Het geheugen van de vakbeweging

De lokkende stem van het goud

Henri Polak en zijn opvolgers

De Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) bereidde zich in 2004/2005 voor op de viering van het honderdjarig bestaan. Haar grootste en oudste voorloper, het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV), begon zijn werkzaamheden op 1 januari 1906. De eerste voorzitter is Henri Polak. Harry Peer heeft ter gelegenheid van het jubileum alle voorzitters tot 2006 op een rijtje gezet.

Henri Polak. eerste voorzitter van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV)Henri Polak. eerste voorzitter van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV)

Het NVV startte in 1906 met elf aangesloten bonden en 18.960 leden. Tien jaar later overschreden de bij het NVV aangesloten bonden samen voor het eerst de honderdduizend leden. De Algemene Nederlandsche Diamantbewerkersbond was qua ledental en financiële inbreng de spil. Henri Polak, al voorzitter van de ANDB, werd gekozen tot eerste voorzitter van het NVV. Jan Oudegeest, eerste secretaris, zet zich in zijn overzichtswerk De Geschiedenis der zelfstandige vakbeweging in Nederland scherp af tegen de bestaande radicale vakcentrale het Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS): “alles tezamen genomen: in plaats van verwarring in hoofden en daden moest regel worden gebracht; in stede van de bluf moest de daad komen; in plaats van de zwakte moest de kracht, in plaats van de vrees voor verantwoordelijkheid moest verantwoordelijkheidsgevoel aangekweekt worden; in plaats van destructie moest constructie de basis voor het werk zijn.”
Oudegeest deed hiermee geen recht aan de rol en positie van het Nationaal Arbeids- Secretariaat (NAS), maar zijn opmerkingen staan wel voor een vakorganisatie die de tekenen des tijds moest verstaan en de juiste koers moest zien te varen in de overgang naar het moderne kapitalisme. Trefwoorden voor die moderne vakorganisatie zijn: centraal, strak en strategisch geleid; een heldere structuur en besluitvormingsprocedures; met hoge contributies voor het vakbondsapparaat, de belangenbehartiging van de leden, het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, het bondsblad; met onafhankelijke vrijgestelde bestuurders, scholingsactiviteiten, de vorming van weerstandskassen en de inzet voor sociale wetgeving.

Monument

Over de geschiedenis van het NVV is veel te lezen. We noemen: Om de plaats van de arbeid van Frits de Jong Edz, gepubliceerd bij het vijftigjarig bestaan van het verbond in 1956 en Naar groter eenheid uit 1983 dat De Jong Edz. schreef met Ernest Hueting en Rob Neij. Deze studie rondt de geschiedschrijving van het verbond af met de vorming van de FNV. De bestseller “Voor de bevrijding van de arbeid” van Ger Harmsen en Bob Reinalda uit 1975 is eveneens een toegankelijk en bovendien bevlogen relaas over de geschiedenis van de vakbeweging waarbij het NVV prominent in beeld komt. 
Wat voor persoon was de eerste voorzitter van het NVV? Wat dacht en deed hij als vakbondspionier? Over Henri Polak is ruim tien jaar geleden een schitterend proefschrift verschenen van Salvador Bloemgarten. Titel: Henri Polak sociaal democraat 1868-1943. Historicus Bloemgarten werkte er meer dan twintig jaar aan en promoveerde hierop met lof op 19 oktober 1993. We doen geen poging om zelf het rijke leven en de veelzijdige persoonlijkheid van Polak samen te vatten, maar laten enkele recensenten aan het woord. Als eerste Paul Arnoldussen in Het Parool van zaterdag 23 oktober 1993:

“Het is een compleet portret van Polak geworden. De jonge Polak, revolutionair; de rijpe Polak, nuchter, leermeester, patriarch, politicus, internationaal vakbondsleider, estheet; de oude Polak, bevlogen antifascist, cultuur- en natuurbeschermer, een tikje conservatief en natuurlijk nog steeds leermeester, maar met minder politieke illusies, niet voor niets noemt Bloemgarten hem een sociaal democraat zonder streepjes tussen die woorden, allemaal worden ze met enorme toewijding beschreven. En daarbij biedt de 750 pagina’s tellende pil ook nog inzicht in de geschiedenis van de sociaal-democratie, de diamantindustrie en van de joden in Amsterdam.”

In De Volkskrant een lang verhaal van Frank van Vree. Het artikel begint met een staking van de diamantbewerkers eind september 1895. De arbeiders staken niet voor een hoger loon, maar tegen het besluit van hun eigen vakbondsbestuur om af te treden. Het bestuur had eerder zijn ontslag ingediend als antwoord op een scherpe onenigheid in de bond over de loonpolitiek. Daarbij waren joodse slijpers en lager betaalde ‘christenslijpers’ tegenover elkaar komen te staan. De bestuursleden wilden niet aan een dergelijke onnozele vertoning deelnemen en stelden daarop hun functie ter beschikking. Van Vree schrijft over “een monumentaal werk van 750 dichtbedrukte pagina’s, zonder twijfel de meest omvangrijke biografie over een Nederlander uit de moderne tijd”. Hij vat de studie wel op als “een vrij traditionele biografie”. In enkele zinnen typeert Van Vree vervolgens het karakter van het boek:

“De centrale lijn wordt gevormd door de beschrijving van Polaks werkzaamheden op het terrein van de vakbeweging en politiek, een verhaal dat zich vertakt naar de journalistiek, de natuur en monumentenzorg, de beschavingsarbeid en de internationale vakbeweging. Polaks persoonlijke leven blijft grotendeels buiten beschouwing, wat ook niet anders kan, omdat zijn privé-archief in 1940 uit veiligheidsoverwegingen werd vernietigd. Door de leesbare stijl en rijkdom aan details komt de figuur Henri Polak niettemin werkelijk tot leven.”

Tot slot Florian Diepenbrock in NRC Handelsblad. Hij is lyrisch over deze “Beethovensymfonie”. Bloemgarten “heeft een monument van oudtestamentische omvang en allure willen oprichten over de sociaal-democratische politicus, vakbondsleider en journalist Henri Polak (1868-1943) en dat is hem nagenoeg gelukt”. De volumineuze dissertatie “weegt nog zwaarder in de hand dan een kolossale ruwe Kimberleydiamant, maar bevat vooral veel fijn geslepen hoofdstukken en passages over de held der diamantbewerkers, die Polak toch in de eerste plaats was”.

Handarbeider

Het zou een aanvulling zijn op de bestaande geschiedschrijving en ons begrip van allerlei gebeurtenissen en ontwikkelingen vergroten, indien de biografische benadering van de historie van de vakcentrale via haar sleutelfiguren zou worden voortgezet, om te beginnen met de voorzitters. Niet omdat we aan heldenverering doen, maar wel om de rol van het persoonlijke element in de vakorganisatie, uiteraard op alle niveaus, meer tot zijn recht te laten komen. De redactie van Het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland heeft daarvoor overigens al baanbrekend werk verricht en onderzoekers flink gestimuleerd.
Na Polak kende het NVV nog tien voorzitters met als hekkensluiter Wim Kok. We verdelen ze in drie categorieën. De eerste generatie is begonnen als handarbeider en werkte aan opbouw, uitbouw, maatschappelijke acceptatie en consolidatie van de vakorganisatie.

  • Henri Polak (1868-1943) – diamantbewerker, vakbondsman, publicist, sociaal-democraat – voorzitter: 1905-1908.
  • Jan Oudegeest (1870-1950) – spoorwegman, vakbondsman, historicus, sociaal-democraat – voorzitter: 1908-1919.
  • Roel Stenhuis (1885-1963) – fabrieksarbeider, vakbondsman, sociaal-democraat – voorzitter: 1919-1927.
  • Evert Kupers (1885-1965) – kleermaker, vakbondsman, sociaal-democraat – voorzitter: 1927-1940 en 1945-1947.

Bij de naoorlogse generatie vakbondsvoorzitters stond aanvankelijk herstel en wederopbouw van de economie en sociale wetgeving voorop. Vanaf midden jaren zestig kwamen de klassieke loonstrijd en de terugdringing van de arbeidstijd meer centraal te staan. Dat duurde ongeveer tien jaar. Vanaf begin jaren tachtig zet de vakbeweging zich schrap tegen de neoliberale wind in ons land en de afbraak van de verzorgingsstaat.
Kupers werd opgevolgd door Henk Oosterhuis. Daarna kwamen Kees van Wingerden, Dirk Roemers, André Kloos, Harry ter Heide, Adri de Boon en als laatste voorzitter van het NVV: Wim Kok.
Onze aandacht uitsluitend toespitsen op de voorzitters van de vakcentrales zou beslist onrecht doen aan anderen in het bestuur van het NVV. Zoals Jan van den Tempel (1877-1955), die het van schilder en tweede secretaris van het NVV (1906) in 1927 bracht tot gepromoveerd econoom en in 1939 minister voor de SDAP. Of Koos Suurhoff (1905-1967), kantoorbediende, tweede voorzitter NVV (1949) die als minister van Sociale Zaken, 1952-1958, met Willem Drees de AOW op zijn naam heeft staan.

Redelijk

De FNV, formeel gevormd door de fusie van het NVV met het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) in 1982, maar al op 1 januari 1976 als Federatie Nederlandse Vakbeweging van start gegaan, telt tot 2005 vijf voorzitters. Het is de derde categorie in deze chronologische opsomming. Achtereenvolgens: Wim Kok, Hans Pont, Johan Stekelenburg en Lodewijk de Waal vanaf 1997. Over de FNV is inmiddels ook al een omvangrijke publicatie verschenen. Deze begint met de totstandkoming van de federatie tussen NVV en NKV in 1976 en is van de hand van Tinie Akkermans (met interviews door Henk Kool). Titel: Redelijk Bewogen. De koers van de FNV 1976-1999; Van maatschappijkritiek naar zaakwaarneming.
Over Wim Kok schreven Frans Nypels en Kees Tamboer in 1985, Wim Kok. Vijftien jaar vakbeweging. Daarmee is niet het laatste woord gezegd over de hoofdpersoon. In 1985 begon Koks loopbaan in de politiek. Als minister-president veroordeelde hij “de exhibitionistische zelfverrijking” van directies van grote ondernemingen. Onlangs haalde de voormalige vakbondsman de landelijke media, doordat hij als commissaris bij bankverzekeraar ING instemde met een forse verhoging van de salarissen van de top van deze onderneming. Verbazing alom. Onbegrip en boosheid van vakbondsleden was zijn deel.
In de verbondsraadzaal van de Diamantbewerkersbond, nu het Vakbondsmuseum, staat een tekst in de muur gegrift; zowel Henri Polak als Wim Kok hebben ervoor gestaan: “Solidariteit weerstaat ook de lokkende stem van het goud.”.
Harry Peer
Op de foto’s de vooroorlogse NVV-voorzitters: vlnr Henri Polak, Jan Oudegeest, Roel Stenhuis en Evert Kupers
Eerder gepubliceerd in Solidariteit, nr 119, juni 2004