Het geheugen van de vakbeweging

De nevenactiviteiten van de ANDB in haar eerste periode

Doelbewust of franje?

Bij een eerste blik op het uitgebreide archief van de ANDB vallen meteen diverse nevenactiviteiten op: concerten van eigen koor en fanfare, een eigen drukkerij en bibliotheek en vooral heel veel zogenoemde cursusvergaderingen over de meest uiteenlopende onderwerpen. in haar mastersscriptie vraagt Elly Welgraven zich af of er inderdaad veel nevenactiviteiten waren en wat ze in hielden? Had de bond daar een speciale bedoeling mee? Kwamen de initiatieven daarvoorvoort uit de leden of de bondsleiding? Met haar onderzoek wil ik een indruk krijgen van de betekenis van het lidmaatschap van de ANDB in zijn beginperiode. In dit hoofdstuk worden het ontstaan en de eerste jaren van de ANDB beschreven.

Vaandel Algemene Nederlandse Diamantbewerkers BondVaandel Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond


Ontstaan van de ANDB

Polak en De Levita richtten zich in eerste instantie op de reeds bestaande Nederlandse Diamantbewerkersvereniging(NDV). Deze vereniging, geďnitieerd door de SDB met medewerking van Jan van Zutphen en Herman Kuyper, was aanvankelijk socialistisch[1], maar nu in naam neutraal. Waarschijnlijk om de joodse én christelijke diamantbewerkers, die in het kielzog van Van Zutphen volgden, makkelijker te bereiken. Naast de NDV bestond al sinds eind zestiger jaren ook de HWV, de Handwerkers Vriendenkring.[2] Deze vereniging was nadrukkelijk neutraal en probeerde binnen de bestaande maatschappij de leef- en werkomstandigheden van de vooral joodse diamantbewerkers te verbeteren. Belangrijke leider Heiman Barnstein meende dat dat het beste op internationaal niveau kon gebeuren.
Beide organisaties vonden elkaar op het internationale congres van diamantbewerkers in Antwerpen op 2 juni 1894. Belangrijkste punt van dit congres was het toenemende aantal leerlingen. Deze waren, zoals uitgelegd, aangetrokken door de betrekkelijk hoge lonen tijdens de Kaapse periode, maar drukten de lonen nu de tijd een stuk minder florissant was. Volgens Van Tijn[3] was ook juist die precaire situatie een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van de ANDB: door het niveau van de lonen te bewaken vormde de bond een tegenwicht tegen de kartels in ruwe en geslepen diamanten. Sommige juweliers/werkgevers zouden dat al vanaf het begin in de gaten hebben gehad. Hoe dan ook, iedereen op het congres was zich ervan bewust dat het aanbod van arbeidskrachten omlaag moest en vervolgens beheerst moest worden. Ander belangrijk punt was de vaststelling van een internationaal minimumtarief. Ook dat was van het grootste belang voor het bewaken van het loonniveau, omdat werkgevers gemakkelijk uitweken naar het buitenland als daar de tarieven lager waren. Algemeen werd nog afgesproken tot een internationale diamantbewerkersbond te willen komen.
Barnstein was meteen enthousiast voor dit laatste punt en richtte samen met de NDV al in juli het Internationaal Comité op. De Verstellers-, en Briljantsnijdersvereenigingen sloten zich in september 1894 hierbij aan. Volgens Jos Loopuit vooral ingedutte verenigingen, ontstaan in de 60er en 70er jaren.[4] Ook Van der Velde doet er licht badinerend over.[5] Het was even stil, totdat er begin november spontaan stakingen ontstonden op christenfabrieken in de Jordaan en de Pijp. Aanleiding was de lage beloning. Steeds meer diamantbewerkers sloten zich aan, en trokken onder leiding van Jan van Zutphen naar de Parkschouwburg. Barnstein en Polak snelden toe en er werd door een haastig opgericht stakingscomité een algemene staking uitgeroepen.[6] Polak en Van Zuthpen werden de onbetwiste stakingsleiders en kwamen dagen niet meer uit hun kleding. Belangrijkste eis was uiteraard het verhogen en vastleggen van het slijperstarief. De staking werd een groot succes, de juweliers gingen en masse overstag en kwamen zelfs de steunkas voor de stakers spekken: “De vrees voor represailles van den kant van der werklieden, die zij zo lang zo onmeedogend hadden geknecht zat er diep in”, aldus Polak.[7] De tijd was rijp: anderhalve week later, op 18 november 1894 werd de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond opgericht.

De eerste jaren en de kerndoelen van de ANDB

Meteen na deze succesvolle staking werd het zogenoemde Hoofdcomité opgericht, enkele maanden later werd het comité omgedoopt tot Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond. Polak werd voorzitter, Jan van Zutphen vicevoorzitter en Herman Kuyper secretaris. Ze stonden meteen voor een belangrijke beslissing: wordt het een socialistische of een neutrale bond? Omdat iedereen ervan doordrongen was dat ze in eerste instantie vooral een machtsblok moesten vormen tegenover de werkgevers, kozen ze het laatste. Iedereen, socialistisch of liberaal, christelijk of orthodox-joods, moest zich thuis moest voelen bij de nieuwe bond.[8] De neutraliteit werd vastgelegd in artikel 2 van de algemene statuten: “De ANDB beoogd de bevordering der stoffelijke en zedelijke belangen der diamantbewerkers, met terzijdestelling van alle godsdienstige, politieke en andere die belangen niet onmiddellijk rakende quastiën”. In 1902 werd dit artikel geschrapt en werd de ANDB openlijk socialistisch.[9]
Zover waren de kersverse bestuurders nog lang niet. Allereerst moest er een stevige organisatie neergezet worden. Dat gebeurde globaal naar Engels voorbeeld: een redelijk hoge contributie (één gulden per week) voor de financiering van de weerstandskas en een goed functionerende administratie. Van dat geld werden ook de professionele bestuurders en een weekblad betaald. Polak, Kuyper en Van Zutphen kregen 24 gulden per week, volgens Polak het gemiddelde loon dat een diamantbewerker hoorde te verdienen. Het eerste nummer van Het Weekblad, zo ging het ook heel nihilistisch heten, lag er al aan het eind van de eerste maand.[10] In dit nummer was veel aandacht voor het lid worden en klachten over leden die nog niet het beloofde extra geld in de weerstandskas hadden gestort. Polak, die ook redacteur werd van deze krant, maakte zich nog bozer over vakgenoten die toch onder het afgesproken loon waren gaan werken.
Na de oprichting volgde een periode van strijd waarin de werkgevers, vooral de kleinere juweliers en eigenwerkmakers, en vakbond elkaar telkens uitdaagden om  hun macht te vestigen.[11], [12] Belangrijke methode van de werkgevers, verenigd in de Algemene Juweliersvereniging (AJV), was het weren van vakbondsleden, het zogenoemde uitsluiten. Andere manier om de vakbond te bestrijden waren onder de afgesproken tarieven betalen en het stiekem aannemen van extra leerlingen. De ANDB probeerde juist af te dwingen dat alleen vakbondsleden mochten werken; contributie is immers van levensbelang voor een goed functionerende bond. Andere doelen van de bond waren en bleven vaste hogere tarieven, kortere werkdagen, schafttijd en beperking van het aantal leerlingen. De ANDB-actiemiddelen waren stakingen, publicaties via Het Weekblad en manifesten, (zie volgende beeldpagina´s afkomstig uit het ANDB-archief) en controlebezoeken (zie ook volgende paragraaf). De bestuursleden beseften dat deze machtsstrijd, een bijna constante herhaling van zetten, eerst uitgevochten moest worden. Ook intern werd er gevochten voor een goede structuur en gedisciplineerde leden.
Begin 20e eeuw, na de laatste grote uitsluiting in 1904, leek de bond zijn macht gevestigd te hebben.[13] De belangrijkste kerndoelen, een 9-urige werkdag, een goed minimumtarief, een fatsoenlijke schafttijd en beperking van het aantal leerlingen, waren bereikt.[14] Ook de werkomstandigheden waren verbeterd.[15] Dat de vakbond belangrijk was, daar leken nu ook alle leden van doordrongen: bijna alle diamantbewerkers waren inmiddels lid geworden van de ANDB.


[1] D. Bos, Waarachtige volksvrienden, de vroege socialistische beweging in Amsterdam 1848-1894,312
[2] S. E. Bloemgarten, Henri Polak, Sociaal democraat 1868-1943, 44
[3] Th.van Tijn, De Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB): een succes en zijn verklaring,  Als voordracht gehouden op het congres van het NHG te Amersfoort, 21 oktober 1972 (BMGN 88 afl.3, 412 en 413)
[4] S. E. Bloemgarten, Henri Polak, Sociaal democraat 1868-1943, 92
[5] C.A. van der Velde, De ANDB, een overzicht van zijn ontstaan, 19
[6] S. E. Bloemgarten, Henri Polak, Sociaal democraat 1868-1943, 93
[7] Ibidem, 95
[8] S. E. Bloemgarten, Henri Polak, Sociaal democraat 1868-1943, 97
[9] IISG: Archief ANDB, 7304 en 7308
[10] Ibidem, 5386
[11] S. E. Bloemgarten, Henri Polak, Sociaal democraat 1868-1943, 119
[12] C.A.van der Velde, De ANDB, een overzicht van zijn ontstaan. Hst. 4  t/m 9
[13] IISG, Het Weekblad, 1e half jaar 1904
[14] IISG, Het Weekblad, jubileumnummer 8 november 1904
[15] A. van der Woud, Koninkrijk vol sloppen, achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw, 227
_____

Ga naar – De `zedelijke´ belangen: Normen en waarden van leiding en leden: hoe gingen ze met elkaar en anderen om?