Het geheugen van de vakbeweging

De nevenactiviteiten van de ANDB in haar eerste periode

Doelbewust of franje?

Bij een eerste blik op het uitgebreide archief van de ANDB vallen meteen diverse nevenactiviteiten op: concerten van eigen koor en fanfare, een eigen drukkerij en bibliotheek en vooral heel veel zogenoemde cursusvergaderingen over de meest uiteenlopende onderwerpen. in haar mastersscriptie vraagt Elly Welgraven zich af of er inderdaad veel nevenactiviteiten waren en wat ze in hielden? Had de bond daar een speciale bedoeling mee? Kwamen de initiatieven daarvoor voort uit de leden of de bondsleiding? Met haar onderzoek wil zij een indruk krijgen van de betekenis van het lidmaatschap van de ANDB in zijn beginperiode. In dit slothoofdstuk trekt zij haar conclusies over de betekenis van de nevenactiviteiten voor de bond en zijn leden.

Advertentie waarin het boek over de geschiedenis van de Engelse vakbeweging van Sidney en Beatrice Webb in de vertaling van Henri Polak wordt aangebodenAdvertentie waarin het boek over de geschiedenis van de Engelse vakbeweging van Sidney en Beatrice Webb in de vertaling van Henri Polak wordt aangeboden


Conclusie

Zoals ik in mijn inleiding heb gesteld, heb ik in deze paper geprobeerd de vraag te beantwoorden of er inderdaad zoveel nevenactiviteiten werden georganiseerd en of deze een bepaald doel hadden, naast de gebruikelijke kerndoelen van een vakbond.
Voor het beantwoorden van het tweede deel van deze vraag heb ik veel gehad aan de secundaire bronnen, zoals de boeken van Dennis Bos en Salvador Bloemgarten. Daaruit heb ik kunnen opmaken dat de leiding van de ANDB inderdaad een belangrijk nevendoel had: de opvoeding van de diamantbewerkers tot ontwikkelde arbeiders, zich bewust van hun rol in de vorming van een socialistisch samenleving. Tegelijkertijd was er volgens de leiding, voor de als ruw bekendstaande diamantbewerkers een beschavingsoffensief nodig om tot een gezondere en beschaafdere levensstijl te komen. Denk daarbij aan het drankmisbruik en de slechte hygiëne van lijf en leefomstandigheden. Deze zaken speelden zich vooral in het heden af. Dat gold volgens mij ook in grote mate voor de ontwikkeling van de arbeiders. Hoewel het uiteindelijke doel van de ontwikkeling was om tot bewuste socialistische arbeiders te komen, lijkt ook dit veelal bedoeld te zijn om de kwaliteit van het leven van de arbeiders in de tegenwoordige tijd te bewerkstelligen. Eerder heb ik duidelijk gemaakt dat de ANDB-leiders ook wat betreft hun kerndoelen kozen voor verbetering van de arbeidsomstandigheden en lonen binnen de huidige kapitalistische samenleving. Ook kozen ze politiek gezien voor de parlementaire weg om tot een betere situatie en emancipatie van de arbeiders te komen. Bovendien, zo valt in dit zelfde hoofdstuk te lezen, gaf Polak ook om de kunst om de kunst zelf en wilde hij die belangstelling maar al te graag delen.
Het opvoedende doel leidde tot een patriarchale stijl van leidinggeven, waarbij de leden constant werden vermaand en opgevoed. Af en toe was er verzet, zoals het in eerste instantie niet herkozen worden van het bestuur, maar in de meeste gevallen leken de leden deze opvoeding zich te laten welgevallen. Deze stijl van leidinggeven leidde ook tot het feit dat de meeste initiatieven voor nevenactiviteiten vanuit de leiding kwamen. Ik ben nauwelijks initiatieven vanuit de leden tegen gekomen. Hun betrokkenheid blijkt wel uit de vele schenkingen aan het vakbondsgebouw en de tweezijdige communicatie in Het Weekblad. Regelmatig verschenen er brieven met reacties op artikelen of tips voor elkaar.
Ook op het eerste deel van de vraag of er inderdaad zoveel nevenactiviteiten waren, kan ik met een volmondig ´ja` antwoorden: ik heb verslag gedaan van alle activiteiten die ik in het archief van de ANDB  heb gevonden. Deze variëren van bijzondere ondersteunende activiteiten, vieringen, vrijetijdsbestedingen, tot educatieve activiteiten. Ook de stenen overblijfselen, zoals het bondsgebouw en het sanatorium, en allerlei andere uitingsvormen van de bond, zoals gedichten, pamfletten, en banieren heb ik onderzocht volgens de methode van Theda Skocpol, om er achter te komen of de bond zich met meer bezighield dan alleen de gebruikelijke kerndoelen. Wat het laatste betreft: de vieringen, gedichten, banieren en het vakbondsgebouw, beelden vooral socialistische waarden uit, zoals trots op henzelf en de bond, strijdbaarheid en solidariteit.
Vooral de educatieve activiteiten passen naadloos bij het gestelde doel van opvoeding van de arbeiders. En dat waren er veel: culturele voorstellingen, cursusvergaderingen, talloze educatieve artikelen in Het Weekblad, de bibliotheek en de leesclub, allen bedoeld om de diamantbewerkers te ontwikkelen en hen oog te geven voor de schoonheid van kunst en wetenschap. Hoe succesvol al deze activiteiten waren is moeilijker te meten. Henri Polak noemt de belangstelling wel in zijn verslagen van activiteiten, maar hij is natuurlijk geen objectieve bron. Hij meldde wel eerlijk als het aantal deelnemers tegenviel. Ook Maatschappelijk Werk klaagde af en toe over gebrek aan inschrijvingen. Wat betreft de bibliotheek heb ik wel veel aanmaningen om boeken terug te brengen gevonden, maar dat kan net zo goed betekenen dat ze de boeken vergaten te lezen. Het enige objectieve bewijs voor grote deelname heb ik gevonden bij de Wagner-lezingen.
Bewijs dát de leden zich ontwikkelden vond ik vooral in de secundaire literatuur bij Bloemgarten, Van der Woud en bij Selma Leydesdorff. De laatste noemde de diamantbewerkers na het tien jaar lang ondergaan van de beschavingen van Polak, een arbeiderselite. Ze kwamen, zo beschreef ik in hoofdstuk 1, ook van heel ver. Van arme veelal oranjegezinde eenvoudige arbeiders, vaak afhankelijk van kerkelijke liefdadigheid en bekend staand als ruig volk, ontwikkelden de diamantbewerkers zich, zo blijkt in ook uit hun gedichten, gebouwen en vieringen, tot solidaire arbeiders, trots op zichzelf en op hun bond.
De conclusies samenvattend: de ANDB had naast haar kerndoelen een belangrijk ander doel:  het opvoeden van de diamantbewerkers tot ontwikkelde socialistische arbeiders. Daartoe organiseerden zij vele specifieke educatieve activiteiten, maar het opvoeden klonk bijna in al haar handelingen door. Hoewel ik niet veel bewijzen voor grote deelname heb gevonden, lijken ze daar na een aantal jaren redelijk in geslaagd te zijn. Met die kanttekening dat het uiteindelijk toch vooral vorm heeft gekregen in kwaliteitsverbetering in vele opzichten van het leven in het heden van de diamantbewerkers. De socialistische heilstaat, zo weten wij inmiddels, is er ook nooit gekomen. De verwachting daarvan was wel een grote inspiratiebron van de ANDB.