Het geheugen van de vakbeweging

“Compromissen hebben wel degelijk tot goede resultaten geleid”

Nieuwe VHV-voorzitter Lodewijk de Waal gelooft in overlegmodel

“Er is zeker ruimte voor verbetering”, zegt Lodewijk de Waal als hij praat over de belangstelling voor geschiedenis in de vakbeweging. “Maar we moeten niet in de val trappen dat het in het verleden zo veel beter was”, vult de Jaap van der Linden hem aan.
Het is eind november 2012. Buiten regent het en binnen zitten Jaap van der Linden en Lodewijk de Waal – de vertrekkende en de komende voorzitter van de Stichting Vrienden van de Vakbondshistorie (VHV). “De VHV mag dan klein zijn, het belang van geschiedenis is groot.”

Jaap van der Linden, de gaande VHV-voorzitter, tussen vakbondshistorische vaandelsJaap van der Linden, de gaande VHV-voorzitter, tussen vakbondshistorische vaandels

De gaande man

Van der Linden vertrekt. Hij somt nog eens op wat de redenen zijn. Leeftijd (76), gezondheid. “Beter goed overwogen vertrekken dan door een plotse gebeurtenis te worden gedwongen. Daarbij komt zeker ook dat mijn eigen vakbondsverleden steeds meer verleden tijd werd. Langzaam groeide voor ik mijn gevoel in de loop der jaren weg van het actuele vakbondswerk. En geschiedenis moet een verband hebben met de actualiteit. Toch aarzelde ik. Is er wel iemand bereid mijn functie over te nemen? Toen ik mijn aarzelingen besprak in het bestuur bleek dat eigenlijk geen probleem. En het probleem was helemaal opgelost toen Lodewijk de Waal belangstelling toonde.”

De komende man

De Waal komt. Ook hij somt zijn overwegingen op. Waarom hij met het nodige enthousiasme reageerde op het verzoek van Van der Linden. Hij kent zijn voorganger al heel lang. Ze werkten allebei in de jaren zeventig en tachtig in het kantoor van de Bouw- en Houtbond FNV te Woerden, waar ook de Dienstenbond FNV was gehuisvest. De Waal beschouwt hem als een voorbeeldvakbondsbestuurder, van wie hij eertijds veel leerde. Bijvoorbeeld van de manier waarop hij het actiecentrum leidde, als de bouwbond in staking was. “Een man van het soort dat er vandaag de dag niet meer lijkt te zijn. Als zo iemand je vraagt hem op te volgen dan overweeg je dat heel serieus. Maar naast de persoonlijke noot zijn er ook andere, inhoudelijke overwegingen. Kennis van de geschiedenis is van belang – juist ook om in het heden fouten uit het verleden te voorkomen. De club is wellicht niet groot, maar dat zegt niets over het belang. Het gaat erom de geschiedenis levend te houden. Vakbondsbestuurders van vandaag de dag staan op de schouders van hun voorgangers en het is goed om je telkens weer te realiseren waar je vandaan komt. Zonder een band met het verleden heb je niet goed zicht op je toekomst. Natuurlijk heeft de club een reünieachtig karakter. Dat is mooi. Op die manier onderhoud je met elkaar contacten met het verleden, maar ook op die manier maak je het verleden telkens ook weer zichtbaar.”
Na zijn vertrek als voorzitter van de FNV in 2005 heeft hij altijd contact gehouden met de vakbeweging en het VHV-voorzitterschap is een mooie manier om dat contact voort te zetten en nieuwe inhoud te geven.

Veel betrokkenheid

Van der Linden en De Waal beklemtonen dat het prettig werken is met een bestuur vol enthousiaste mensen. De sfeer is welwillend. Niet alleen in het bestuur, maar ook in de stichting. Lang niet alle donateurs zijn actief, maar je doet nooit tevergeefs een beroep op mensen. Van der Linden: “Je raakt telkens weer onder de indruk van de brede belangstelling en de betrokkenheid bij de vakbeweging en haar geschiedenis. En dat maakt het prettig werken als voorzitter.”
Een gesprek met twee voorzitters gaat onvermijdelijk ook over de rol van de VHV. Van der Linden herinnert nog eens aan de formele doelstelling. “Belangstelling bewaren en wekken voor de geschiedenis van de vakbeweging”. En om het belang van de stichting te beklemtonen gebruikt hij het beeld van een plant die niet kan groeien zonder wortels. Wortels die in het verleden liggen en wortels die je regelmatig moet onderhouden.  “Je moet je realiseren”, zegt De Waal, “dat de beweging waar je deel vanuit maakt groter is dan jijzelf bent. Je bent een onderdeel van een groter geheel en daarom is het jouw verantwoordelijkheid de club beter achter te laten dan dat je die aantrof.” Hij vertelt dat hij tijdens zijn voorzitterschap van de FNV regelmatig teruggreep op het werk van Henri Polak, een van de grondleggers van de Nederlandse vakbeweging. Niet om dat letterlijk te kopiëren, maar om zich te laten inspireren bij het werk dat hij deed.

Scholing en vorming belangrijk

Vanuit zijn ervaringen met het humanisme is hem nog eens duidelijk geworden wat het belang van Bildung, van scholing en vorming, is. Een begrip dat op de achtergrond is geraakt. De Waal vertelt over zijn beginjaren als vakbondsbestuurder. “Voordat je actief wordt, heb je een bepaald beeld. Je moet mensen in actie brengen en als dat lukt dan komt alles goed. Maar zo werkt het niet. Je leert al vlug dat mensen individuen zijn, ieder met zijn eigen eigenheden. Je leert het beeld in perspectief te plaatsen en de geschiedenis helpt je aan dat perspectief. Zo leer je dat je niet te veel moet denken in winst- of verliesbeelden, maar veel meer in ontwikkelingen. Wat op korte termijn verlies lijkt, kan op langere termijn winst zijn. In de jaren ’20 gingen veel stakingen verloren, maar het waren juist die stakingen die bijdroegen aan de ontwikkeling van onze arbeidsverhoudingen en onze cao’s. Want veel werkgevers blijken geen zin meer te hebben in een herhaling.”
We praten verder over het begrip Bildung. Van der Linden – ooit bij de Bouw- en Houtbond FNV belast met scholing en vorming – en De Waal kennen veel waarde toe aan vorming van leden en kaderleden. De vakbeweging heeft op dat gebied te veel vertrouwen gegeven aan het reguliere onderwijs. De gedachte dat je daar voldoende opsteekt over de maatschappelijke ontwikkelingen is maar beperkt waar. Je moet als vakbeweging wel degelijk je eigen leden en vooral ook je eigen kader ‘bilden’.
De verbinding met het verleden is langzaam aan verdwenen uit de eigen vakbondsscholing en daarmee verdween de band met het verleden. “Terwijl je toch”, zegt Van der Linden, “twee punten nodig hebt om een lijn te kunnen trekken. Het punt van waar je vandaan komt en het punt waar je staat brengen je samen naar de toekomst. En door gebrek aan vorming, door gebrek aan zicht op het verleden is er alleen maar oog voor de toekomst zonder dat die ontwikkeling in perspectief wordt geplaatst.”

Historisch besef

Het belang van geschiedenis, de betekenis van een herkenbare relatie tussen wat was en wat komt. Van der Linden en De Waal benadrukken dat telkens weer. En vanuit dat belang is het dan soms schrikken. Van der Linden: “Wie in Bert Breij’s ‘Twee Miljoen leden’ over het verleden, de toekomst en het heden van de Nederlandse vakbeweging de interviews met de bondsvoorzitters anno 2008 leest, schrikt soms van de afwezigheid van historisch besef. Vanuit dat beeld is het te begrijpen dat de aandacht voor het verleden bij bonden, lijkt te zijn verdwenen. En dan krijgt het ook geen plaats meer in de vorming van bestuurders en (kader)leden.” “Maar”, vraagt De  Waal zich af, “misschien is het wel een algemeen verschijnsel. Zou wel eens willen weten of de belangstelling voor de studie geschiedenis ook aan de universiteiten is afgenomen.”
Hoe krijg je de belangstelling voor geschiedenis weer op gang? Want als die belangstelling is teruggelopen dan moet de VHV die toch weer tot leven wekken. Dan is het belangrijk om het reüniekarakter van nu te verbreden, je moet meer dan dat bieden. De nieuwe website, die op 12 januari 2013 wordt gepresenteerd ter gelegenheid van de officiële voorzitterswisseling, kan daarbij een rol spelen. Reageer op actuele gebeurtenissen door die te spiegelen aan gebeurtenissen uit het verleden. Plaats actuele ontwikkelingen in een historisch perspectief. Biedt scriptieonderwerpen aan voor middelbare scholieren en studenten. Op die manier kan de nieuwe website bijdragen aan een moderne vorming van Bildung. “Maar”, zo waarschuwt Van der Linden, “voorkom het beeld dat alles vroeger beter was.”
De Waal geeft een illustratie: “De klaagzangen over de geringe deelname aan vergaderingen zijn van alle tijden. Ooit was ik als districtsbestuurder op een bijeenkomst waar de opkomst niet zo groot was. Er werd over gemopperd, waarop de secretaris uit het verslag voorlas van een vergadering in 1895. Er werd deelgenomen door vijf mensen, die klaagden over de geringe opkomst…”

De toekomst van het verleden

Wie over geschiedenis praat, praat over het verleden. Maar wie over de VHV praat, praat over de toekomst van dat verleden. Dus praat je met een nieuwe voorzitter over zijn plannen voor de toekomst. De Waal is voorzichtig, want hij weet dat er al veel initiatieven zijn ontwikkeld. Toch wil hij gaan onderzoeken welke mogelijkheden er nog niet benut zijn. Wil hij in gesprek raken met jongeren om te achterhalen wat hen bezighoudt vanuit de vraag wat de VHV dan kan betekenen. Hij wil nadrukkelijk ook buiten de VHV kijken, contacten leggen met de wetenschap. Hij kan zich een goed gesprek met zijn opvolger bij de FNV – Agnes Jongerius – voorstellen zeker nu zij weer is teruggekeerd naar het wetenschappelijk historisch onderzoek aan de Universiteit van Utrecht.
Het gesprek krijgt een actuele kleur als De Waal opmerkt een ‘gelovige in het overlegmodel’ te zijn. Overleg is meer dan het tegenhouden van verslechteringen, zoals tegenstanders van het overlegmodel nogal eens stellen. “Het wordt hoog tijd al die mensen die overleg maar niks vinden omdat het tot niks zou leiden maar eens ferm tegen te spreken. Dat kan zeker met de geschiedenis van het overleg in ons land. Overleg leidt tot een compromis. En in de loop der jaren zijn er zo heel veel compromissen gesloten. En is er door compromis op compromis enorme vooruitgang geboekt in sociaaleconomisch Nederland.”
Van der Linden vult aan: “We moeten ons niet laten aanpraten dat overleg tot niets leidt. Conservatieve lieden, zoals Wiegel en Bolkestein, zeggen telkens weer dat polderen tot niets leidt en daardoor wordt het woord ‘polderen’ verdacht gemaakt. Dat geldt ook voor andere woorden die van groot belang voor de vakbeweging zijn. Woorden als ‘collectief geregeld’. Zoiets mag bijna niet meer, want collectief beperkt toch maar de individuele vrijheid. En daar lijkt het om te gaan. Op die manier wordt ook het woord ‘solidariteit’ in het verdomhoekje geplaatst. En daar moeten we niet alleen voor waken, daartegen moet de vakbeweging ook actief stelling nemen. Dijkonderhoud is hoognodig. Want toen in 1953 de Zeeuwse dijken doorbraken, waren vooral de gewone mensen de dupe. De ‘hard werkenden mensen’ wordt ten onrechte voorgehouden dat zij alleen beter af zijn.”
Piet Hazenbosch
Jeroen Sprenger

Verschenen in de laatste papieren VHV Nieuwsbrief van december 2012