Het geheugen van de vakbeweging

Hoe Jan van den Bosch (ABOP) zich voorbereidt op een congres

De bondsvoorzitter schrijft zijn toespraak, eigenhandig, met vulpen

ABOP-voorzitter Jan van den Bosch op het spreekgestoelte, ‘werkend naar een climax’

Al weken tevoren is Jan van den Bosch er mee in de weer. Zijn toespraak als voorzitter van de onderwijsbond voor het driejaarlijks congres van de Algemene Bond van Onderwijs Personeel (ABOP). Het congres als hoogtepunt in de vergadercyclus van de onderwijsvakbeweging. Het moment waar leden met belangstelling naar uitkijken en de media over berichten. Alle reden voor Jan om er veel aandacht aan te besteden.

Op losse briefjes noteerde hij onderwerpen, schreef eerste zinnen en invallen voor wat uiteindelijk een krachtige congrestoespraak van zo’n 45 minuten moest worden. Drie kwartier, een lengte die in de tegenwoordige tijden van Snapchat, Twitter en App wordt ervaren als van een Fidel Castro-achtige omvang.

Zo niet in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Het tijdperk waarin ABOP-congressen meerdere dagen in beslag namen, waarin vele honderden deelnemers bijeen kwamen uit alle 120 afdelingen van Cadzand tot Loppersum. De afgevaardigden bespraken eindeloze reeksen aan voorstellen, moties en amendementen. Alles in een strak geregisseerd ritme. Met een hoofdbestuurder die onverbiddelijk de tijd van de sprekers bijhield via een stoplichtsysteem.

‘State of the Union’

De voorzitter zette de toon voor het congres met zijn grote toespraak over de voortgang en uitdagingen van de bond. Een ´State of the Union´ speech. Kamerleden, ministers en staatssecretarissen zaten op de voorste rij. Zij hoopten op bijval, maar even zo vaak kregen zij van de ABOP voorzitter onder uit de zak.

Wouter van der Schaaf, auteur van dit artikel

Zo’n toespraak was zijn ´master piece´, waarin evenwicht, cadans en ritme tot op het laatste moment vroegen om fine tuning. Vandaar dat Jan er al weken mee aan de gang was. Hij raadpleegde zijn mede bestuurders over toonzetting en inhoud, schreef, herschreef, schaafde en schuurde aan de tekst tot het uiteindelijk zijn definitieve vorm kreeg.

Eigenhandig, met vulpen

Het waren de dagen waarin een voorzitter van een bond toespraken voor een groot deel eigenhandig en met vulpen schreef. Op het bureau van Jan lagen de tientallen losse vellen met aanzetten voor zijn toespraak. Uiteindelijk gingen die vellen richting zijn secretaresse, Dolly Arnolli, die in een razend tempo op haar IBM Selectric de teksten foutloos uittypte, met drie doorslagen. Het waren de dagen waarin elke tekstwijziging leidde tot het in zijn geheel overtypen van de pagina. Voor Dolly een periode van ultieme inspanning. De werkkamer die Jan en Dolly deelden was veranderd in een rookhol.

De inhoud van de toespraak was uiteindelijk vastgesteld en de ABOP kon er zeker van zijn dat een aantal onderwerpen de media zou halen. Vooral ook omdat de bewindslieden en Kamerleden op hun beurt weer wilden reageren op wat ze allemaal over zich heen hadden gekregen. Het congres was een politiek zwaartepunt in het leven van de bond. Een moment van keuzes maken en richting bepalen. Opvallend daarbij was het brede scala aan onderwerpen dat de voorzitter aan de orde stelde. Niet alleen de – altijd lage – salarissen in de onderwijssector, en niet alleen onderwijsinhoudelijke zaken en de structuur van het onderwijs, maar vooral ook een reeks aan maatschappelijke vraagstukken. Jan van den Bosch – en de andere leden van het dagelijks bestuur – aarzelden geen moment om vraagstukken van oorlog en vrede, van feminisering, onderwijs aan achterstandsgroeperingen aan te kaarten. De school stond midden in de samenleving en de samenleving hield niet op bij de voordeur van de school. De school moest dus antwoorden geven.

Werken naar een climax

Na de voltooiing van de toespraak begon het oefenen. Jan besteedde daar veel tijd aan. Het ritme van de woorden, de cadans van de zinnen, de pauzes, de tempoversnelling, de retorische vraag. Het meenemen van de zaal in het verhaal, het bespelen van sentimenten, werken naar een climax. Alles was zeer zorgvuldig afgewogen en vooraf ruim geoefend op effect en impact. Jan was de grootmeester van de intonatie, het aanzetten van de stem of woorden bijna fluisterend uitspreken. Paaien en uithalen. Het was perfect gepresenteerd vakbondstheater, maar wel altijd boeiend om aan te horen.  Hij kreeg altijd de zaal mee.

Met de speech was de toon gezet.

Het congres kon nu echt beginnen.

Wouter van der Schaaf

maart 2017