Het geheugen van de vakbeweging

terugkijkend met de wetenschap van vandaag

Broodnodig: ook in de toekomst

1 mei 2017

Het is altijd lastig en tegelijkertijd boeiend, een bijeenkomst waar historici gaan praten over de toekomst. Zo’n back to the future bijeenkomst organiseerde de Vrienden van de Vakbondshistorie (VHV) op 21 april in het gebouw van het IISG in Amsterdam. Ter gelegenheid van de presentatie van het boek ‘Broodnodig’ van Sjaak van der Velden. Met als ondertitel ‘150 jaar Nederlandse vakbeweging’.

Het was een zeer goed bezochte bijeenkomst. Het gaat immers om de toekomst van de vakbeweging. En die staat er in de ogen van Sjaak van der Velden niet goed voor. “De vakbeweging heeft een groot probleem”, zei hij bij zijn inleiding. En: “de vakbeweging weet niet om te gaan met de nieuwe samenleving.” Sombere geluiden van een schrijver die de strijdbaarheid als kern van een succesvolle toekomst ziet.

Lodewijk de Waal (oud-FNV-voorzitter) zou Lodewijk niet zijn om zowel in zijn voorwoord voor het boek als bij zijn inleidende woorden tijdens deze bijeenkomst een paar kritische kanttekeningen te plaatsen. Bijvoorbeeld bij ‘de suggestie dat de meerderheid van de vakbondsleden strijdbaarder en kritischer zijn dan de vakbondstop in glazen kantoren.

Hoewel hij onderschreef dat de vakbeweging niet meer een centrale rol speelt in de samenleving, dan nog moet het mogelijk zijn om strijdbaarheid en polderen op een goede manier met elkaar te laten samen gaan. Volgens De Waal is dat goed mogelijk en hij adviseerde dan ook zuinig te zijn op de polder. “Het vraagt wel om een vakbeweging die realistische eisen stelt.” Volgens De Waal gaan strijdbaarheid en zaakwaarnemerschap goed samen.

Uitholling

Het centrale woord in de bijdrage van Paul de Beer (bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen, wetenschappelijk directeur van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging), was ‘uitholling’: de uitholling van de instituties en van de vakbeweging; uitholling van de cao. Dit alles ten gevolge van de sterke dominantie van het neo-liberale denken.

De vakbeweging heeft de grootste moeite effectief tegen die stroom in te kunnen roeien. Er is sprake van een dalende legitimiteit van de vakbeweging en er is druk vanuit de neo-liberale hoek om die legitimiteit steeds weer ter discussie te stellen. Een dergelijke analyse dwingt tot de beantwoording van de vraag of er een mogelijkheid is tot herstel.

Volgens Paul de Beer is dat wel mogelijk, maar dan is er wel een fundamenteel andere strategie vereist. Zo’n fundamenteel andere aanpak is bijvoorbeeld het afstappen van het huidige ledenmodel en te opteren voor een vertegenwoordigend model, à la de politieke partijen. Wellicht ook een ander inkomstenmodel, dus met bijdragen van alle werknemers.

Gespreksleider Wim Berkelaar vroeg zich hardop af of het Belgisch model uitkomst kon bieden: “Vijftig procent van de werknemers daar is lid van de bond en de bonden spelen een belangrijke rol in de werkloosheidsfondsen. Is herbronning mogelijk?” De Beer blijft somber: “Zelfs als we zo’n positie zouden terugveroveren – en daar moeten de werkgevers nog wel mee instemmen – durf ik niet te garanderen dat de leden weer zullen toestromen.”

Zelfvertrouwen

Een opzetje werkte prikkelend voor Mariëtte Patijn, arbeidsvoorwaardencoördinator in het dagelijks bestuur van de FNV, net terug van een actiebijeenkomst in Woerden met werknemers van Jumbo. Zij ziet een toekomst voor de vakbeweging alleen mogelijk met mensen die voorzien zijn van een sterk zelfvertrouwen. “Een vakbeweging kan alleen bestaan bij de gratie van sterke mensen.”

En juist aan dat zelfvertrouwen schort het, ook al ziet zij een opgaande lijn. Zelfvertrouwen en het geloof dat verandering mogelijk is. “We zijn veel zichtbaarder dan tien jaar geleden.” En dat in tijden waarin mensen werken op flexbasis, waarbij zelfs het uurloon hen geen zekerheid biedt. Patijn is strijdlustig en ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. “De vakbeweging zal zeker in staat zijn weer de effectieve tegenmacht te ontwikkelen.”

Maar hoe die vakbeweging er dan uit moet zien? Sociale ANWB of een strijdbare vakbeweging? De zaakwaarnemer, de polderaar, de actievoerder met of zonder oog voor brede maatschappelijke thema’s? “We zijn daarin ambivalent”, erkent Patijn. “We hebben zeker in de werkorganisatie een richtingenstrijd maar we zijn zeker op weg naar een strijdbare organisatie.”

Gevangen in oude denkwijzen

De vraag is niet óf de vakbeweging er in de toekomst zal zijn maar hoe zij eruit zal zien. “Met dat gegeven voor ogen”, zegt Matthias van Rossum, onderzoeker bij het IISG en projectleider vakbondsgeschiedenis, “zal de Nederlandse vakbeweging zich moeten losmaken uit de gevangenschap waarin het zich bevindt. De gevangenschap van de moderne vakbewegingsstrategie. De vakbeweging zal de luiken moeten open gooien. De strategie was goed voor ‘toen’ maar niet meer voor ‘nu’.

Volgens van Rossum is de vakbeweging ronduit slecht toegerust om in te spelen op de veranderde vijandige liberale omgeving waarin graduele verbetering door overleg, beperkte mobilisatie en akkoorden minder vanzelfsprekend is. Zeker nu opeenvolgende akkoorden eerder leiden tot een gedeeltelijke verslechtering van de positie van werkenden en niet-werkenden.

Matthias van Rossum sneed daarbij een nieuw onderwerp aan. “Er is angst voor de ledendemocratie. De vakbeweging is nog te veel top-down en houdt te veel vast aan het primaat van de professionele bestuurders die namens de leden optreden. En de top blijft daarbij hangen in verouderde denkwijzen. Het is dus nodig om onszelf permanent vragen te blijven en durven stellen. We moeten blijven kijken en zoeken naar manieren waarop het anders kan.”  Zijn advies was dan ook: “Gooi de ramen open.”

Duidelijker communicatie

Een onderwerp waar Sjaak van der Velden bij aansloot: “Er is te veel en te lang een instelling geweest binnen de top van de vakbeweging in de trant van ‘wij regelen het wel voor de leden via de instituties en daarom hebben we de leden daarbij niet zo nodig’. Een houding die op een gegeven moment de vakbeweging opbreekt.

Akkoorden die namens de leden worden gesloten houden per definitie in dat er sprake is van een compromis. Paul de Beer: “Wees ook veel duidelijker naar de leden over wat je niét hebt weten binnen te halen en ga een akkoord niet al te enthousiast omarmen.” Waar Mariëtte Patijn op aanvulde dat “het belangrijk is de leden in het voortraject goed mee te nemen.”

Geen reden tot pessimisme

Reden tot pessimisme? “Geenszins”, zegt vakbondshistoricus Ad Knotter: “De vakbeweging heeft zich steeds weer aan nieuwe omstandigheden weten aan te passen. De vakbeweging vindt zichzelf steeds weer opnieuw uit.” Voor Knotter is het een onmogelijke gedachte dat in een samenleving waar werknemers en werkgevers bestaan, er geen vakbeweging is. Een hoopvol slot van een historici-middag over de toekomst van de vakbeweging.

Wouter van de Schaaf

Kees van Kortenhof

mei 2017

Sjaak van der Velden: Broodnodig, 150 jaar geschiedenis van de Nederlandse vakbeweging

ISBN: 9789085551102, 166 pag., € 17,50.