Het geheugen van de vakbeweging

CNV in 1974 in beeld bij Unie BLHP

Bespiegelingen aan vooravond FNV-vorming

In de Vakbondshistorie “om van te leren” liggen soms decennialang feiten en meningen verborgen die wachten om opgegraven te worden. Bijna 40 jaar geleden schrijft de Dagelijkse Leiding (DL) van de Unie BLHP enkele bespiegelingen over de mogelijk katalyserende rol van het CNV. In de vergadering van 22 januari 1974 zijn zij uitvoerig onderwerp van bespreking met als doel een benaderingswijze te kiezen ‘van de feitelijke toekomstige ontwikkeling, welke niet voor onmogelijk moet worden gehouden’. Twee interviews in het Elseviers Weekblad (op 19 januari 1974) en het Financieele Dagblad (op 14 januari 1974) met algemeen voorzitter A. Hubben zijn voorafgegaan aan die beraadslaging.

Toon Hubben, voorzitter Unie BLHP, rechts, tijdens NKV-Verbondsraadsvergadering op 29 april 1974. Links van hem Frits Jöris, Piet Brussel en Servaas van Bijsterveld van de Industriebond NKVToon Hubben, voorzitter Unie BLHP, rechts, tijdens NKV-Verbondsraadsvergadering op 29 april 1974. Links van hem Frits Jöris, Piet Brussel en Servaas van Bijsterveld van de Industriebond NKV

  1. Het is bepaald niet irreëel te mogen stellen, dat de huidige vakcentrales NVV, NKV en CNV kunnen bewerkstelligen niet meer de juiste afspiegeling beteken van de opvattingen, zeg maatschappijopvattingen, der 1,3 miljoen werknemers, die hierbij zijn georganiseerd. Deze werknemers vormen bovendien slechts 40% van het totale bestand.
  2. Via het bewustwordingsproces, mede door de maatschappij-kritische vakbeweging alsook door zes jaar politieke oppositie aangezet, gaat der georganiseerde werknemer meer kiezen dan voorheen Het blijft voorlopig nog bij een passieve keuzebepaling tussen –zwart-wit gezegd- een radikaal-progressieve en een m eer gematigde opstelling, met voor elk daarbij behorende nuances van “min of meer”.
  3. De polarisatie, vooral in de hand gewerkt door politieke oppositie (zie ook de huidige politieke situatie) en het loonkonflikt 1973, verdeelt bewust of onbewust deze georganiseerde werknemers in  twee kampen. De bedoelde passieve gevoelens lopen praktisch door alle bonden -met de nodige gradaties- en hun leden heen.
  4. En zoals gezegd het blijft voorlopig -uitzonderingen daargelaten- tot een passieve keuze, een tijdelijk, afwachtend toezien, zonder dat hierbij door deze leden ook aktief een keuze wordt gemaakt in massale zin. Men laat het nog bij het oude zitten, want de adekwate keuzemogelijkheid naar een structureel verband dan de drie vakcentrales is voorshands niet aanwezig. Derhalve broeit het bij de grote zwijgende meerderheid latent onder de oppervlakte en komt de eerder genoemde verdeeldheid in grosso modo twee kampen van radikaal-progrssieven en meer gematigden niet aktief en in alle duidelijkheid dan de oppervlakte.
  5. De Unie BLHP heeft sinds haar oprichting -ondanks het nog niet voorhanden zijn van een omschreven visie en aktieprogramma- in haar daadwerkelijke opstelling bij diverse aan-gelegenheden duidelijk positie gekozen en blijk gegeven van haar identiteit. Op grond van wellicht vooringenomen overwegingen (“Daar heb je de Unie weer”) is de katalyserende funktie van de Unie -met uitzondering t.a.v. het hoger personeel- niet evenredig aan haar positie kiezen tot zijn recht gekomen. Het heeft geen massaal effekt teweeggebracht.
  6. De mogelijkheid is thans niet uitgesloten, dat het CNV door zijn permanente houding inzake de zware federatie de katalyserende funktie, welke eerder aan de Unie was toebedacht, zou kunnen overnemen. Het CNV zou wel eens een breekijzer kunnen zijn en de scheiding der geesten, sinds jaren latent verborgen onder de oppervlakte der huidige strukturen, kunnen bewerkstelligen. Via het CNV moet een z.g. hergroepering der troepen niet als uitgesloten worden beschouwd.
  7. Het huidige systeem van de vakcentrales kan niet straffeloos tot in lengte van jaren protegeren, aangezien het geen juiste gestructureerde weergave betekent van hetgeen onder de 1,3 miljoen werknemers, alsmede de overigen, leeft. Vooral, nu de vakbeweging veel meer de maatschappelijk toer opgaat dan voorheen, en zij haar leden een maatschappijkeuze mag verwachten, in feite een politieke keuze, kan een hergroepering niet meer achterwege blijven. Het is ook eerlijker, waarachtiger, dan de huidige toestand alsmaar gedogen. En dat geldt vooral en met name voor ons eigen NKV, dat reeds jaren door haar opstelling in een ontploffingszone verkeert, en wiens rol as middenpartij of centrumpartij o.m. vanwege haar dekonfessionalisering en gelieerdheid in overgrote mate aan het NVV nagenoeg volledig is uitgespeeld.
  8. Doch wie bindt de kat de bel aan? Destijds hebben wij het CNV in 1972 bewogen mee te doen met de federatie, Moeten wij thans niet -op grond van voren geschetste situatie het CNV zelfs bewegen te volharden in zijn standpunt teneinde als trekpleister te fungeren voor de bedoelde hergroepering? Welke taktiek moeten wij als Unie hanteren om nu eindelijk eens de zo gewenste en noodzakelijke verschuivingen tussen bonden en leden op gang te zetten.
  9. De nieuwe vakcentrale van NCHP en CHA ligt in het verschiet. Men mag aannemen, dat -om met Van der Schalie te spreken- de doorbraak binnen het huidige stramien van drie is verkregen in aanzet. Bestaat er een mogelijkheid van een vakcentrale voor middelbaar en personeel van gematigde allure als een verantwoorde tegenpool tegen het meer radikaal-progressieve element van de toekomstige federatie van NVV en grote meerderheid van NKV? Met daarnaast een vakcentrale, geponeerd door het CNV op een bredere basis, een algemeen-kristelijke basis, waarin ook de konfessioneel georiënteerde NKV-ers zich thuis kunnen voelen.
  10. De nieuw beoogde federatie zal uiteindelijk uitmonden in de fusie. Uiteindelijk het ideaal van het NVV, dat de ene en ongedeelde vakcentrale in zijn blazoen heeft geschreven. Het verschil in opvattingen tussen de meerderheid van het NKV e het NVV zal straks hoe langer hoe kleiner worden in federatief verband. Er zal nog slechts sprake zijn van een federatie van bonden. De eigen identiteit van het NKV zal snel al niet meer aan te tonen zijn, laat staan gepraktiseerd worden.
  11. En zou dan om deze bespiegelingen te besluiten -de geschiedenis zal het leren- voor de toekomst een federatieve samenwerking van lichte aard in de combinatie Lanser-Hubben-v.d. Schalie geen juist tegenwicht kunnen vormen tegenover de moloch van de zware federatie NVV en meerderheid NKV?

Naschrift:

Nog geen drie maanden later (en binnen twee jaar na het ontstaan van de Unie BLHP) werd de Raad van Overleg voor Middelbaar en Hoger Personeel [MHP/15-04-1974] opgericht. Na hun uittreden uit de vakcentrale NKV sloten de BVA en Unie BLHP zich aan bij de MHP om de basis te leggen voor een arbeidsvoorwaarden-beleid en de specifieke belangenbehartiging van middengroepen en hoger personeel. De Raad MHP werd de nieuwe vakcentrale MHP en ook als zodanig erkend. Het CNV werd na vele jaren weer een interconfessionele vakcentrale, waarbij enkele katholieke beroepsverenigingen en vakorganisaties zich aansloten.
Geert Wagenaer
oud secretaris Unie BHP/BLHP en VHV
oud vice-voorzitter BVA
April 2014