Het geheugen van de vakbeweging

Affiche Vrouwenbond CNV

Bij gebrek aan groeipotentieel

CNV richt apart secretariaat op
nu vrouwenbond verdwijnt

Op een vergadering in het najaar van 1996 van de Vrouwenbond CNV vroeg bestuurder Gerda Verburg van de vakcentrale onlangs: ‘Waar zit ons groeipotentieel?’ “En toen bleef het stil.” Dus besloot de bond voor vrouwen met onbetaald werk zich op te heffen. Maar haar geest wil het CNV bewaren. In het eerste secretariaat voor mensen die vrijwilligerswerk doen.

De opheffing was ook onvermijdelijk geworden omdat de ruim zeshonderd, vooral oudere huisvrouwen, het niet eens werden over een totaal andere koers. Verburg: “Dat was meteen de levendigste periode in de geschiedenis van de bond. Er werd fel gediscussieerd en niet altijd op even vruchtbare wijze. In 1995 trad het bestuur zelfs af.” Heel wat voor een bond die het consensus-denken in het vaandel voert.

Vrijwilligersbond

Gerda Verburg, van 1982-1997 werkzaam voor het CNV in verschillende functies

De ene groep leden wilde dat hun bond zich met betaald werk zou gaan inlaten. En wel met de vrouwen die een hele kleine baan hebben of willen herintreden. Zij zouden moeten worden begeleid tot ze in staat waren echt lid te worden van een collega-bond. Die moest dan weer de vrouwenbond compenseren voor haar hulp. Die collega’s voelden er niks voor. “Daar hebben we de vrouwenbond toch helemaal niet voor nodig. We willen ons zelf op deze groepen gaan richten. Daar zit hem nou net onze groei.”

Ook het andere kamp won het pleit niet. Die wilde hun bond tot de eerste Vrijwilligersbond in Nederland ombouwen. Maar waarom zouden daar alleen vrouwen in zitten? En wat doe je met de mensen die vrijwilligerswerk naast een betaalde baan doen? Om hen goed te kunnen helpen, was veel financiële en juridische kennis nodig. Dat zou de dames boven het hoofd groeien.

Toch blijft er iets van het idee over. Want medio volgend jaar wil het CNV een apart secretariaat bij de vakcentrale oprichten voor mensen die vrijwilligerswerk doen, hetgeen een novum is in vakbondsland. Geen aparte bond, maar een secretariaat dat werkt voor leden van alle aangesloten bonden die dit werk doen. En op dit moment spreekt het CNV ook met vrijwilligersorganisaties of samenwerking mogelijk is. De huidige leden van de vrouwenbond worden op 1 januari bij de vakcentrale ondergebracht.

Mannen

In 1960 werd de Vrouwenbond CNV opgericht. Het lidmaatschap bedroeg twee kwartjes in de maand. “Onze mannen zijn lid, het wordt tijd dat het CNV ook wat voor ons doet”, zei de groep oprichters. Ze wilden de belangen van de huisvrouwen gaan behartigen. De bond moest een plaats voor ontmoeting, gesprek en vorming zijn.

In de praktijk werden de leden volgens Verburg binnen het CNV spreekbuis voor de vrouwenbeweging. “Ze hebben zeker harder dan hun collega’s binnen de FNV moeten knokken om vrouwen de keuzevrijheid tussen onbetaald of betaald werk te geven.” Tot 1958 kende de christelijke vakbeweging nog de bepaling dat ‘beroepsarbeid door de gehuwde vrouw moest worden tegengegaan’. Uiteindelijk kreeg het CNV een apart secretariaat voor alle vrouwen die betaald werk doen.

Zelfbeschikkingsrecht hield voor de FNV-vrouwen ook in dat vrouwen baas in de eigen buik moesten worden. Maar hun CNV-zusters hielden zich ver van zo’n standpunt. “Voor ons lag dat niet op het terrein van de vakbond. Toch hebben ook wij met zaken als abortus geworsteld. Maar we bleven gericht op consensus en maakten er nooit een strijdpunt van. Als we er niet uitkwamen, organiseerden we daar een cursus of seminar over, puur voor de meningsvorming van de leden. Daar is de vrouwenbond wel voor.”

De laatste jaren liet de vrouwenbond nog van zich horen in de discussies over de nieuwe Nabestaandenwet, kinderopvang en de introductie van het vak verzorging in het middelbaar onderwijs. Maar het ledental slonk en de grijze permanenten kregen meer en meer de overhand. Verder werd de Vereniging Nederlandse Katholieke Vrouwen (VNKV) waarmee de bond een federatie vormde, opgeheven.

Het CNV en de daarbij aangesloten bonden willen zich meer gaan toeleggen op vrouwen. Maar nieuwe aanwas voor de eigen bond was er niet. De 83-jarige Wilhelmina Broere, die in 1960 de bond nog hielp oprichten, ziet het in een CNV-blad met lede ogen aan: “Jongere leden moeten allemaal zo nodig werken”.

 

Frank Kools

Eerder gepubliceerd in Trouw – 20 november 1996