Het geheugen van de vakbeweging

Chroom-6 in vakbondshistorisch perspectief

Het jarenlange gevecht van vakbondskaderleden bij Fokker

Een Fokker-vliegtuig in aanbouw

Het Fokker verhaal

Krantenbericht uit 1956 over ‘zonder afzuiging spuiten van verf’ bij Fokker

We schrijven mei 1956. Voor het eerst komt bij vliegtuigfabrikant Fokker de Veiligheidscommissie van de Ondernemingsraad (OR) bij elkaar onder leiding van één van de directeuren. Aan de orde komt het verfspuiten van vliegtuigen onder werktijd. De commissie vindt dat dit ‘slechts in uitzonderingsgevallen’ is toegestaan. Een open eind dat we in dit verhaal vaker zullen horen, als dekmantel om door te gaan met een voor werknemers schadelijke manier van werken.  In de jaren 50, en nog tientallen jaren daarna, zijn de meeste verven en lakken oplosmiddelhoudend. Wat betekent: risico op hersenschade, het zogenaamd Organisch Psycho Syndroom.
Bijna 30 jaar later, eind 1985, publiceert de toenmalige Werkgroep van Deskundigen van  de Nationale MAC-commissie, een rapport over Chroom en Chroomverbindingen, en constateert daarin dat over het kankerwekkend karakter van chroom geen twijfel meer bestaat.
De oude Veiligheidscommissie bij Fokker is intussen vervangen door een volledig uit werknemers bestaande OR-commissie voor Veiligheid, Gezondheid en Welzijn (VGW). De nieuwe Wet op de Ondernemingsraden en de Arbowet geven werknemersvertegenwoordigers veel ruimte voor een eigen rol, en die ruimte pakken de OR van Fokker Schiphol en zijn VGW-commissie ten volle. Het overgrote deel van de leden is ook actief vakbondskaderlid bij één van de drie grote bonden. Opgeleid en geruggensteund door hun vakbond, wat een ijzersterke, maar ook onmisbare combinatie zal blijken te zijn.

Chroom-6 alarm op Schiphol

… in stofwerende witte overalls ingepakte schilders, voorzien van de zwaarste vorm van adembescherming spuiten wolken verf door een productiehal op Schiphol … (foto Jan Verhagen)

Maart 1988. De OR-leden bij Fokker Schiphol krijgen, niet voor het eerst, signalen dat er nog steeds, net als in 1956, regelmatig spuitwerkzaamheden op de productielijnen plaatsvinden. Een wonderlijk gezicht: in stofwerende witte overalls ingepakte schilders, voorzien van de zwaarste vorm van adembescherming spuiten wolken verf door een productiehal, waar tientallen collega’s in hun gewone blauwe overall en zonder adembescherming aan het werk zijn. De leden van de VGW-commissie besluiten met de kwestie aan de slag te gaan. Niet wetend dat ze beginnen aan een ruim vier jaar durend gevecht, dat in veel opzichten lijkt op wat we bij Defensie en NS/Nedtrain hebben mogen meemaken.
Als het onderwerp in de rondvraag van de Overlegvergadering, 24 maart 1988, voor het eerst aan de orde komt, lijkt het allemaal nog eenvoudig: de directeur zal ervoor zorgen dat spuiten alleen nog na 24u30 zal gebeuren, als de andere werknemers naar huis zijn.

Twee jaar later, juni 1990: opnieuw zo’n afspraak, met de nodige aanvullingen, en met een nieuwe directeur. Dit komt nadat leden van de VGW-commissie voor de zoveelste keer hebben geconstateerd dat  eerder gemaakte afspraken met voeten worden getreden. Steeds nieuwe excuses en boetekleden van directiezijde hebben daaraan niets veranderd.

En wat meldt de VGW-commissie op 5 juli, minder dan een maand later? Verfspuiten in de productiehal. De tekst van het schrijven spreekt, hoe beleefd ook geformuleerd, voor zich. De VGW-commissie kiest voor een onorthodoxe weg: direct overleg met de afdelingsleiding van productielijn en schilderswerkplaats. Voor het eerst gaat het gesprek ook over ‘chromaatloze verven en primers’, bronaanpak in arbojargon. ‘Constructief overleg’ constateert de commissie, en dat levert  30 augustus nieuwe principeafspraken op. Edoch, als OR-leden op 7 september poolshoogte gaan nemen bij de avondploeg (dat doen ze vaker), blijkt er toch weer gespoten te zijn, en is slechts een klein deel van de gemaakte afspraken uitgevoerd. Gevolg: een flink aantal werknemers is opnieuw blootgesteld aan oplosmiddelen en chromaten.



Onverkwikkelijke geschiedenis

In 2018 en 2019 regelmatig op de voorpagina: de onomkeerbare gezondheidsschade die werknemers bij Defensie en in werkplaatsen van NS/Nedtrain hebben opgelopen door blootstelling aan Chroom-6. Een onverkwikkelijk verhaal waarin, niet voor de eerste keer, de gezondheid van werknemers sluitstuk in het beleid van werkgevers én van overheden blijkt te zijn. De vele hele en halve onwaarheden die de verantwoordelijken bij Defensie, NS/ Nedtrain en de gemeente Tilburg ventileren, hun soms stuitende laksheid bij het treffen van noodzakelijke maatregelen, en andere vormen van management-ten-koste-van-mensen komen in dit artikel niet uitgebreid aan de orde. Voor wie meer wil weten: even Googelen levert een enorme hoeveelheid, vaak onthutsende informatie op. Dan blijkt dat de laakbare gedragslijn van verantwoordelijken heden ten dage weinig verschilt van wat zich ruim 30 jaar terug bij Fokker Schiphol heeft afgespeeld.

Overigens gaan de meeste zoekresultaten gaan niet verder terug dan 2017-2018. Toch heeft het Chroom-6 verhaal een veel langere voorgeschiedenis. Opvallend: de inzet van de vakbeweging op Chroom-6 is vooral het laatste jaar overwegend gericht op schadevergoeding aan de slachtoffers. Een meer structurele, preventiegerichte vakbondsinzet om herhaling van dergelijke drama’s te voorkomen, lijkt weinig feitelijke prioriteit te hebben. De vakbondsinzet op kankerverwekkende stoffen zoals Chroom-6 beperkt zich dan ook te vaak tot een handvol hardwerkende adviseurs en vakbondskaderleden, die zowel in ‘de polder’ als op de werkvloer onvoldoende vakbondsgrip op dit soort zaken weten te krijgen.

Het verhaal hiernaast gaat niet alleen even ‘terug in de tijd’: het levert leerpunten op die ook anno nu actueel en toepasbaar zijn bij het vakbonds- en ondernemingsraadwerk.

 

 

 


Bron afbeelding: RIVM

Gebruik en gevaar van chroom-6

Blootstelling aan te grote hoeveelheden Chroom-6 kan ertoe leiden dat omzetting in het lichaam naar het in principe onschadelijke Chroom-3, niet buiten, maar in de lichaamscellen plaatsvindt. Dat kan leiden tot schade aan de cel, en daarmee tot ernstige ziektes, zoals kanker.
Chroom-6 wordt gebruikt bij vele werkzaamheden. Vooral in verven en coatings, vanwege de corrosiewerende werking van deze stof. Chroom-6 kan vrijkomen bij verfspuiten, maar ook bij schuren, slijpen en zagen van Croom-6 bevattende geschilderde metaaldelen. Ook bij laswerkzaamheden en bij houtverduurzaming bestaat de kans op bovenmatige blootstelling aan Chroom-6.
Voor wie meer wil weten: een kleine greep uit de enorme hoeveelheid informatiemateriaal op het internet:

  • een video van het RIVM
  • een artikel op Nemo-Kennislink dat een aardige indruk geeft van de tegenstrijdige verhalen over mogelijke alternatieven voor chroom-6
  • een informatiebrochure van het RIVM: ‘Wat is Chroom-6?’

Naar de Arbeidsinspectie….

De VGW-commissie bij Fokker Schiphol heeft in die jaren noodgedwongen enige expertise op dit onderwerp opgebouwd. Daarbij helpt dat het district Amsterdam van de toenmalige Industriebond FNV kaderleden begeleidt en ondersteunt via de ‘Districts Advies Commissie VGW (DAC-VGW). Geen formele club, maar een open netwerk op het onderwerp Veiligheid, Gezondheid, Welzijn, waar ieder de eigen bedrijfservaringen en -problemen kan voorleggen en bespreken. Ook de problematiek van wat in Fokker termen ‘spuiten op de eindlijnen’ is gaan heten, komt met regelmaat ter tafel. Soms gevolgd door een kattebelletje met aanvullende informatie van voormalig hoofdbestuurder Bert van Hattem.

Die expertise komt kort daarna goed van pas, als blijkt dat het overtreden van afspraken nog steeds structureel is. De VGW-commissie brengt in september rapport uit aan de Ondernemingsraad met een lange cc-lijst: alle directeuren, betrokken managers, deskundigen krijgen een kopie, zodat ze (kunnen) weten waar ze aan toe zijn. Alles overziend adviseert de commissie namelijk een volgende stap: inschakelen van de Arbeidsinspectie door middel van een toen nog in de Arbowet opgenomen ‘Verzoek tot Wetstoepassing’.

Zo’n ‘Verzoek tot Wetstoepassing’ kent een aantal fases. Na het verzoek van de OR aan de Arbeidsinspectie en na het verstrekken van informatie door de werkgever volgt een hoorzitting door de Arbeidsinspectie. Die vindt plaats op 18 december 1990, in de vergaderzaal van de OR. Directie, deskundigen, de VGW-commissie samen met de OR-voorzitter,  hebben geen bezwaar tegen een gezamenlijke zitting.  Het biedt de mogelijkheid om ter plekke elkaars woorden te horen, wat latere misverstanden (of erger) voorkomt. Bovendien hanteert de OR het onderhandelingscredo ‘hard op de inhoud,zacht op de relatie’. Dat geldt ook – ere wie ere toekomt – voor de betrokken directeur. Om standvastig en stevig te zijn heb je geen keiharde ruzie nodig…

Op basis van die hoorzitting beslist de Commissie Bezwaarschriften van de SER of er voldoende grond is voor het verzoek van de OR. Dat blijkt in dit geval geen enkel probleem, dus treffen directie en OR elkaar voorjaar 1991 in het SER-gebouw. Wim Spit, ooit vicevoorzitter van de FNV, zit voor.
Een rimpeltje in het gebeuren is wel dat zich onder de begeleiders van de directeur de Veiligheidskundige bevindt. Leden van de VGW-commissie hebben de man voorafgaand aan de zitting in niet mis te verstane bewoordingen op zijn ten opzichte van beide partijen onafhankelijke positie gewezen.

‘Eis tot naleving’ van de ArbeidsInspectie, 1991

Uiteindelijk formuleert de Arbeidsinspectie op 17 mei 1991 een ‘Eis tot naleving’. De inhoud is, kort samengevat, niet meer of minder dan wat de OR al die jaren had gevraagd: zo min mogelijk verfspuiten in de productiehal, en als het niet anders kan moeten alle andere werkzaamheden gestaakt worden. Bovendien, en dat is een lastige voor het bedrijf,  mag er in dat geval alleen op vrijdagavond na 20u40 in gespoten worden. Fokker gaat in beroep, maar trekt dat in, wanneer in overleg met de OR een iets aangepaste, ook voor de Arbeidsinspectie acceptabele oplossing is gevonden.

Succes, dankzij….

Er zijn heel wat factoren te noemen die uiteindelijk hebben geleid tot de overwinning van het recht op Veilig en Gezond Werk. Eén daarvan is de vasthoudendheid van de werknemersvertegenwoordiging, en het als drie-eenheid opereren van VGW-commissie, Ondernemingsraad en Vakbond. Bij een eerdere kwestie was het juist daar fout gegaan, waardoor de toenmalige directie een tijdelijke, maar intimiderende ‘verdeel en heers’-toestand wist te realiseren. Een ervaring waaruit lering is getrokken. Niet te onderschatten is ook het voortdurende contact tussen VGW-commissie en de achterban op de productielijnen. Daarmee, en door de nauwe contacten met de Industriebond FNV, waren extra drukmiddelen voorhanden, die overigens in dit geval uiteindelijk niet zijn ingezet.

Wat achteraf ook opvalt is dat naast heel veel schriftelijke communicatie de VGW-commissie ook heel wat malen direct contact heeft gezocht. Met directie, met managers, met de Arbodeskundigen van het bedrijf en met de Arbeidsinspectie. Tot slot hebben OR en VGW-commissie zich niet laten verleiden tot proceduregevechten, het ging altijd in de eerste plaats om de inhoud en om het te behalen doel: stoppen van het werknemersrisico op ernstige ziektes.

Met resultaat!

Jan Verhagen
mei 2019