Het geheugen van de vakbeweging

De staking bij De Ommelanden 1952 – 1953

De staking bij de zuivelfabriek De Ommelanden aan de Friesestraatweg, destijds net buiten de stad Groningen, was in menig opzicht bijzonder. De staking begon eind augustus 1952 en werd pas in oktober 1953 definitief beëindigd. Dergelijke langdurige acties kwamen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw niet vaak voor.

De staking vond plaats in een periode van betrekkelijk grote arbeidsrust. De erkende vakbeweging had zich verbonden aan een met de Rijksoverheid na de oorlog afgesproken stelsel van centraal overleg. Daarbij werden de arbeidsvoorwaarden in de cao’s landelijk vastgesteld. Het probleem bij het bedrijf ontstond doordat de directie van De Ommelanden zich hieraan jarenlang had onttrokken. De coöperatie was als een van de weinige niet bij een werkgeversorganisatie aangesloten.

Koemelker met op de achtergrond De Ommelanden

Hoofdoorzaak van het conflict lag in de dictatoriale leiding door de directeur van het zuivelbedrijf. “Als we de bonden willen spreken dan roepen we ze wel!” karakteriseerde destijds zijn houding. Door zijn wijze van leidinggeven was in de jaren voor het conflict een groeiende latente onvrede in het bedrijf ontstaan. De Algemene Nederlandse Agrarische Bedrijfsbond (ANAB) had mede daardoor bij het bedrijf een hoge organisatiegraad onder het productiepersoneel.

De felheid van het conflict en de publiciteit eromheen waren in die tijd uniek. Media, politie, justitie, concurrerende zuivelbedrijven (Lijempf, DOMO Bedum) en provinciale en gemeentelijke autoriteiten bemoeiden zich met het conflict. Door de sterk groeiende export van melkproducten was er een hevige onderlinge strijd tussen de bedrijven om de levering van melk door de boeren. ‘De Ommelanden’ had een nieuwe productiehal voor gecondenseerde melk in aanbouw.

Ommelanden
directeur F. de Boer

Zowel een deel van de vroegere leiding van de NVV Landarbeidersbond, een fusiepartner van de ANAB, als de directeur De Boer van De Ommelanden waren niet geheel politiek ongeschonden uit de oorlog gekomen. Misschien was deze actie voor een nieuwe generatie bestuurders van de ANAB ook een aanleiding om het daardoor geslonken prestige van de bond te kunnen herstellen.
De destijds bestaande nauwe samenwerking tussen de sociaaldemocratische en de christelijke vakbeweging werd tijdens de staking bij De Ommelanden ruw verbroken. De Nederlandse Christelijke Landarbeidersbond (NCLB) keerde zich tegen de door de ANAB uitgeroepen staking. Bestuurder H. de Groot noemde de staking in strijd met het woord van God. De NCLB adviseerde zijn leden door te werken of de door de staking ontstane vacatures te vervullen. Stakers en lokale NVV-leden hinderden voortvarend onderkruipers in en rondom de stad.

Ook de achtergrond van de boeren die aan De Ommelanden leverden was bijzonder. Zij waren veelal geen lid van de coöperatie. Ze kwamen deels voort uit de historisch direct rond en in de stad Groningen gevestigde koemelkers. De levering van melk was voor deze boeren vaak een nevenfunctie. Men had daarnaast ook een beroep als bakker, in het agrarische vervoer, kruidenier, ambtenaar of kroegbaas. Deze koemelkers hadden weinig (agrarische) opleiding en waren in meerderheid niet coöperatie gezind. In veel gevallen had dat nog te maken met het faillissement van de fabriek Stad en Lande, waarbij veel boeren destijds grote schade hadden opgelopen. Uit dit faillissement was in 1923 De Ommelanden onder leiding van de jonge directeur F. de Boer, beambte van de Friese Zuivelbond, ontstaan.

Bestuurder H. de Groot CNV

Achtergrond

Aan de basis van het conflict lag de sinds 1 mei 1948 bestaande cao voor de zuivel, waarbij De Ommelanden geen partij was. Deze cao was in 1949 door het College van Rijksbemiddelaars algemeenverbindendverklaard.
Vanaf 1947 was er tussen de ANAB en de directie van De Ommelanden een meer dan 100 brieven bevattende correspondentie. Over loonkwesties, problemen met de toepassing van de cao (in het bijzonder de pensioenregeling) en de erkenning van de vakbeweging als overlegpartner. Een zeer onredelijk ontslaggeval leidde op 5 mei 1951 tot een korte staking. Na een gesprek tussen hoofdbestuurders van de ANAB en De Ommelanden werd een overeenkomst over bovengenoemde geschillen gesloten. Dat leidde toen tot beëindiging van deze staking.
Maar de gemaakte afspraken werden door het bedrijf niet nagekomen. Na een jaar van vergeefse pogingen de overeenkomst gerealiseerd te krijgen, stelde de ANAB – na twee vrijwel unanieme ledenvergaderingen in Groningen – hierover een ultimatum, dat op 21 augustus 1952 afliep. In de ochtend van de 21e augustus reikte de ANAB bij de ploegenwisseling aan de poort pamfletten uit met de tekst: “Schaart u met uw strijdende makkers achter ons hoofdbestuur in deze strijd voor erkenning van onze organisatie en een rechtvaardige regeling van uw sociale positie”. Ruim 170 werknemers, driekwart van het personeel, legden het werk neer. Een gesprek in de loop van de eerste dag an de staking tussen een delegatie van het bestuur van “De Ommelanden” en de ANAB bestuurders Lageveen en Van der Meer bracht geen oplossing.

Escalatie

Het geschil escaleerde in rap tempo. De stakers kregen ontslag op staande voet. Een bemiddelingsaanbod van de Groninger Commissaris van de Koningin Ebels werd door de directie van De Ommelanden afgewezen.

De directie begon met pogingen personeel te werven, de ANAB met acties deze onderkruipers te weren. In de Leeuwarder Courant van 26 augustus 1952 lezen we: “De vrouw van de directeur zag kans een centrifugist met haar auto de fabriek binnen te brengen, de centrifugist moest evenwel op de bodem van de auto gaan liggen om niet ontdekt te worden.” En verder: “Door het feit, dat thans ook het OVB, een zich van de EVC afgescheiden groepering, bij het Gewestelijk Arbeidsbureau te Groningen van deze staking heeft kennisgegeven, is het niet meer mogelijk voor het Gewestelijk Arbeidsbureau te bemiddelen.”
Postende stakers bij toegangspoort aan de Friesestraatweg

De directie van De Ommelanden meldt aan de pers dat werkwilligen half dood worden geslagen, maar de Groninger politie constateert dan nog geen mishandelingen, wel zijn er vaak oploopjes. Later werden wel enkele actievoerders door de kantonrechter voor geweldpleging en belediging veroordeeld. Door de rechter werd “smerige onderkruiper” wel als een belediging opgevat, “onderkruiper” daarentegen niet.
Begin september gaf de ledenvergadering van De Ommelanden machtiging de fabriek te verkopen. Veertien dagen daarna liet de ANAB bij de rechtbank beslag leggen op de fabriek om een pensioenvordering van fl. 30.000 veilig te stellen. Een uiterste bemiddelingspoging door de voorzitter van het College van Rijksbemiddelaars Mr. J.A. Berger, de vader van de latere burgemeester van Groningen, mislukte begin oktober 1952.
De NVV Bestuurdersbond in Groningen ondersteunde de ANAB. Zij riep eind september al haar 15.000 leden in stad en provincie op om niet te tolereren dat hand en spandiensten werden geleverd aan De Ommelanden. Er werd gepost worden bij de woningen van werkwilligen. Een monteur uit Rotterdam, die naar de fabriek wilde voor een reparatie aan een machine, werd door een Groninger taxichauffeur afgeleverd bij het stakingscentrum van de ANAB in hotel Frascatie bij het Groninger hoofdstation.

Met name Sake van der Ploeg, opgegroeid als zuivelarbeider in de Friese zuivelindustrie in Burgum en Wolvega en vakgroepsecretaris zuivel en stakingsleider van de ANAB bij De Ommelanden, zocht regelmatig de publiciteit. Onder meer door zich per advertentie beschikbaar te stellen als inleider op bijeenkomsten van de boeren.

Ook de directeur van de fabriek werd fysiek en publicitair overactief. Hij werd in het najaar van 1952 bij de poort van de fabriek op de bon geslingerd voor het hard inrijden op postende stakers en het bezit van een verlopen rijbewijs. De Groninger kantonrechter veroordeelde hem voor beide overtredingen tot elk zes gulden boete.

Sake van der Ploeg

Het conflict nam in de late herfst van 1952 verder in hevigheid toe. De directie probeerde in Noord-Nederland op grote schaal nieuw personeel te werven. Een personeelsadvertentie in de regionale dagbladen presenteerde arbeidsvoorwaarden alsof de inzet van de staking al was gerealiseerd en vroeg van nieuw personeel “de nodige karaktervastheid” en “overtuigd ingesteld tegen de revolutie”.
Een dergelijke combinatie van karakter en overtuiging leefde echter destijds in Groningen nauwelijks. Daarvoor leefde het gedachtegoed van de vooroorlogse voorzitter van de Groninger Bestuurdersbond en SDAP wethouder Eltjo Rugge in 1952 nog te sterk in de Groninger bevolking voort. Bovendien was de personeelsadvertentie niet geplaatst in Vrije Volk, eigendom van NVV en PvdA, toen de meest gelezen krant. Hoewel de Groninger editie wel veel informatie over de acties van de ANAB en de staking bij het zuivelbedrijf.

Oproer in Noordoost-Friesland

Rond de jaarwisseling nam de directie van De Ommelanden nieuwe initiatieven om personeel te werven, want de seizoenafhankelijke melkproductie zou binnenkort weer een sterke stijging vertonen. Directeur De Boer koos daarvoor het sterk en streng christelijk (Antirevolutionair) georiënteerde Noordoost-Friesland als wervingsgebied. De aan de grens van de provincie en aan de hoofdweg naar Groningen gelegen gemeente Achtkarspelen leek daarvoor geschikt. Deze gemeente kende destijds in de winter een hoge seizoenwerkloosheid in de agrarische sector.

Om personeel te werven, was de consistoriekamer van de gereformeerde kerk te Twijzel afgehuurd. De kerkenraad trok echter vlak voor de bijeenkomst zijn toestemming voor het gebruik van de zaal in. De bijeenkomst werd verplaatst naar een afgelegen woning in Kootstertille. Toen de stakingsleiding, bijeen in een café te Twijzel, dit ontdekte, verplaatsten de actievoerders en de aanwezige Rijkspolitie zich ook naar dit pand.

De ANAB verspreidde op grote schaal pamfletten en belegde informatiebijeenkomsten voor potentiële werkwilligen, onder meer in Kootstertille, Drogeham, Buitenpost, Twijzel en Zwaagwesteinde. Sake van der Ploeg, de Friese taal machtig, sprak de aanwezigen toe: “Werkwilligen worden door De Ommelanden betaald uit de pensioenen van de stakers”.

Personeelswerving

Psychologisch gezien, was belangrijk dat in deze vergaderingen de oorspronkelijk uit Twijzel afkomstige stakingsleider Koster van de ANAB actief was. Hij werd door de bevolking toch vooral gezien als “één van de hunnen”, wat daar in deze kwestie minstens zo zwaar woog als de uitgangspunten of geloofsbeschouwing van de vakbonden.
In deze drukbezochte vergaderingen nam een belangrijke Friese bestuurder van het CNV in Noordoost Friesland afstand van het beleid van de NCLB om de werving van personeel door De Ommelanden te steunen. De meerderheid van de bevolking in Achtkarspelen keerde zich tegen de werving van onderkruipers en de houding van de NCLB in het conflict.
In de volgende dagen werd de bus, die door De Ommelanden was ingezet om werkwilligen op te halen in verschillende plaatsen, begeleid door grote groepen demonstranten, waarbij ongeregeldheden optraden. Een enkele keer strandde de bus, zowel op de heen als de terugweg, op door de lokale bevolking neergelegde spijkerplanken en scherpe flessenhalzen.
Meestal kwam het aantal deelnemers aan de bustochten niet boven de tien man. Maar om in Achtkarspelen bij de demonstranten de indruk te wekken dat er grote belangstelling voor het werk bij De Ommelanden bestond, waren vanaf de fabriek in Groningen al mensen ingestapt voor een retourrit. Daardoor leek de bus tamelijk vol.

Vermeldenswaard is nog, dat de Metaalbewerkersbond van het NVV het ontstane sociale klimaat in Achtkarspelen aangreep om een eigen afdeling bij de scheepsbouw in Kootstertille op te richten.

De burgemeester van Achtkarspelen vaardigde een samenscholingsverbod uit voor meer dan vijf personen. Dat werd echter genegeerd door met groepen van twintig demonstranten te gaan staan bij de opstapplaatsen. “Het is met vijf man te koud”, was het argument tegenover de politie. Toen de demonstraties rond de bustochten aanhielden, werd op 12 januari 1953 op gemeentelijke publicatieborden in Kootstertille gedreigd van vuurwapens gebruik te maken. Zover kwam het echter niet.

Politiebewaking onderkruiper in Achtkarspelen
 
Arbitragevoorstel Ruppert

Onverwacht accepteerden de partijen op 21 januari 1953 een arbitragevoorstel van CNV-voorzitter Ruppert. Factoren die een rol hebben gespeeld kunnen als volgt worden omschreven.
Het CNV was duidelijk geworden dat een belangrijk deel van zijn leden in Noordoost-Friesland zich tegen de rol van de NCLB in het conflict keerde. De ANAB was bang dat de staking zich zou uitbreiden tot andere sectoren dan de zuivel. Dat zou een landelijke inzet van het NVV, om de consumptiebeperking (ingesteld door het eerste kabinet-Drees), met een algemene loonronde ongedaan te maken, kunnen doorkruisen.
De Ommelanden moest erkennen dat de pogingen werknemers in Friesland te werven waren mislukt. Daarnaast waren, vanwege het sociale klimaat in het bedrijf, een aantal belangrijke leidinggevenden vertrokken. Het werd steeds moeilijker nog een minimale productie in stand te houden. Losse melkleveranciers gingen de melk aan andere bedrijven leveren. Ook bij sommige leden van de coöperatie groeide de onrust over de lengte van het conflict.
De arbitragecommissie bestond uit de professoren in het privaat- of arbeidsrecht Albregts, De Gaay Fortman en Levenbach. Albregts kwam uit de katholieke werkgevershoek en was in het tweede kabinet-Drees als minister zonder portefeuille belast was met het beleid inzake productiviteitsbevordering voor de KVP. De Gaay Fortman was een jong kroonlid van de SER, actief in de ARP en docent aan de kaderschool van het CNV. Levenbach was lid van het College van Rijksbemiddelaars, een linkse sociaaldemocraat en voor de oorlog docent aan de Troelstraschool van SDAP en NVV. Kortom, een commissie die in staat moest worden geacht “een hoge dijk rond de klotsende polder te bouwen”. Zij vroegen de beide partijen om in een nota hun zienswijze op het conflict te geven.
De ANAB gaf een nuchtere opsomming van de voorgeschiedenis en de aanleiding tot de staking. De directeur van De Ommelanden formuleerde een uitvoerig schotschrift, hoofdzakelijk over de terreur van de stakingsleiding en de stakers. Een fragment van een zin hieruit luidt: “Er is in al deze maanden door stakers en stakingsleiding op allerlei manieren gescholden, gedreigd, getreiterd, gevolgd, geschimpt, geslagen, mishandeld, half dood geslagen, auto’s in een valstrik gelokt of in een diepe bermsloot gedirigeerd”. En op deze wijze ging het schotschrift nog ruim 500 woorden door.
De uitspraak in het geschil was op 6 maart 1953. De staking moest worden beëindigd, er was een ingewikkelde procedure voorgeschreven voor de tewerkstelling van de stakers en De Ommelanden werd verplicht de cao toe te passen, waarbij het niet naleven van de landelijk voorgeschreven pensioenregeling zwaar woog. De ANAB en de directie verklaarden beide het bindend advies te respecteren. Maar directeur De Boer liet in de pers doorschemeren zich wel bedrogen te voelen door CNV-voorzitter Ruppert.

Uitvoering arbitragebesluit

Vanwege de tegenwerking door de directeur bij de tewerkstelling van de stakers besloot stakingsleider Sake van der Ploeg bij de rechtbank een boete van De Ommelanden te vorderen van fl. 246.000. Dit op grond van overtredingen van de arbitrage. Later, toen de directie de opgelegde herintreding van de stakers bleef saboteren, verhoogde hij de gevorderde boete bij de rechtbank nog eens met fl. 10.000 per dag. Ook nam hij informeel contact op met individuele bestuursleden van De Ommelanden.
Dit had tot gevolg dat het bestuur van De Ommelanden de ANAB op 13 april 1953 uitnodigde voor een bespreking. Zodra hij dit vernam, verzond De Boer nog dezelfde dag een circulaire aan de boeren, waarin hij meedeelde dat hij voor dit overleg geen verantwoordelijkheid wilde dragen. Tegelijkertijd gooide hij olie op het vuur door – zonder medeweten van het bestuur – aan de boeren een sterk vervroegde nabetaling van totaal circa fl. 200.000. te doen. Gebruikelijk werd zo’n nabetaling pas in de zomer uitgekeerd.
Op 13 april kwamen het bestuur van De Ommelanden en de ANAB tot een akkoord over de herintreding van de in het bindend arbitrageadvies genoemde stakers. De directeur en de voorzitter van het bestuur legden hun functie neer. Er werd door een meerderheid in de rest van het bestuur een interim-directie aangesteld.
Maar De Boer bleef leiding geven aan verzet tegen het akkoord. Daarbij kwam het tot wilde tonelen op de ledenvergadering van de boeren. Voor deze bijeenkomst had de interim-directie ook de ANAB uitgenodigd een toelichting te komen geven. Toen Sake van der Ploeg de zaal betrad, klonk echter een zodanig geloei, dat de ANAB-delegatie haastig de zaal weer verliet. De ledenvergadering koos daarna in meerderheid, maar niet geheel reglementair, een nieuw bestuur. Samen met ex-directeur De Boer trachtte dit nieuwe bestuur het kantoor van De Ommelanden te bezetten. Deze bezetting mislukte door een ingreep van de telefoniste van het kantoor, die de telefooncentrale van het bedrijf buiten werking stelde, waardoor alle communicatie in en buiten het bedrijf onmogelijk werd.
In een door de interim-directie aangespannen korte geding op 23 mei 1953 werd ex-directeur De Boer de toegang tot het bedrijf ontzegd. De interim-directie schakelde politiebeveiliging van het bedrijfsterrein in, omdat een aantal verhitte boeren dreigde de fabriek in puin te slaan.
De heer De Boer bleef echter onder de schuilnaam Journalist de boeren met verdachtmakingen over de interim-directie en de ANAB bestoken. Dit leidde ertoe, dat in de zomer van 1953 in emotionele ledenvergaderingen ( “Het was vanwege het vele gehuil en gescheld van de boeren niet mogelijk het verloop van de vergadering te volgen” schreef de Leeuwarder Courant) een nieuw bestuur werd gekozen en de interim-directie opstapte. De Boer werd uiteindelijk op 3 oktober 1953 door een meerderheid van de ledenvergadering in zijn functie herbenoemd. De ANAB had enkele dagen daarvoor met het bestuur een overeenkomst gesloten over de pensioenkwestie. Omdat daarmee de inzet van de staking was gerealiseerd kon het conflict als beëindigd worden beschouwd.

Ten slotte

Directeur F. de Boer verdween korte tijd later toen De Ommelanden in beheer kwam bij de Coöperatieve Condensfabriek Friesland. Hij overleed eind november 1961 op 67-jarige leeftijd en werd in alle stilte op de begraafplaats in Haren begraven.
Voor Sake van der Ploeg was het succes van de staking bij De Ommelanden het begin van een langdurige carričre in de vakbond en de PvdA. In 1971 werd hij echter van een verkiesbare plaats op de Groningse Tweede Kamerlijst van de PvdA geweerd. Dit zal bij hem, zeker vanwege zijn rol bij de zuivelstaking in Groningen bijna 20 jaar eerder, wrange gevoelens hebben opgeroepen. Hij moest niet veel later vanwege een intern conflict, zijn positie als voorzitter van de vakbond opgeven.
Hij werd midden zeventiger jaren PvdA-burgemeester van het Groningse Oude Pekela, waar hij als Fries niet leek te kunnen aarden. Het moet voor hem, nadat hij eerder was uitgescholden als ‘revolutionair’, vreemd zijn geweest nu te worden uitgescholden als ‘rechtse sociaaldemocraat’.
Dat gebeurde in het politieke klimaat dat eind jaren zestig in Oude Pekela was ontstaan, waar onder leiding van F. Meis een betrekkelijk korte actie werd gewonnen in de kartonindustrie. Waarbij (net als in 1953 in Achtkarspelen voor Sake van Ploeg) doorslaggevend was, dat Meis in Pekela vooral werd gezien als “één van de hunnen” en niet in eerste instantie als een geharde bolsjewiek. Sake van der Ploeg nam eind zeventiger jaren vanwege zijn gezondheid ontslag als burgemeester. Hij overleed in 1985 in Drachten.
Zuivelfabriek De Ommelanden werd in 1995, na een korte staking over het sociaal plan, gesloten. In de voormalige bedrijfspanden, tegenwoordig gelegen midden in de stad Groningen, krioelt het sindsdien van allerlei nieuwe vormen van ondernemingslust.
Het is voor de vakbeweging nog een hele uitdaging de organisatiegraad op het voormalige fabrieksterrein weer terug te brengen op het niveau dat het midden vorige eeuw had. Misschien kan – 25 jaar na zijn overlijden – de bevestiging van een eenvoudige plaquette op het Ommelandenterrein, met daarop enige informatie over de staking en de rol van Sake van der Ploeg, daarbij behulpzaam zijn.
Cor Uitham
01-05-2009
Gebruikte literatuur
J. J de Wit, Correctie op de eeuwgrens, Van Gorcum & Comp, Assen (1957). Deze publicatie is een bewerkte versie van een kwalitatief sociaal-psychologisch afstudeeronderzoek onder alle betrokken groepen bij de staking. En als zodanig één van de meest geslaagde voorbeelden van modern actiegericht onderzoek, dat pas 20 jaar later bij Groninger universiteit in zwang zou komen.Leeuwarder Courant Leeuwardercourant Database Stakingen in Nederland, Sjaak van der Velden, IISG J.G. Bakker, Koemelkers rondom Groningen, een doctoraal scriptie, Wageningen/Sauwerd 1955 Cajo Brendel, Staking in het Groningerland, Onvoltooid Verleden, editie 9, 2000, De Spiegel, Christelijk Nationaal Weekblad, No. 5 – 1 Nov. 1952K. Drijfholt, heruitgave “De Ommelanden”, 11-11-2007