Het geheugen van de vakbeweging

Christien van Wijnen–de Groene

“Met een ‘rode pen’ leren schrijven en over de schutting kijken bij een ander”

In 2012, 2013 heeft Siska Caneel een groot aantal verhalen opgetekend van ‘Vrouwenbondsvrouwen’. Deze zijn gebundeld in het boek De Vrouwenbondsvrouwen, 1948 – 2013, 65 jaar Vrouwenbond(s)levens. Christien van Wijnen-de Groene (1919) uit Vlissingen, lid sinds 1952, is één van hen.

Christien van Wijnen-de GroeneChristien van Wijnen-de Groene

Na een urenlange treinreis met de nodige vertragingen word ik in Vlissingen begroet door Hannie Bak van de afdeling Middelburg. Zij neemt me mee naar Christien van Wijnen, die al vlak na de oprichting lid werd van de Vrouwenbond. In het leuke appartement aangekomen vinden we Christien met koffie en koekjes. Klaar voor een terugblik op haar Vrouwenbondsleven. ”Ja” knikt ze, “Ik heb veel vrouwen lid gemaakt van de Vrouwenbond, ook Hannie hier, die nu al een flink aantal jaren voorzitter is.”

Christien komt uit een middenstandsgezin, haar ouders hadden een kruidenierszaak. Natuurlijk werd daar door de kinderen geholpen en zo was Christien al vroeg aan het werk. Op haar 16e kreeg ze een dienstje bij de bakker. Al jong leerde ze haar man kennen en trouwde. Dat was het einde van haar dienstje, als getrouwde vrouw mocht je geen baan hebben. 
In 1952 werd Christien door een buurvrouw meegevraagd naar een bijeenkomst van de Vrouwenbond NVV in Middelburg. Ze vond het prachtig, dat er zo veel voor vrouwen gedaan werd, dat er zo veel bespreekbaar was. Maar ze mocht geen lid worden als haar man niet eerst lid werd van de Metaalbewerkersbond (later Bondgenoten). Dat gebeurde, Christien kwam bij de Vrouwenbond, is gebleven en nooit meer weggegaan. 
Bij het 5-jarig bestaan van de afdeling vroeg voorzitter Miny v.d. Driest de vrouwen allemaal iemand mee te brengen. Dat werkte goed, er kwamen meteen veel nieuwe leden bij. Na ongeveer een jaar werd Christien in het bestuur gevraagd. Ze werd penningmeester. Dat ging nog niet automatisch, nee, het geld moest nog aan de deur bij de leden worden opgehaald. Heel praktisch was ze wel, ze nam meteen de convocaties voor de bijeenkomsten mee. En alle inkomsten en uitgaven werden netjes in een schriftje bijgehouden. 
Er werd extra gespaard voor de reisjes, want dat waren leerzame hoogtepunten voor de vrouwen. Zoals het uitstapje naar de radiostudio’s in Hilversum, een fruitverwerkingsbedrijf en het glasmuseum. “Ooit gingen we naar een toneelvoorstelling in Den Haag. Ik had de bus geregeld en moest het geld contant afrekenen. Daar liep ik dan met een groot geldbedrag over straat en in de bus. Dat was best heel spannend.”
Vervolgens werd Christien voorzitter van de afdeling en afgevaardigde naar het hoofdbestuur. “Dan moest ik al om half 6 met de trein weg en kreeg ik in Dordrecht gezelschap van andere bestuursleden. Na de vergaderingen in Amsterdam was ik dan rond 20.00 uur weer thuis. Mijn moeder en soms mijn zusje pasten dan de hele dag op de kinderen. Anders had ik dat niet gekund. Mijn man kookte dan soep voor de kinderen.” 

Als districtsvoorzitter heeft Christien in Zeeland een flink aantal afdelingen opgericht, onder meer in Goes en Vlissingen. Op de afdelingsbijeenkomsten werden eerst de lopende zaken besproken en daarna de thema’s die door ‘Amsterdam’ werden aangedragen. Ze organiseerde districtsvergaderingen. “Ik ben wat minder van de inhoud, meer van het begeleiden van het proces” geeft ze aan. Ze hield de boel bij elkaar, ondanks dat het wel eens lastig was met een zoon van 9 en een baby. 

Er werden vaak sprekers uitgenodigd en demonstraties gegeven. Zoals door een koffiebedrijf en van de Ploeg stoffen. Soms moesten de sprekers bij Christien thuis blijven slapen, dan konden ze niet meer naar huis. Emancipatiesubsidie kwam van de gemeente Middelburg. In het Aardenburgse Van Eeghenhuis werden cursussen en scholing gegeven. Maar natuurlijk bezochten de vrouwen ook de meerdaagse scholings- en trainingsbijeenkomsten van de landelijke scholingscommissie in De Born bij Bennekom. Het ging over assertiviteit voor vrouwen en over de zorg voor het huis en het gezin. “Fantastische dagen” vindt Christien. “Je kreeg zo veel inzicht in de maatschappij, je kon eens bij een ander over de schutting kijken, ontmoette andere vrouwen. Ik ben bij de bond sociaal gevormd.”
Mijmerend kijkt ze terug op haar leven binnen de bond. Namen die naar boven komen zijn: Saar Schuit, Karin Adelmund “toen we naar haar afscheid gingen in De Flint in Amersfoort was het buiten spekglad”, Mini Minnaard, de dames Wiezeman en Uitdewilgen, Elly Schuiling en Mária van Veen “een hele hartelijke vrouw”. Natuurlijk wil ze de huidige voorzitter Anya Wiersma niet vergeten te noemen. “Als zij de mogelijkheid heeft bezoekt ze onze jaarvergaderingen, dat vinden we heel fijn.”
Zoals in alle afdelingen van de bond werden de vrouwen ook actief in andere organisaties. Ze werden afgevaardigd naar de Zeeuwse Vrouwenraad, De Middelburgse Vrouwenraaad, de Bestuurdersbond, ze lieten hun stem horen en hun gezicht zien bij onder andere de gemeentelijke commissies, bijvoorbeeld over het openbaar vervoer en de vakbondsschool. Ze organiseerden 8 maart bijeenkomsten en bezochten demonstraties, zoals in Amsterdam (kernwapens) en Utrecht. Tijdens de stakingsacties bij de BV Schelde in Vlissingen kookten de vrouwen soep en brachten die naar de stakers. De congressen van de Vrouwenbond werden bezocht en er werd meegepraat over het beleid. De landdagen in Vierhouten zijn een hoogtepunt geweest.
Ondertussen zijn ook Christiens zoons aangeschoven, zij bezoeken hun moeder wekelijks. Ze zijn trots op hun ouders. “Ik heb door mijn ouders met ‘de rode pen’ leren schrijven” vertelt de jongste (60). “En als ze voor de Vrouwenbond op pad was, dan mocht ik koken. Of ze zette rijst in de hooikist onder het matras klaar. Met vader samen was ze ook heel actief voor de ANBO. Ach, we zijn toch allemaal lid van die rode familie? Vakbond, PvdA, Vara, Stem des Volks enzovoorts. Mijn zus Heleen is ook lid van de Vrouwenbond en was net als moeder jarenlang penningmeester.” Ook de broers zijn actief voor de vakbond en ouderenbond, ze weten niet anders of het hoort bij het leven.
In de jaren zeventig telde de afdeling rond de honderd vrouwen. “Maar ze worden ouder, ze vinden niets meer bij de Vrouwenbond. De onderwerpen die nu op de agenda staan zijn voor ons niet meer interessant. Kinderopvang, daar hebben we niets meer mee. We zijn nu nog met een groepje van 20 vrouwen en komen maandelijks bij elkaar. We praten over de dingen van de dag. Soms nog even een thema uit het Vrouwenmagazine of actualiteit.” 
Zowel Hannie Bak als Christien vinden het erg dat de laatste binding met de bond, het Vrouwenmagazine, nu digitaal gaat. Ze voelen zich daarmee buiten spel gezet. Dat is erg jammer. Het blad was een promotiemiddel dat werd doorgegeven aan andere vrouwen om ze te betrekken en lid van de bond te maken. Nu komen er steeds minder vrouwen, het is klaar. 
“Ik heb een prachtig leven gehad, mede door de Vrouwenbond,” vertelt Christien. “Ik had een fijne familie, heb goede kinderen. Een mooi appartement. Ik ben tevreden. Ik zal de tijd die me nog rest lid van de Vrouwenbond blijven. De nieuwe bond FNV Vrouw wens ik heel veel succes toe.”
Siska Caneel
Vlissingen,  december 2012