Het geheugen van de vakbeweging

De vakbeweging jubileert

Ten geleide

De voorste rijen van een overvolle zaal nog net zichtbaar, veelkleurige en -geurige bloemruikers, op het podium de trotse voormannen in stemmig zwart achter een langwerpige tafel en als decor vaandels en vlaggen met symbolen van de arbeid. Wanneer wij een foto met een dergelijk tafereel onder ogen krijgen dan hebben wij in negen van de tien gevallen van doen met een jubilerende vakorganisatie.

Omslag van VHV-uitgave De vakbeweging jubileertOmslag van VHV-uitgave De vakbeweging jubileert

In archieven, in bondsgebouwen en bij particulieren thuis moeten zich duizenden van dit soort afbeeldingen bevinden. Want wat de vakbeweging ook in levensbeschouwelijk, ideologisch en strate­gisch opzicht verdeeld moge houden, we kunnen welhaast stellen dat er nauwelijks een vakorganisatie in Nederland te vinden is die een mijlpaal in haar bestaan onopgemerkt voorbij heeft laten gaan.

Het vieren van jubilea is van meet af aan een vrij algemeen gebruik geweest binnen de vakbeweging en is dat nog steeds. Enerzijds vormt het zoveel-jarig bestaan aanleiding om in eigen kring op eigen wijze feest te vieren en daarmee de band tussen lid en organisatie strakker aan te halen, anderzijds zijn het ook dé gelegenheden bij uitstek om uitvoerige bespiegelingen te wijden aan verleden, heden en toekomst van de organi­satie onder motto’s als „voorwaarts, en niet vergeten” of „terugblikken bij het vooruitzien”. Van deze heuglijke gebeurtenissen is veel vastge­legd en bewaard gebleven: niet alleen foto’s maar ook receptieboeken, lepeltjes, asbakken, wandborden, vaandels, glas-in-lood-ramen, gedenk­boeken, standbeelden en zo kunnen wij nog wel even doorgaan. Deze afbeeldingen en voorwerpen alsmede de geschreven getuigenis­sen bieden ons de mogelijkheid om de maatschappelijke positie en de onderlinge verhoudingen tussen vakbonden en -centrales in de tijd te volgen.

Huldiging jubilarissen Ooststellingwerf 2012 – FNV Bondgenoten regio Noord

Naast jubilerende bonden en centrales kent de vakbeweging ook jubi­lerende leden, de jubilarissen en jubilaressen, waarbij het duidelijk zal zijn dat de laatsten verreweg in de minderheid zijn. Deze leden werden en worden bij het 25-, 40-, 50- of 60-jarig lidmaatschap van hun organisa­tie gehuldigd als blijk van waardering voor hun trouw aan de bond. De talloze speldjes, oorkondes, foto’s en verhalen zijn hiervan de stille en sprekende getuigen. Rond deze jubileumvieringen binnen de Nederlandse vakbeweging heeft de Vakbondshistorische Vereniging (VHV) haar eerste tentoonstelling georganiseerd. Dit thema biedt de VHV namelijk de mogelijkheid de schijnwerpers te richten op ontstaansgronden en ontwikkeling, op omvang en diversiteit van de Nederlandse vakbeweging. Het organiseren van tentoonstellingen is één activiteit met behulp waarvan de VHV de kennis van en belangstel­ling voor de geschiedenis van de vakbeweging wil bevorderen en voor een breed publiek toegankelijk wil maken.
Ter gelegenheid van de tentoonstelling „De vakbeweging jubileert” is een brochure samengesteld. In de diverse bijdragen wordt, uitgebreider dan op de tentoonstelling mogelijk was, ingegaan op verschillende aspecten van de jubileumvieringen.
Salvador Bloemgarten en Jacques van Gerwen schetsen onder de titel „Als de vakcentrales jubileren…” aan de hand van specifieke jubileum­vieringen een levendig beeld van de festiviteiten op en rond deze hoogtij­dagen. Opvallend zijn de overeenkomsten – optochten, recepties, films, stadionspelen en toneelstukken – maar ook de verschillen in inhoud, toonzetting en uiterlijk vertoon hetgeen samenhangt met de eigen geaardheid van de centrales. Een belangrijke functie van jubileumvieringen was en is immers de bevestiging van de eigen identiteit.
Ger Harmsen heeft een studie gemaakt van de vele gedenkboeken die naar aanleiding van jubilea zijn uitgegeven. De titel van zijn bijdrage Uit het duister naar het licht! is ontleend aan het gedenkboek dat IS. Goudsmit schreef ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Algemeene Nederlandsche Bond van Arbeid(st)ers in het Bakkers-, Choco­lade- en Suikerbewerkingsbedrijf in 1934. Hij gaat in op de betekenis van gedenkboeken voor de vakorganisaties in het algemeen en op de verschil­len in vorm en inhoud tussen de diverse – confessionele en niet-confessionele – jubileumboeken in het bijzonder. Verschuivingen in het karakter van de gedenkboeken alsmede de achtergrond van de auteurs – de anonieme vakbondsbestuurder maakt plaats voor de professionele histo­ricus – komen hierbij eveneens aan de orde.
Frits de Jong Edz. staat in „Symbolen van arbeidersstrijd: tussen mode en cultuur” stil bij de vraag hoe de vakbeweging zich in cultureel opzicht manifesteerde. Hij vraagt zich af wat de vele vaandels, voorwerpen en afbeeldingen zeggen over de cultuur of de modegevoeligheid van de vakbeweging. ledere organisatie zoekt immers naar haar eigen identiteit en de daarbij behorende symbolen. Zijn bijdrage spitst zich toe op de zeggingskracht van de symbolen, afbeeldingen en vormen van jubileum­geschenken.
Geer Aalders, Rutger Arents, mevrouw J. H. van den Born, Louis Groen, Louis Kuijpers en Pieter M. de Wit, vakbondsleden met een lange staat van dienst, hebben ieder op eigen wijze te maken gehad met huldigingen van jubilarissen en jubilaressen. De door henzelf opgete­kende anekdotes en verhalen zijn verspreid over de hele brochure terug te vinden. Zij zeggen iets over het belang dat individuele leden hechten aan de uitreiking van het vakbondsinsigne, daarmee tevens de emotio­nele gebondenheid van de leden aan hun organisatie aangevend.
Louis Groen, districtsbestuurder van de Bouw- en Houtbond FNV, is iemand die vanuit zijn dagelijkse (vakbonds)praktijk veel te maken heeft met de huldiging van jubilarissen en tevens is hij één van de oprichters van de Vakbondshistorische Vereniging. Zijn bijdrage is als apart hoofd­stuk in de brochure opgenomen.
Vele personen en instellingen hebben geheel belangeloos hun medewer­king verleend aan de brochure en de tentoonstelling. Zonder al diegenen die op enigerlei wijze hebben meegewerkt aan de totstandkoming van de brochure en de tentoonstelling had dit hele project niet gerealiseerd kunnen worden. Bij deze willen wij dan ook iedereen hartelijk danken voor de welwillende medewerking en verleende steun.
Wietske van Agtmaal
Gepubliceerd in 1986