Het geheugen van de vakbeweging

De nationale staat en vakbeweging in internationaal perspectief

Inleiding Bob Reinalda

Als we willen nagaan hoe het anno 2013 gesteld is met de vakbeweging in een geglobaliseerde wereld, kunnen we ook voor een internationaal perspectief kiezen. Hoe is datgene wat wij de ‘nationale staat’ noemen eigenlijk ontstaan? Hoe heeft die staat zich ontwikkeld tot wat de welvaart- en verzorgingsstaat genoemd wordt? Hoe past daarin het betoog dat we veel beter af zijn met een ‘kleinere’ overheid? En welke rol is in de staat toegedacht aan de vakbeweging, ongeacht de vraag hoe goed deze het doet?

Bob Reinalda, inleider collegereeks Voorwaarts en niet vergetenBob Reinalda, inleider collegereeks Voorwaarts en niet vergeten

Waarom zijn de achturendag, volledige werkgelegenheid en gelijke beloning internationale normen, waar nationale staten rekening mee moeten houden? Welke rol spelen internationaal vastgelegde mensenrechten en waarom zijn die nodig om de burgers van een staat tegen hun overheid te beschermen? Waarom mag de overheid de vrijheid van onderhandelen niet tegenwerken door lonen vooraf en eenzijdig vast te stellen? De Nederlandse overheid is hiervoor al eens veroordeeld (schending van Conventie 87 van de Internationale Arbeids Organisatie, vastgesteld in 1984 na een onderzoeksmissie van Windmuller). Hoe goed maakt de vakbeweging van internationale normen gebruik, juist in een samenleving waarin de nationale grenzen open zijn getrokken? Hoe doen andere particuliere actoren dat, zoals NGOs (niet-gouvernementele organisaties)? Deze inleiding kiest dus niet het gebruikelijke nationale perspectief, maar plaatst de vakbeweging in de historische ontwikkeling van zowel de nationale staat als de gelijktijdig plaats vindende internationalisering of globalisering en vergelijkt deze met andere actoren.
Naar de presentatie…