Het geheugen van de vakbeweging

Bouwvakkersoproer kent nog vele mysteries

Het jaar 1966 verloopt voor Amsterdam tumultueus. Provo tart het gezag, het Huwelijk wordt aangegrepen voor allerlei opstandige acties tegen de gevestigde orde, waarvan de naar de Gouden Koets geworpen rookbom het symbool geworden is en vervolgens vindt er op 13 en 14 juni het zogenaamde Bouwvakkersoproer plaats, waarbij een vrachtwagen van de Telegraaf in vlammen opgaat en er een dode valt. Aan het eind van het jaar ruimen burgemeester Van Hall en hoofdcommissaris Van der Molen het veld. De commissie-Enschedé heeft onderzoek gedaan naar de gebeurtenissen en daarbij heel nadrukkelijk ook gekeken naar de ‘ordeverstoringen te Amsterdam op 13 en 14 juni 1966.

Aan de hand van de verklaringen van de betrokken vakbondsbestuurders wordt hier veertig jaar later het Bouwvakkersoproer beschreven. De directe aanleiding is de vergoeding van 2% die niet-georganiseerde bouwvakkers moeten betalen voor het verzilveren van de vakantiebonnen. Dat zet kwaad bloed, in het bijzonder bij de leden van de in Amsterdam sterke Algemene Bond van Werkers in het Bouwbedrijf (ABWB). De leden van deze aan de CPN-gelieerde bond, die eerder deel uitmaakte van de EenheidsVakCentrale (EVC), voelen zich wel degelijk vakbondslid en daarom gediscrimineerd ten opzichte van de leden van de zogenaamde ‘erkende vakbeweging’. Die inhouding van 2% is later ingetrokken. Daarvoor in de plaats is het ‘vakbondstientje’ gekomen. Zo krijgt de vakbeweging een vergoeding voor haar inspanningen in het belang van de bedrijfstak die ook ongeorganiseerden ten goede komen. Vaag blijft echter in het rapport-Enschedé de toedracht van het Bouwvakkersoproer. Op dat punt laat het zich lezen als het rapport-Warren over de moord op president Kennedy. Het geeft namelijk aanleiding tot tal van speculaties. Gezien de kritiek vanuit de ABWB/CPN op de inhouding op de vakantiebonnen is het begrijpelijk dat er beschuldigend in die richting wordt gekeken. De leiding daarvan heeft zich er echter altijd van gedistantieerd en heeft anno 1966 ook helemaal geen behoefte aan rotzooi. Integendeel, de CPN maakt zich namelijk op om weer toe te treden tot het Amsterdamse college van B&W.

De laatste tijd komen er steeds meer studies over de rol van de BVD in de Koude Oorlog. In De Geheime Dienst van Chris Vos en anderen wordt beschreven hoe de BVD infiltreerde in CPN en de Vredesbeweging. Helaas hebben die studies de schijnwerper nog niet gericht op de relatie tussen de ‘erkende’ vakbeweging en de geheime diensten. Zo is er eigenlijk niet meer bekend dan dat er contacten waren. Maar daarnaast is er eigenlijk nog niet goed gekeken naar de rol van de BVD en andere geheime diensten bij het Bouwvakkersoproer. Toen ik destijds bij de Bouw- en Houtbond FNV werkte heb ik menigmaal met mensen gesproken over de gebeurtenissen van 1966. Ook met mensen die een prominente rol hebben gespeeld in ABWB en CPN. Hun verhaal: er zijn mensen in de ongeregeldheden voor gegaan die we niet kenden en daarna nooit meer hebben gezien. Stel dat ze gelijk hebben, dan rijst de vraag: wie had er belang bij de CPN zo in diskrediet te brengen?

“Jullie leiden de mensen naar een explosie en er zullen nog doden vallen”

“Wij wisten uit gesprekken met leden en met niet-georganiseerden, dat er een zekere onrust was ontstaan door de voorgenomen inhouding van 2% administratiekosten. Op de vergaderingen van het Bouwvak Aktie Comité was de toon steeds gematigd. Tegen de verkiezingen van maart 1966 veranderde die toon echter. Ik heb Van Genderen toen gewaarschuwd dat hun taal en toon veranderde en hem gezegd dat we moesten oppassen. Op den duur werd hun taal zo uitgesproken sentimenteel-opruiend, dat ik aannam dat er wel iets uit voort zou komen. Dit was met name het geval op hun vergadering van 17 mei. Ik weet welke taal je kunt bezigen om de mensen tegen elkaar op te zwepen. En daar was het Aktie Comité mee bezig! Vanaf die vergadering heb ik hun voormannen gewaarschuwd; zo heb ik nog voor 13 juni tegen Korlaar persoonlijk gezegd: “Als je op die manier doorgaat, weet je wel waar je aan begint, maar niet waar je uitkomt. Jullie leiden de mensen naar een explosie en er zullen nog doden vallen”. (Joop de Jong, administrateur Bouwbond NVV in Amsterdam)

“Een van onze medewerkers, de heer de Jong, bezocht in mijn opdracht geregeld de openbare vergaderingen van de Algemene Bond van Werkers in het Bouwbedrijf (ABWB), een communistische mantelorganisatie. Hij had daar gehoord dat de arbeiders werden opgeroepen om zich bij de uitbetaling niet aan de letterindeling te houden, maar de eerste maal massaal op te komen. Ik verwachtte toen, dat er bij die eerste uitbetaling een petitie zou worden aangeboden, dat er enkele individuele moeilijkheden zouden ontstaan, dat die ertoe zouden leiden dat de uitbetalingen moesten worden stopgezet en dat er daardoor ongeregeldheden zouden ontstaan van de mensen die alleen waren gekomen om hun geld te halen. Moeilijkheden van de aard als later in feite hebben plaatsgevonden, had ik echter bepaald niet verwacht. Op de door De Jong bezochte vergaderingen was ook niets gezegd dat in die richting wees. Al moeten we natuurlijk wel bedenken dat daar de interne bedoelingen van de heren uiteraard niet zal worden besproken.” (Henk van Genderen, voorzitter Bouwbond NVV in Amsterdam)

“Als voorzitter van het Aktie Comité te Amsterdam heb ik tot de bouwvakkers een oproep tot eenheid gericht. Deze oproep was geheel gelegen in het economische vlak. Mijn politieke werk in de CPN staat los van dit Comité. De ABWB heeft reeds op 28 april schriftelijk ons ongenoegen kenbaar gemaakt. Op 2 juni hebben zich ongeveer 1000 mensen verzameld voor het gebouw van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid in de Jodenbreestraat. Een delegatie bestaande uit Korlaar van de ABWB en Oetelmans van het schilderscomité en ik wilde protesteren tegen de voorgenomen inhouding. Toen wij het gebouw wilden binnengaan ging de menigte buiten op de rijbaan zitten. Wij hadden niet tot een sitdown-demonstratie opgeroepen. Deze was voor ons een verrassing. Ik zelf had zo’n sitdown-demonstratie door arbeiders niet eerder meegemaakt. Het is niet een voor arbeiders gebruikelijke demonstratie. Na afloop heb ik de menigte  toegesproken, die daarna onmiddellijk uiteen is gegaan. In die tijd is er ook een vlugschrift uitgedeeld onder de bouwvakkers, waarin opgeroepen werd tot mondeling protest tegen de inhouding. Duidelijk werd in dit vlugschrift meegedeeld:

  • Dat de uitbetaling van vakantiebonnen niet mocht worden verhinderd;
  • Dat de ingehouden 2% van de patroons de volgende dag zouden moeten worden ingevorderd
  • Dat bij de patroons moest worden aangedrongen op verhoging van het vakantiegeld.

De patroons hebben voor een groot deel de ingehouden 2% bijbetaald.” (Klaas Staphorst, secretaris van het Bouwvakcomité, voorzitter van het Aktiecomité tegen de inhouding op het vakantiegeld, actief CPN-kaderlid)

“Ongeveer een week van te voren hebben we een vergadering belegd teneinde de organisatie op 13 juni door te nemen. Bij deze vergadering waren ook 30 kaderleden van de Bouwbond NVV, afdeling Amsterdam, aanwezig, waarvan enkelen echter hardnekkig weigerden medewerking te verlenen. Wij hebben toen onder meer besproken, dat, indien er zich handtastelijkheden zouden voordoen, er niet teruggeslagen zouden worden. Het verbaasde mij, aangezien het gebruikelijk is de politie tevoren in kennis te stellen, dat wij op de ochtend van 13 juni nog naar de politie moesten gaan. Ik dacht dat de heer Van Genderen of zijn bestuur reeds contact had opgenomen. Wij hebben toen besproken dat we gedrieën, Van Genderen, Van Commenée en ik naar het hoofdbureau van politie zouden gaan. Daar werden we verwezen naar het afdelingsbureau aan de Admiraal de Ruyterweg. Daar was er niets van bekend. Op het moment van vertrek werd de wachtcommandant gebeld en moesten we bij hoofdinspecteur Brouwer komen. Hij heeft wel onmiddellijk de ernst van de zaak ingezien.” (Ad Janmaat, bestuurder van de Bouw- en Houtbond NKV, afdeling Amsterdam)

“We werden keurig ontvangen, Brouwer wilde het naadje van de kous weten. We hebben verschillende namen genoemd van mensen die we aan de kop van de demonstratie zouden kunnen verwachten en wel de heren Korlaar, Eberhard, Hulzebosch. Toen ik om 10 minuten voor half acht op die 13de juni de zaal van het gebouw binnenkwam, zag ik dat Brouwer aanwezig was om de toestand op te nemen. Hij is kort erna weggegaan. Toen de deuren geopend werden om de eerste mensen binnen te laten, werd de hele zaak onder de voet gelopen. Mijn indruk van deze knokpartij is dat kennelijk de CPN, de woordvoerders Staphorst en Koopman had ik al aan de overkant van de straat menen te herkennen die avond, opzettelijk deze ongeregeldheden heeft bewerkstelligd.” (Dilo van Commenée, bestuurder van de Hout-en Bouwbond CNV, afdeling Amsterdam.

“Op 13 juni was er een grote menigte bijeen bij het St. Elisabeth Patronaat aan het Marnixplantsoen. Omdat ik de uitwerking van onze Aktie wilde waarnemen en bovendien controle wilde hebben op het ordelijk verloop van de gebeurtenissen, ben ik zelf naar het Marnixplantsoen gegaan. Aan de overzijde van de straat ben ik gaan staan kijken. De mensen begonnen naar binnen te dringen en ik heb gezien dat er mensen naar binnen zijn geduwd, als het ware naar binnen gedragen. Ik heb niet gezien dat er een knokploeg tussen de mensen bevond. Als hij er geweest was, had ik hem wel gezien. Ook heb ik geen mensen in blauwe overalls gezien. Ik heb niet gezien dat er in het gebouw is gevochten, dat heb ik later vernomen. Ik betwist dat ik met een megafoon tot oproer heb opgeroepen. Pas veel later nadat de roerigheden waren verlopen, heb ik de megafoon gebruikt om de menigte tot rust te manen en op te roepen naar het stadhuis te gaan om te protesteren tegen het politie-optreden. Ik had eerder namelijk de politie verzocht zich terug te trekken. Dat gebeurde ook, maar de laatste politie-auto wilde door de menigte heen en gaf vol gas. Ik veronderstel dat juist op dat moment de dode, Weggelaar, is gevallen. Na de demonstratie bij het stadhuis heb ik opnieuw de menigte toegesproken naar huis te gaan en de volgende dag weer bij elkaar te komen bij de Dokwerker. Daar heb ik zeer beslist het consigne gegeven aan de bouwvakarbeiders om niet de binnenstad in te gaan. Ik heb in die toespraak wel een opmerking gemaakt in de richting van de Telegraaf. Toen er wat kranten door de lucht vlogen heb ik gezegd: ze vliegen nu nog door de lucht, het beste zou zijn als ze de deur uitgaan. Het is nooit de bedoeling geweest van het Aktiecomité de orde in Amsterdam te verstoren. Onze bedoeling was vredig te demonstreren zonder gewelddaden.” (Klaas Staphorst)

“Ik heb mij achteraf niet geklaagd over het politieoptreden. Van Genderen zou zich wel beklaagd hebben bij een hem bekend lid van de BVD. Hij heeft naar mijn mening regelmatig contact met BVD-functionarissen voor het doorchequen van zijn leden. Hij heeft mij nog gezegd dat hij, achteraf bezien, beter de zaak via de BVD had kunnen spelen”. (Dilo van Commenée)

“Door inspecteur Brouwer zijn we voortreffelijk behandeld. Ik kreeg wel de indruk dat, als wij de politiemannen met wie wij contact hadden, op een rijtje zetten, hun pretenties omgekeerd evenredig waren aan hun rang; Brouwer had er verreweg het minste! (Henk van Genderen)

(alle citaten zijn afkomstig uit het Eerste interim-rapport van de commissie van onderzoek Amsterdam, Onderzoek naar de ordeverstoringen te Amsterdam op 13 en 14 juni 1966, Staatsuitgeverij Den Haag, 1967)

Chris Vos ea, De Geheime Dienst, verhalen over de BVD, Boom Amsterdam 2005

Jeroen Sprenger

Juni 2006