Het geheugen van de vakbeweging

De invoering van de vrije zaterdag

Regel en uitzonderingen, een persoonlijke kanttekening

Onlangs werd Harry Peer voor een radioprogramma geďnterviewd over de invoering van de vrije zaterdag, begin jaren zestig van de vorige eeuw. Zijn antwoord op de eerste vraag wat er aan voorafging kon kort en krachtig zijn: de 6-daagse werkweek van 48 uur. Maar er viel natuurlijk meer over te zeggen.

De werknemers hadden toen de zondag echt als rustdag nodig. Die vrije zaterdag werd niet ineens van de ene op de andere dag voor alle werknemers van kracht. In 1959 werd een aantal cao’s afgesloten waarin een 45-uren werkweek was geregeld. Op 23 december 1960 werd de vrije zaterdag wettelijk goedgekeurd en daarna in de bedrijfstakken en overheidssectoren geleidelijk  ingevoerd. Bij Philips kwam een cao tot stand waarin de werkweek stapsgewijs werd teruggebracht tot 45 uur met een vrije zaterdag in 1962.  Zo werd in de jaren erop volgend overal de vrije zaterdag in de cao opgenomen.
In de arbeidersbeweging werd natuurlijk al veel langer gepleit voor een kortere werkweek en een werkdag van 8 uur. Door de oorlog en de wederopbouw van ons land was dat niet gelukt. Vanwege het economisch herstel van Nederland werd er na 1945 veel overgewerkt en het loonpeil bewust laag gehouden. Arbeidskosten waren laag zodat producten goedkoop in het buitenland konden worden afgezet. Eind jaren vijftig was er duidelijk sprake van economische groei, een ruime export naar het buitenland en grote winsten voor bedrijven. Degenen die dat voor elkaar hadden gekregen wilden daar ook wel eens van profiteren. De vrije zaterdag kon betaald worden uit de toegenomen arbeidsproductiviteit. Ondernemingen zagen de vrije zaterdag zelfs als een noodzakelijke arbeidsvoorwaarde om op de krappe arbeidsmarkt personeel aan zich te binden en gemakkelijker te kunnen werven.
Elke week twee dagen aaneengesloten vrij werd als een ongekende luxe ervaren. Hersteltijd van je werk en meer gelegenheid voor ontspanning, sport, thuis klussen en dergelijke. Samenvallend en in navolging van de kostwinner – meestal de vader – werd de zaterdagochtend voor de kinderen op school (het vervolgonderwijs na de lagere school) eveneens afgeschaft. De leraren wilden net als de andere werknemers natuurlijk ook vrij op zaterdag. Maar op de ene school kon het in 1964-1965 worden ingevoerd en elders in Nederland pas in 1970-1971. Voortaan konden gezinnen samen de zaterdag doorbrengen. Moeder de huisvrouw verplaatste een deel van haar zaterdagse activiteiten naar doordeweekse dagen. In veel gezinnen veranderde dus het patroon van de wekelijkse tijdsbesteding. Enige kanttekeningen bij het voorgaande zijn overigens wel nodig. We hebben het hier over de afhankelijke beroepsbevolking. In de kleine middenstand en bij boeren en tuinders wordt er gelachen om genoemde werkweken. Daar is altijd sprake geweest van de 24-uurs economie. Voorts moest er in veel ondernemingen vanwege personeelstekort worden overgewerkt, waarbij de arbeider ten opzichte van voorheen wel het voordeel had een extra toeslag te krijgen voor werken op de zaterdag. 
Wat er op papier is voorgeschreven kan flink verschillen met de werkelijkheid. Er zijn veel uitzonderingen op de regel. Zelf maakte ik in 1967 op zestienjarige leeftijd als matroos-schrijver bij de marine werkweken van zestig ŕ zeventig uur. Een normale arbeidsdag werd aangevuld met wachtdiensten en oefeningen. Kindsoldaat en kinderarbeid noemen we dat tegenwoordig. Daar stond ik toen overigens helemaal niet bij stil. Later kwam ik erachter dat de befaamde sociaal-democratische Matrozenbond al in het begin van de twintigste eeuw de selectiecriteria en onderdrukkende arbeidsomstandigheden bij de zeemacht aan de kaak stelde. Drukker dan toen heb ik het nooit gehad want ik deed er ook  nog een schriftelijke cursus HBS-A bij de LOI bij.
Uiteindelijk werd de door velen gekoesterde werkweek van 40 uur en een basisvakantie van 20 dagen in 1970 door werkgevers en bonden geregeld in de Stichting van de Arbeid. In de jaren erop volgend werd dat in cao’s uit onderhandeld zodat we gemiddeld genomen van een 43-uren werkweek in 1970  een 40-uren werkweek bereikten in 1980.   
Harry Peer
Dwarsligger Nieuwsbrief VHV, begin maart 2014