Het geheugen van de vakbeweging

De Toekomst’ Groningen 1888 -1938

Een eigen gebouw voor de arbeidersbeweging

Aan het eind van de 19-de eeuw was de socialistische beweging in Noord-Nederland sterk. Domela Nieuwenhuis ging vaak op propagandatocht en kwam regelmatig in Groningen. Maar het was voor de arbeidersbeweging niet eenvoudig om een zaal te huren. Uitbaters waren bang andere klandizie te verliezen.
De organisaties van de arbeidersbeweging, als de SDB (Sociaal Democratische Bond) en verschillende arbeidersverenigingen waren regelmatig op zoek naar zalen voor hun bijeenkomsten. Dat was niet eenvoudig, daar veel uitbaters niet bereid waren zalen te verhuren omdat ze bang waren andere klandizie te verliezen.

Gebouw De ToekomstGebouw De Toekomst

Om een eind aan de zalennood te maken nodigde Joan Nieuwenhuis (gemeentelijk architect) in 1885 de besturen van alle bestaande werkliedenverenigingen uit in het gebouw van de meubelmakersgezellenvereniging De Eendracht aan de Zuiderbinnensingel om het zalenvraagstuk te bespreken. Dit leidde tot oprichting van de Groninger Arbeiders Maatschappij. 
Al snel bleek het gebouw De Eendracht voor de groeiende arbeidersbeweging te klein. Men had gehoord dat in Gent een bloeiende coöperatie bestond, die een eigen gebouw exploiteerde, waarvan een bakkerij het voornaamste onderdeel was. In mei 1887 besloot de Groninger Arbeiders Maatschappij een Coöperatieve Broodbakkerij op te richten. Joan Nieuwenhuis ontwierp het gebouw van de Coöperatieve Productie- en Verbruiksvereniging De Toekomst u.a. De statuten en de begroting werden opgesteld en met een borgstelling van de kapitaalkrachtige heren J.E. Scholten, Prof. Drukker en Jhr. Albeda van Ekenstein werd de bouw mogelijk.
In juli 1888 werd De Toekomst als eerste coöperatie in Nederland in gebruik genomen. Het gebouw bestond uit twee woningen met elk twee vertrekken waarvan één keldervertrek. Hierachter magazijnen en de bakkerij, evenals een kantoortje. Op de eerste verdieping waren een grote vergaderzaal van 160 m2, een leeszaaltje, een toneel en bestuurs- en kleedkamer. De bakkerij had voor die dagen een ruime werkplaats, de beste in de stad Groningen.
De eerste doelstelling van de coöperatieve Vereniging De Toekomst was dus het verkrijgen van zaalruimte. Maar ook de Coöperatieve Productie- en Verbruiksvereniging was belangrijk om kwaliteit van de producten te creëren en de winst van de coöperatie te gebruiken voor de doelstellingen van de arbeidersbeweging. In de eerste jaren van De Toekomst was er nog geen winst. De geldmiddelen waren schaars en bestuursleden moesten soms van hun karig inkomen geld voorschieten. Leveranciers leverden vaak niet, uit vrees voor de particuliere bakkers.
In de eerste twee decennia van het bestaan van De Toekomst zijn regelmatig de statuten veranderd. Hieruit zijn een aantal ontwikkelingen te herleiden. De coöperatieve vereniging was voortgekomen uit de arbeidersbeweging en alleen arbeiders konden van de coöperatie lid worden. Zij zagen de arbeidersbeweging als een ongedeelde beweging. Dat was in de statuten vastgelegd. Dit betekende dat zij volgens de statuten godsdienstig en politiek neutraal waren.
Als onderdeel van de arbeidersbeweging was De Toekomst solidair bij stakingen door brood aan de stakers te geven. De SDB vroeg in 1892 om bij de 1 meiviering een rode vlag aan het gebouw van De Toekomst te mogen hangen. Dat was blijkbaar te politiek. Want het werd alleen toegestaan als er een witte baan in het midden zou worden aangebracht waarop stond: ‘voor de acht-uren-dag’.
Uit de verschillende wijzigingen van de statuten blijkt dat langzaam de maatschappelijke doelstellingen van de vereniging op het tweede plan komen. De nadruk kwam te liggen op de ‘verbetering van de stoffelijke toestand van haar leden’. De jaarlijkse winst werd verdeeld, eenderde voor het reservefonds, eenderde voor de aflossing van schulden en eenderde werd onder de leden verdeeld.
In 1905 werden de statuten als volgt gewijzigd: 30% voor het reservefonds, 45% wordt onder de leden verdeeld, 10% wordt afgedragen aan de SDAP en eveneens 10% aan de Groninger Bestuurdersbond (FNV/NVV). De resterende 5% kreeg het bestuur in handen voor bijzondere gevallen, ter ondersteuning van de arbeidersbeweging. We zien het percentage voor de leden stijgen en tevens de maatschappelijke doelstelling groeien door financiering van onderdelen van de arbeidersbeweging. De ondersteuning betekende een duidelijke keuze voor de sociaaldemocratische partij en de vakbeweging.
In 1912 worden de statuten opnieuw gewijzigd. De winstdeling levert nu het volgende beeld op: 65% voor de leden, 15% voor het reservefonds, 5% voor de SDAP en 5% voor de economische arbeidersbeweging, 2˝ % in handen van het bestuur en 7˝ % voor het op te richten pensioenfonds voor het personeel. Het aandeel van de leden groeit opnieuw, het aandeel voor de maatschappelijke doelstelling neemt af.
In de daarop volgende jaren wordt de bijdrage aan de SDAP en de vakbonden verlaagd tot 3ľ %. In 1920 werd De Toekomst na veel discussie lid van de Centrale Bond van Nederlandse Verbruikerscoöperaties. Deze landelijke organisatie schreef voor dat er geen winstuitkering mocht plaatsvinden aan maatschappelijke organisaties. In de statuten van 1922 is dan ook vastgesteld dat in een periode van vijf jaar de bijdrage aan SDAP en GBB (vakbeweging) wordt afgebouwd. De coöperatieve activiteiten worden in de dagelijkse gang van zaken steeds belangrijker. De activiteiten richten zich vooral daarop. De maatschappelijke strijd komt op het tweede plan.
De broodbakkerij met de broodbezorging was na enkele jaren een groot succes. De capaciteit werd met verschillende ovens uitgebreid. In de loop van haar vijftigjarig bestaan zijn de activiteiten van De Toekomst verder uitgebreid. Verschillende voorstellen werden in de eerste jaren aan de ledenvergadering voorgesteld: een kamer met verpleegartikelen, een volksapotheek (wordt niet uitgevoerd), verstrekken van cokes uit eigen voorraad in de strenge winter van 1890/1, kruidenierswaren.
Uiteindelijk werd de bakkerij te klein. Na de Eerste Wereldoorlog is daarvoor nieuwe huisvesting gevonden aan het Taco Mesdagplein. Het gebouw De Toekomst werd verbouwd, en er wordt een slagerij in gehuisvest. Vele andere zaken zijn bestudeerd en uitgevoerd. Vanaf 1910 werden er winkels in de arbeiderswijken in Groningen opgericht als filialen van De Toekomst waar manufacturen, aardappels en groenten, brandstoffen, enz. werden verkocht. De Toekomst is dan in circa 16 panden in de stad Groningen gehuisvest.
De coöperatie heeft een zeer actieve rol gespeeld in Groningen en omgeving. Ook in de provincie werden coöperaties opgericht die zich wilde aansluiten bij De Toekomst. Het bestuur besloot de regionale coöperaties te ondersteunen met boekhouding en inkoop, maar volledig zelfstandig te laten functioneren.
Na het 50-jarig jubileum bleef De Toekomst bestaan met haar vele vestigingen in Groningen. Het oorspronkelijke pand dat was gebouwd en opgericht om de vergadernood te verminderen, werd uiteindelijk in haar jubileumjaar bij publieke verkoping verkocht.
Ed van Eijbergen
april 2009

Geraadpleegde literatuur

H.A. Bastiaans, “De Toekomst” 50 jaar, De Toekomst 50 jaar: geschiedkundig overzicht van de Coöp. productie- en verbruikersvereniging “De Toekomst” u.a. te Groningen, 1938
H. van der Lee, De Toekomst, Groningen, uitgegeven Vlaardingen, november 1992