Het geheugen van de vakbeweging

De eerste landelijke cao, 1914 – 1916

Het jaar 1914 begon goed voor de werknemers en patroons in de grafische sector in Nederland. Met de op 5 januari van kracht geworden eerste landelijke collectieve arbeidsovereenkomst (cao) werd een aansprekend voorbeeld gegeven van samenwerking op het vlak van arbeidsverhoudingen.

Vaandel typografenbondVaandel typografenbond

De werkingsduur liep tot en met 31 december 1916. Met het contract, afgesloten tussen de Nederlandsche Bond van Boekdrukkerijen en de werkliedenorganisaties in de typografie, kwam een eind aan de meedogenloze concurrentiestrijd in de bedrijfstak waardoor veel bedrijven over de kop gingen, werknemers werden uitgebuit of hun baan kwijt raakten en de sfeer op de werkplek werd verpest. Tot dan toe werden arbeidsvoorwaarden door werkgevers eenzijdig opgelegd of per bedrijf of plaatselijk geregeld. Het ligt voor de hand dat met deze centralisatie een stuk van de lokale zelfstandigheid van vakbondsafdelingen verloren ging, een proces dat zich zou voortzetten.
Aan de totstandkoming van de landelijke cao zijn twee belangrijke namen verbonden, Feike Obbes van der Wal, bestuurder van de Algemeene Nederlandsche Typografenbond en professor J.A. Veraart, adviseur van de patroons. Maar achter dit tweetal gaan de anonieme actievoerende arbeiders schuil in de bedrijfstak. Bijvoorbeeld zij, die de hele maand januari 1913 in Amsterdam staakten om een loonsverlaging van twee cent op respectievelijk 27 cent voor de zetters en 28 cent per uur voor de drukkers te verhinderen. De afkondiging van de staking beantwoordden de patroons met een uitsluiting.
In 32 artikelen in de cao werden loon, arbeidsduur, arbeidsomstandigheden, enz. geregeld.  De functiebenamingen herinneren ons aan een vervlogen tijdperk: ‘Het in deze Overeenkomst bepaalde geldt voor het personeel der Boekdrukkerij, waaronder worden verstaan de mannelijke en vrouwelijke personen, wier gewone werktaak het is, arbeid te verrichten als voorman, handzetter, opmaker bij dagbladen, machinezetter, bewerker van het toetsenbord der monotype-machine, monotype- en lettergieter, stereotypeur, drukker, inlegger, drukkerijbinder en expediteur, als ook als meesterknecht, wanneer deze in den regel in een der boven aangeduide functiën medewerkt’.
Deze eerste landelijke cao was vanzelfsprekend van grote principiële betekenis. In het voortreffelijke rijk geďllustreerde ’t Schild der solidariteit. Een sociaalhistorische studie van 125 jaar grafische arbeidsverhoudingen en vakbondswerk (1994) wordt gewezen op twee typische elementen van de cao: het wederzijdse verplichte lidmaatschap en het stelsel van bedrijfsrechtspraak. Wat het meest intrigeert is lid 4 van artikel 1, ‘Vrouwelijke personen worden in deze Overeenkomst met manlijke gelijkgesteld, behalve ten opzichte van het loon’. Discriminerend en vervelend natuurlijk. We zijn het er met terugwerkende kracht niet mee eens, maar beseffen dat we in 1914 in een tijd leven waarin er evenmin algemeen kiesrecht was. Vrouwen mochten zelfs helemaal niet stemmen.
Harry Peer
januari 2014