Het geheugen van de vakbeweging

De cao gaat nog wel 100 jaar mee’

Symposium Vaktrots over 100 jaar cao

Als een kostbaar relikwie lag het exemplaar van de eerste officiële landelijke cao op 14 november uitgestald in de Veerensmederij in Amersfoort. Precies 100 jaar geleden, in 1914, werd deze gesloten tussen de Nederlandse Bond van Boekdrukkerijen en de werkliedenorganisaties waarvan de Algemene Nederlandse Typografenbond verreweg de grootste was.

De eerste landelijke CAO als een relikwie uitgestaldDe eerste landelijke CAO als een relikwie uitgestald

Het feestje voor de honderdjarige werd georganiseerd door de huidige vakbond voor de grafische en creatieve sector, FNV Kiem. De sprekers, zoals bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen aan de Universtiteit van Amsterdam Paul de Beer, zzp’er Cristel van de Ven, dagelijks bestuurslid FNV Mariëtte Patijn en voormalig Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet vroegen zich af of de cao ook toekomstbestendig is in een wereld van individualisering, zzp’ers en maatwerk. 

Van links naar rechts: Gerdi Verbeet, Christel van de Ven, Mariëtte Patijn en Paul de Beer

Voor Paul de Beer is het geen vraag of de cao over 10 jaar nog bestaat. Over 100 jaar is een ander verhaal. Dan moet het ‘huis van de cao’ wel flink verbouwd worden. Maar feitelijk, aldus onderzoeker De Beer, is de cao nog steeds een stabiel onderdeel van ons arbeidsbestel. Sinds 1970 – al 40 jaar lang – vallen 4 van de 5 werknemers in Nederland onder een cao en de meesten van hen hebben een bedrijfstak-cao en geen ondernemings-cao. Ook het aantal cao’s verandert niet sterk; zo tussen de 600 en 700. Ook de opmars van zzp’ers in de afgelopen jaren heeft geen gevolgen gehad voor de dekkingsgraad en de reikwijdte van cao. (Zie voor cijfermateriaal de bijgevoegde powerpoint presentatie). 
Hoewel De Beer de cao zeker niet wil afschaffen, ziet hij wel dreigingen zoals de afnemende representativiteit van de vakbeweging, de terugloop van leden en het feit dat de vakbeweging steeds minder een afspiegeling van de beroepsbevolking vormt. De cao zal zich niet langer moeten concentreren op de loonruimte en de werktijden, maar ook ‘productieve elementen’ dienen te bevatten zoals investeringen in opleidingen, innovatie en scholing. “We moeten ervoor waken dat de cao niet te veel een nul-som-spel wordt, in plaats van een win-win-spel.” De Beer zou alle werknemers invloed willen geven op de cao door iedereen lid van de vakbond te maken, ook flexwerkers en zzp’ers en iedereen zou ook een bijdrage moeten betalen voor de cao als ‘een maatschappelijk goed.’

Te comfortabel

Ook volgens gastspreekster Christel van de Ven – zzp’er – kan de cao haar 200-jarige bestaan best vieren, maar dan moeten er wel wat dingen veranderen. Zij wijst op de vergrijzing en de tendens om langer te willen doorwerken. De nieuwe medewerker heeft behoefte aan verandering. Technologische ontwikkelingen zoals 3-D zullen de aard van de arbeid ingrijpend veranderen. 
Veel cao’s regelen te veel voor mensen, aldus Van de Ven. “Mensen zouden zich moeten afvragen: ‘Is dat nog wel goed voor mij?’ De cao is dan een comfortabel warm bad zonder de mogelijkheid te bieden om individueel te kunnen schitteren.” Ook zij zou de inhoud van een cao willen wijzigen: “Een cao zou mensen langer moeten ondersteunen. De arbeidsrelaties van nu zijn veel flexibeler ingericht en we krijgen te maken met vergrijzing. Er moet meer ruimte voor maatwerk komen en mensen moeten kunnen kiezen hoe ze bepaalde arbeidsvoorwaarden willen inkleden, zodat ze zich kunnen ontwikkelen.”

Stevig arbeidsvoorwaardenbeleid

Voor FNV-bestuurder Mariëtte Patijn is er alle reden om ook over 100 jaar de cao te vieren maar ze wijst ook op sombere vooruitzichten: “We komen aan cao-tafels waar werkgevers met voorstellen komen die neerkomen op 20 tot 30 procent verslechtering. En dan willen ze alsnog praten.” Patijn weigert mee te werken aan het afbreken van alles wat is opgebouwd. “De FNV dient te voorkomen dat dit de trend wordt.” 
Volgens de uitzendbranche-organisatie ABU zouden in 2030 30 procent van de werknemers geen vast of normaal contract meer hebben. Patijn:”Veel van de mensen kunnen nu niet rondkomen met zo’n contract. Het gaat hier niet om de trotse freelancers of de jonge zelfstandig ondernemers. Het zijn de nieuwe dagloners die ‘s ochtends ergens op een parkeerterrein staan te wachten op het busje dat hen ophaalt en naar de plek brengt waar gewerkt moet worden. En daar lopen ze de kans te horen dat er die dag geen werk is en worden ze weer teruggereden naar die parkeerplaats. Dat zijn geen uitzonderingen meer.”
Patijn meent dat het hier helemaal niet gaat over flexibiliteit: “Het gaat om de voordelen van de werkgevers, die bijvoorbeeld geen pensioenpremies hoeven af te dragen, ook de afdracht voor ziektekosten is lager bij een tijdelijk contract. Werkgevers willen dat we alles loslaten waar we de afgelopen 100 jaar voor hebben gestreden.” 
Volgens Patijn moeten we niet kijken naar wie het goedkoopst is bij het verrichten van arbeid, maar naar hoe we het werk het beste kunnen doen. “Een cao gaat ook over respect, waardering en over hoe de werkgever op een eerlijke en sociale manier de werknemer beloont en de concurrentie niet aangaat op arbeidsvoorwaarden.” Zij gelooft heilig dat de kracht van de vakbeweging ons in staat zal stellen de solidariteit op te brengen voor een normaal perspectief op de arbeidsmarkt. “Een normale arbeidsrelatie, waarbij mensen een echte baan kunnen hebben.”

Medewerkers als bondgenoten

Gerdi Verbeet, oud-voorzitter van de Tweede Kamer is tegenwoordig onder meer actief als ‘ambassadeur participatie en medezeggenschap’. Zij ziet een relatie tussen de hachelijke toestand van de democratie en die van de zeggenschap. “De vormgeving van de democratie is eigenlijk nooit veranderd in de laatste 200 jaar. De samenleving natuurlijk wel, kijk alleen maar naar de technologische ontwikkeling en het opleidingsniveau van de Nederlander. Daar maken we als overheid eigenlijk geen gebruik van.” 
Zij zou het tij willen keren waarbij de actieve inzet van burgers wordt bevorderd. Haar grote voorbeeld is de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck die met zijn beweging G2000 (Gewoon 2000) een groep mensen mobiliseerde die meesprak over het bestuur in het land of in hun stad. Het voorbeeld werd met succes gevolgd door de gemeente Amersfoort. Verbeet: “Waarom passen we dat ook niet toe in een bedrijf, bijvoorbeeld in een ondernemingsraad. Laat alle medewerkers, ook uit onverwachte hoeken van het bedrijf, meedoen. Zorg voor scholing en laat ze nadenken over kansen en risico’s van het bedrijf. Mensen zijn geen robots, mensen kunnen vooruitdenken. Dat gesprek moet ons iets leren en de betrokkenheid van medewerkers vergroten. Medewerkers zijn je bondgenoten in het bedrijf”, aldus Verbeet. 
Kees van Kortenhof