Het geheugen van de vakbeweging

De Spaanse Burgeroorlog en de Nederlandse vakbeweging

Een globaal overzicht

Vanaf begin 1936 werd Spanje geregeerd door een Volksfront van socialisten en communisten. Dit Volksfront wekte afschuw en angst bij de ‘behoudende’ Spanjaarden. In juli 1936 greep generaal Franco de macht in Spaans-Marokko. Vervolgens stak hij met zijn leger de Straat van Gibraltar over. Franco maakte daarbij gebruik van transportvliegtuigen die Hitler hem had gestuurd. De burgeroorlog (1936-1939) was een feit. Aan Franco’s kant schaarde zich een aantal generaals, plus een deel van het Spaanse leger. Andere aanhangers van Franco waren onder meer de Falangisten (fascisten in Spaanse stijl) en de Carlisten (fanatieke katholieke ‘traditionalisten’). Franco’s doel was een ‘herboren Spanje, dat ‘gezuiverd’ zou zijn van allerlei goddelozen, zoals communisten, socialisten, liberalen, anarchisten. Het anarchisme was in Spanje een politieke en sociale beweging van niet geringe omvang. Gedreven door het ideaal van linkse solidariteit kwamen vanaf het najaar van 1936 tienduizenden vrijwilligers uit Europa, de Verenigde Staten en Canada naar Spanje. Zij wilden de Republiek te hulp snellen, en meevechten tegen het Franco-fascisme. Bij deze antifascistische ‘Internationale Brigades’ waren ook honderden Nederlanders. De naar Nederland terugkerende Spanje-gangers (strijders en medische hulpverleners) kregen te horen dat ze hun Nederlanderschap kwijt waren, omdat ze ‘in vreemde krijgsdienst waren getreden’. Sociaalhistoricus Kees Rodenburg beschrijft hier de betrokkenheid van de Nederlandse vakbeweging.

Edo Fimmen, ITF-secretaris, organisator van verzetsnetwerk tegen Franco en HitlerEdo Fimmen, ITF-secretaris, organisator van verzetsnetwerk tegen Franco en Hitler

 
“De ogen van geheel Europa, ja van de gehele wereld zijn gevestigd op de bloedige burgeroorlog in Spanje. Slechts weinigen vergenoegen zich met de rol van den neutralen toeschouwer (…).” Zo begint de brochure Ons woord over Spanje die in een oplage van 1.800.000 exemplaren op 21 augustus 1936 werd verspreid door de gezamenlijke besturen van SDAP en NVV. De brochure van acht pagina’s wilde vooral benadrukken dat steun van de kant van deze organisaties aan slachtoffers van de oorlog niet moest worden opgevat als steun voor links-extremistische tendensen in Spanje. Immers, in Nederland werd in rechtse kring de burgeroorlog gemakshalve gereduceerd tot een strijd tussen fascisme en communisme.  Verderop in de brochure lezen we dan ook: “In sommige bladen heeft men zich zeer opgewonden over het feit dat het N.V.V. en de S.D.A.P. zich bereid hebben verklaard om deel te nemen aan een steunactie van hun internationale verbindingen tot leniging van de nood der slachtoffers van de burgeroorlog.” Met “sommige bladen” zullen waarschijnlijk De Telegraaf en katholieke kranten zijn bedoeld. Die hadden namelijk beweerd dat het NVV en de SDAP geld inzamelden om de roden te bewapenen. Belachelijke laster natuurlijk, schrijven de besturen. 

Internationale steun

De internationale steunactie waarop in de brochure wordt gedoeld, was het resultaat van een bijeenkomst in Parijs op 28 juli 1936 van de besturen van de Socialistische Arbeiders Internationale (SAI) en het Internationaal Verbond van Vakverenigingen (IVV) over de situatie in Spanje. SDAP en NVV waren daar ook vertegenwoordigd geweest. In de slotverklaring werd opgeroepen om morele en materiële steun te verlenen. In de praktijk hield de SDAP zich aanvankelijk qua steun duidelijk op de achtergrond. Dit hield verband met de beoogde coalitievorming (na de verkiezingen van 1937) met de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP). Het NVV daarentegen fourneerde uit de kas onmiddellijk 10.000 gulden aan het Internationaal Steunfonds van SAI en IVV om tegemoet te komen aan de meest dringende humanitaire noden in Spanje. Een jaar later was de steun van het NVV al tot 100.000 gulden opgelopen. In augustus 1937 startten NVV en SDAP – die na de mislukte coalitieonderhandelingen wat soepeler was geworden – gezamenlijk een actie onder de leden voor een tehuis voor Spaanse kinderen in Frankrijk. Dit leverde 85.000 gulden op. Een tweede actie voor Spaanse kinderen in de zomer van 1938 werd grootser opgezet met een opbrengst van 125.000 gulden. Begin 1939 stuurden beide organisatie opnieuw geld, maar nu vooral voor de vluchtelingen. Van morele steun kwam niet zoveel terecht: af en toe organiseerden beide organisaties bijeenkomsten, zoals tijdens de Spanje-week van begin augustus 1937. Later die maand riepen ze op tot een demonstratieve vergadering in de tuin van het Volksgebouw te Amsterdam onder de titel: “Spanje in nood”.

Edo Fimmen

Bijzondere vermelding verdient in dit verband de markante figuur van Edo Fimmen (1881-1942). Fimmen, een begenadigd organisator, had het tijdens de Eerste Wereldoorlog tot secretaris van het NVV gebracht. In 1919 was hij betrokken bij de oprichting van het IVV, waarvan hij vervolgens secretaris werd tot 1923. Tijdens de oorlog waren de burelen van het NVV de wijkplaats van de Internationale Transportarbeiders Federatie (ITF) geweest. Zo raakte hij na de oorlog ook betrokken bij de wederopbouw van de ITF die eveneens in Amsterdam was gevestigd. Ook van de ITF werd hij secretaris. Fimmen vatte de taak van beide organisaties ruimer op dan alleen de behartiging van vakbondszaken: er moest ook strijd gevoerd worden tegen militarisme, kapitalisme, imperialisme en fascisme. Na de machtsgreep van de Nazi’s zette Fimmen met zijn medewerkers van de ITF een uitgebreid illegaal netwerk op in Duitsland, dat ook tijdens de Spaanse burgeroorlog actief was: havenwerkers probeerden wapentransporten te blokkeren en gaven gegevens over militaire transporten door. Matrozen die Spaanse havens aandeden, verzamelden militaire gegevens die via de ITF aan de Republiek werden doorgegeven. Al op 28 juli 1936 had de ITF een oproep gedaan aan aangesloten organisaties om wapentransporten naar de rebellen te verhinderen, wat bij voorbeeld in de haven van Antwerpen gelukte. Ook zamelde men geld in om de families van gesneuvelde of gevangen genomen Spaanse transportarbeiders bij te staan. In september 1936 vaardigde Fimmen zijn naaste medewerker Nathan Nathans af naar Spanje om poolshoogte te nemen. Nathans deed van die reis verslag in een brochure.

De Confessionelen

Het NVV was met  bijna 300.000 leden (in 1936) het  grootste vakverbond van Nederland. Het Rooms-Katholiek Werkliedenverbond  (RKWV) was een goede tweede met ruim 100.000 leden minder. Van dit RKWV was De Volkskrant de spreekbuis. Deze krant maakte net als de meeste andere katholieke bladen geen geheim van haar positie ten opzichte van de burgeroorlog. Op 4 augustus 1936 kopte het op de voorpagina: “Rood gespuis terroriseert de stad”, over de toestand in Madrid. We zullen de rooms-katholieke arbeidersbeweging dus geen overdreven sympathie jegens de Spaanse Republiek toedichten. Het kleinere Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV, ruim 100.000 leden) sprak zich in de jaren ‘30 nadrukkelijk uit tegen het nationaalsocialisme. Een recent verschenen historisch overzichtswerk over dit vakverbond (CNV : 100 jaar een vakverbond met idealen) maakt echter van een positiebepaling ten opzichte van Spanje geen gewag. In protestantse kring voelde men zich in het algemeen weinig betrokken bij de strijd in Spanje.

Nationaal Arbeidssecretariaat

Met 12.000 leden was het Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS) in 1936 een kleine organisatie. De oprichting van het NAS in 1893 was een gevolg geweest van een oproep van de Tweede Internationale om op nationaal niveau de klassenstrijd van de vakbonden te coördineren. Begin jaren ‘20 bracht brede sympathie binnen haar gelederen voor de Russische Revolutie de organisatie in communistisch vaarwater. Vanuit Moskou aangestuurde machinaties leidden echter tot een breuk met de Communistische Partij Holland (CPH). In 1936 was Henk Sneevliet – oprichter van de communistische partijen van Indonesië en China, maar inmiddels dissident communist geworden – voorzitter van het NAS. Hij zat ook in de leiding van de Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij (RSAP) die zich sterk identificeerde met de dissidente communisten van de Partido Obrero de Unificación Marxista (Arbeiderspartij van Marxistische Vereniging, POUM).
NAS en RSAP trokken voor wat betreft Spanje samen op en het blad van het NAS De Arbeid berichtte uitvoerig over de ontwikkelingen in Spanje. Sneevliet bezocht in oktober 1936 Barcelona, waar hij van de POUM te horen kreeg dat men niet zozeer aan vrijwilligers als wel aan geld, materiaal en militaire specialisten behoefte had. Terug in Nederland voerde hij actief propaganda om politieke en financiële hulp te verwerven. Eind november werd het comité “Rood Spanje” opgericht waaraan naast de RSAP onder meer ook het NAS, de NAS-Vrouwenbond, het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (NSV), de Syndicalistische Vrouwenbond en de syndicalistische jongeren deelnamen. Dit comité zamelde in eigen kring geld in (tot mei 1937 ruim 14.000 gulden) voor hulp in natura, en organiseerde voorlichtingsbijeenkomsten. Na de gebeurtenissen in Barcelona, waar in mei 1937 een volksopstand uitbrak tegen de groeiende invloed van de stalinisten, beperkte “Rood Spanje” zich voornamelijk tot steun aan de vervolgde leden van de POUM, waarop het NSV zich terugtrok. Een toenaderingspoging van het comité naar de politiek onafhankelijke commissie “Hulp aan Spanje” om gezamenlijk steun te verlenen aan de politieke gevangenen in de Republiek mislukte.

Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (NSV)

Het NSV (opgericht in 1923 en met circa 2.000 leden in 1936) was een anarcho-syndicalistische afsplitsing van het NAS en was solidair met de grote en machtige Spaanse Confederación Nacional del Trabajo (Nationale Confederatie van de Arbeid, CNT, meer dan één miljoen leden) en met de sociale revolutie die zich voltrok in de delen van republikeins Spanje waar de CNT veel invloed had. Deze sociale revolutie – de vorming van collectieven op het platteland en arbeiderszelfbestuur in de fabrieken – werd door de Communistische Partij met alle haar ten dienste staande middelen, waaronder militaire, bestreden.
Albert de Jong, bestuurslid van de NSV en redacteur van het NSV-blad De Syndicalist, bezocht Spanje begin 1937 en zorgde er voor dat zijn blad op ruime schaal informatie verschafte over de ontwikkelingen in Spanje. De CNT had geen behoefte aan buitenlandse vrijwilligers, want ze beschikte over voldoende mankracht. Belangrijker voor haar was dat de geestverwanten in het buitenland bekendheid aan het werk van de CNT en de sociale revolutie gaven. In de loop van de burgeroorlog werd De Syndicalist ook een platform voor kritiek op het door de CNT gevoerde beleid, onder andere naar aanleiding van haar regeringsdeelname. Na zijn breuk met het comité “Rood Spanje” zette het NSV samen met de Federatie van Anarchisten in Nederland een nieuw comité op, “Helpt Spanje”. Last but not least: de Spaanse burgeroorlog leidde in libertaire kring in Nederland tot een scheiding der geesten betreffende het gebruik van geweld in een revolutionaire situatie.
Kees Rodenburg

Geraadpleegde literatuur

“Ons woord over Spanje”, uitgegeven door SDAP en NVV (Amsterdam 1936).
Maarten Prak, ‘Buitenlandse Zaken : de SDAP en de Spaanse burgeroorlog  1936-1939’, in: Het zesde jaarboek voor het democratisch socialisme (Amsterdam 1985).
Hans Schoots,  Edo Fimmen. De wereld als werkterrein (Amsterdam 1997).
Nathan Nathans, El transporte en la guerra. Informe de la visita realizada a Espańa en septiembre de 1936 (Madrid 1937).
S. Mok, De vakbeweging. Ontwikkelingsschets en problemen (Amsterdam 1947).
Piet Hazenbosch, CNV, 100 jaar een vakverbond met idealen (Amsterdam 2010).
Pim Griffioen e.a., “En gij…wat deed gij voor Spanje?” Nederlanders en de Spaanse burgeroorlog 1936-1939 (Amsterdam 1992).
Max Perthus (red.), Voor Vrijheid en Socialisme. Gedenkboek van het Sneevliet Herdenkingscomité (Rotterdam 1953).
Max Perthus, Henk Sneevliet, revolutionair-socialist in Europa en Azië (Nijmegen 1976).
Jos Spijkers, Het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, 1927-1940. Deel II, oproeien tegen de stroom 1932-1940 (Nijmegen 1979, doctoraalscriptie).
Margreet Braams e.a., “Wat dunkt u van Spanje?”Nederlanders en de Spaanse Burgeroorlog 1936-1939 (Amsterdam 1984).
Volkert Bultsma en Evert van der Tuin,  Het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond 1923-1940 (Amsterdam 1980).
Rudolf de Jong, “Over mijn vader Albert Andries de Jong (1891-1970)”, in: Mededelingenblad. Orgaan van de Nederlandse Vereniging tot beoefening van de Sociale Geschiedenis, nr. 39, 1971.