Het geheugen van de vakbeweging

Cees Schelling (1927-2018)
Cees Schelling (1927-2018)


Voorzitter Voedingsbond(en) FNV van 1976 tot 1984

Cees Schelling – Meer pragmaticus dan drammer

Voor wie het nog niet wist: Cees Schelling (1927-2018) was als voorzitter van de Voedingsbond FNV veel meer een pragmatisch boegbeeld en opportunist dan een rechtlijnige drammer die zich nergens in liet meenemen. Zo herinnert zijn voorlichter Geert Wijnhoven zich. Schelling is op 20 maart 2018 in zijn woonplaats Pieterburen op 91-jarige leeftijd overleden.

Met Cees Schelling werken was een genot voor een voorlichter of woordvoerder. Hij gaf geen opdrachten maar luisterde. Had respect voor de professie van de ander. Hij liet zich sturen met een boodschap. Hij kon een door ons voorlichters geschreven verhaal voorlezen alsof hij iedere zin zelf op papier gezet had. Ook al had hij het verhaal pas een minuut van tevoren voor het eerst in handen. Mijn conclusie was: als je elkaar zo vertrouwt kan iedereen zijn werk met plezier doen.

“Eerste in de fusierace en daarom dit kadootje van ome Cees”

Plezier was misschien wel wat de Voedingsbond FNV het meest onderscheidde van andere vakbonden. Zeker in hoe de bond zich uitte. In 1976 was het de eerste federatie van een NKV en een NVV bond met Schelling als voorzitter. Schelling had vanaf 1957 voor de steile ANAB gewerkt maar kon het prima vinden met de pragmatische katholieken als Ton Bastiaansen, Wil Winter en Gerard van Bakel die zich vanuit de NKV-kant bij de nieuwe organisatie voegden. Terwijl op andere plekken in de FNV nog over samenwerking werd gebakkeleid ontstaat in 1980 de Voedingsbond FNV. Ik herinner me het mandje met eetbaarheden dat de congresgangers kregen. Daar zat een sticker op met de tekst: “eerste in de fusierace en daarom dit kadootje van ome Cees.”

Het waren de jaren dat de Voedingsbond vaak de aandacht op zich wist te vestigen. Veel stakingen. Om de prijscompensatie te behouden of bedrijven niet zomaar te sluiten. Maar ook simpelweg om even een geluid uit een andere koker te laten horen. Daar waren ze bij de Voedingsbond FNV dag en nacht mee bezig. Omdat ze vonden dat het moest. Maar ook zeker omdat ze er lol in hadden om weer eens iets anders te bedenken.

Basisinkomen, met zijn allen roepen in de woestijn

Onder Schelling ontwikkelde zich, aan de hand van Goudvink en rekenaar/econoom Henk van de Kolk, de ideeën over basisinkomen onder de alleszeggende titel: “Met zijn allen roepen in de woestijn”. De vraag die wordt neergelegd is: waarom moeten we werken? Zeker in een tijd dat er niet voor iedereen werk is? Waarom koppel je inkomen niet veel losser van werk? Schelling zoekt met zijn bond naar manieren om mensen te helpen aan een beetje méér. In 1984 komt de bond met de Stichting KUL (Kunstbeoefening uit Liefhebberij). De stichting koopt kunstwerken die uit liefhebberij zijn gemaakt. Wat je daarmee verdient hoef je niet als inkomen bij de belasting op te geven. Vervolgens vraagt de bond het betaalde bedrag terug als schenking. Die schenking is aftrekbaar van de belasting. Zo hebben vooral mensen met lage inkomens een extra aftrekpost. Drie jaar na het in het leven roepen van deze ‘grap’ maakt de belastingdienst hem onmogelijk.

Wie Cees Schelling met zijn vice-voorzitter Gerard van Bakel en algemeen secretaris Ton Bastiaansen midden jaren tachtig achter de bestuurstafel zag zitten zou vermoedden dat deze mannen geen lang leven beschoren waren. Ze blonken allesbehalve uit door hun gezonde levensstijl en de dagelijkse tussen-de-middag-gang naar Cafe De Papegaai van Piet Vroon hielp er ook niet bij. Ze waren in de vijftig en hadden al een zwaar leven achter de rug. Schelling maakte een interessant ‘move’. Hij kwam overeen dat hij op zijn 58ste de bond kon verlaten om zijn verdere leven te slijten in Groningen. Hij trok zich echt terug. Ik denk niet dat iemand toen had gedacht dat hij nog 33 jaar aan dat leven zou vastknopen. In redelijke gezondheid zelfs. Toen er in 2015 een reünie was van alle mensen die ooit bij de Voedingsbond FNV hadden gewerkt was Schelling nog van de partij met een behoorlijk samenhangend verhaal.

Soms moet je kunnen liegen

Het meest memorabele moment in de jaren dat ik werkte met Cees Schelling was misschien wel toen ik zeker dacht te weten dat hij simpelweg gelogen had om een doel te bereiken. Het was begin jaren tachtig. Ik werkte nog niet zo lang bij de bond. En ik leefde, blijkbaar, nog met het beeld van de onkreukbare, recht-door-zee vakbondsbestuurders. En van de voorzitter was ik overtuigd dat hij nooit zou liegen. Tegelijkertijd dacht ik zeker te weten dat hij iets wat hij zei gedaan te hebben echt had nagelaten te doen. In de deur van zijn kantoor sprak ik hem daarop aan. Hij ontkende tot tweemaal toe. Om op mijn vasthoudendheid in derde instantie grijzend te reageren met: “Ach Geert, als voorzitter moet je soms ook kunnen liegen.”

Geert Wijnhoven
25 maart 2018