de nationale wetgeving voor de zeevaart.

In 1987 vinden de reders dat de schepen wel kunnen varen zonder kok aan boord. De FWZ protesteert en staakt onder de pakkende leuze ‘zonder kok wordt niet gevaren’, want de kok – een heel belangrijke persoon aan boord – moet blijven! De staking is succesvol. Ed treedt tijdens de staking op als woordvoerder van de bond en moet de problematiek aan buitenstaanders uitleggen en verklaren. Sindsdien functioneert Ed ook als persvoorlichter van de FWZ en moet hij het beleid van de bond – wat doet de bond en waar is de bond mee bezig – in woord en geschrift uiteenzetten. Voor de leesbaarheid van artikelen verplaatst hij zich altijd in de positie van de lezer.

In 1995 wordt hij voorzitter van de FWZ. Voor de CAO onderhandelaars blijft hij op de achtergrond aanwezig. Hij treedt op als delegatieleider bij de besprekingen met de overheid over de veiligheid, de piraterij, de beloning van buitenlandse werknemers, de vreemdelingenwet voor de zeevaart en de arbeidsmarkt. In die functie is hij ook aanwezig bij de internationale besprekingen in ITF- en ILO-verband.

Spannende tijden

Hij heeft zitting in het Federatieraad van de FNV en neemt deel aan het beraad van de voorzitters van alle FNV bonden met het FNV bestuur. Hij houdt daarbij de specifieke positie van de zeevarenden goed in de gaten. Ook is hij nauw betrokken bij het maritiem onderwijs. Hij maakt deel uit van een aantal commissies die het contact tussen bedrijfsleven en onderwijs moeten versterken. Voorts speelt hij een belangrijke rol bij het overleg met de reders en de overheid over de bemanningssamenstelling van Nederlandse koopvaardijschepen. Onder zijn leiding komt een overeenkomst tot stand die de werkgelegenheid van Nederlandse zeevarenden zoveel mogelijk beschermt. Daarnaast wordt voorkomen dat schepen uitsluitend met goedkope arbeidskrachten uit Aziatische landen bemand worden. Door het afsluiten van internationale CAO’s worden de lonen van de buitenlandse zeevarenden bovendien opgekrikt. Het zijn spannende tijden, want de reders dreigen regelmatig dat ze de Nederlandse schepen onder een andere – goedkope – vlag zullen brengen.

Het 100-jarige bestaan van de FWZ wordt in 2002 feestelijk gevierd aan boord van het cruiseschip ‘Rotterdam’ van de Holland Amerika Lijn (HAL) dat in die tijd aan de Wilhelminakade in Rotterdam ligt. Tijdens de festiviteiten speelt het orkest ook een potpourri van strijdliederen waaronder de ‘Internationale’. Bij het bedanken van het orkest voor het optreden zegt Ed onder meer:  ‘Dat zal wel de eerste en de laatste keer zijn geweest dat de Internationale op een kapitalistisch schip heeft geklonken’.

In 2006 draagt Ed het voorzitterschap FWZ over. Hij assisteert bij het inwerken van de nieuwe voorzitter en blijft vele nationale maar vooral ook internationale taken verrichten, vooral in ITF en ILO-verband. Verder maakt hij deel uit van de vakbondsdelegatie bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) in Londen. Vijftien jaar langs is hij voorzitter van de Deelnemersraad van het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij. Ook vervult hij een belangrijke rol bij de uiteindelijke fusie met de Engelse zusterorganisatie Nautilus. In mei 2009 komt deze fusie tot stand en ontstaat Nautilus International, een samenvoeging van de Engelse Nautilus UK en de Nederlandse Nautilus NL. Met deze internationale fusie ontstaat een unieke situatie die de positie van de Engelse en de Nederlandse zeevarenden ten goede komt.

Op 31 december 2009 komt er uiteindelijk een eind aan zijn dienstverband bij de FWZ (pardon, Nautilus NL). Hij is dan 63 jaar en kan terugkijken op een boeiende en interessante loopbaan in de zeevaart en in de vakbeweging. Hij is geen stilzitter en blijft onder meer actief als voorzitter van het Koninklijk College Zeemanshoop, lid van de werkgroep Rotterdam van de Vakbondshistorische Vereniging (VHV) en van de ‘Vrienden van het FNV orkest’. Ook blijft hij via het Scheepvaart en Transport College (STC) in Rotterdam betrokken bij het beroepsonderwijs. Gelet op de diversiteit van de Nautilus-leden heeft Ed de politiek altijd zeer gescheiden gehouden van het vakbondswerk. Hij is lid van de PvdA, maar treedt daarin niet op de voorgrond. Op verzoek treedt Ed ook op als ‘spreekstalmeester’ op conferenties waarbij hij dan de verschillende sprekers op zijn eigen wijze introduceert en de zaal prikkelt om deel te nemen aan de discussie. Hij heeft veel gevoel voor humor, maritieme kennis en veel persoonlijke belangstelling voor anderen.

Tot ieders schrik en verdriet komt hij kort na de verhuizing met zijn vrouw Mieke naar Ermelo, in 2013, plotseling te overlijden.

 Koos Schoonens (2009)

 Het portret van Ed Sarton maakt deel uit van Het gezicht van de vakbeweging Rotterdam II, een VHV-publicatie uit 2014.