Het geheugen van de vakbeweging

Dick van Haaster: … de leegloop was mijn grootste worsteling…

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

Dick van Haaster (voorzitter 2003-2009)

BOEGBEELD TEGEN WIL EN DANK

 Toen Dick van Haaster in 2003 voorzitter werd van FNV Bouw had hij er al ruim twintig dienstjaren bij de bond opzitten. Begonnen op zijn dertigste als beleidsmedewerker was hij gestaag opgeklommen tot achtereenvolgens hoofd van de afdeling Sociaal-Economisch Beleid, sectorbestuurder en bondsbestuurder. Toch stond hij bepaald niet te trappelen om de voorzittershamer van Roel de Vries over te nemen. ‘Roel zei tegen mij: “ik wil dat jij mijn opvolger wordt’”, herinnert Van Haaster zich dertien jaar later als de dag van gisteren. ‘Maar zelf was ik daar nooit mee bezig geweest. Ik heb economie gestudeerd en nooit in de bouw gewerkt, hoe zou ik dan het boegbeeld van al die duizenden bouwvakkers kunnen zijn? Daar heb ik toen lange gesprekken met Roel over gevoerd.’ De uitkomst daarvan was – en dat zal weinigen die Roel de Vries kennen verbazen – dat de aftredende voorzitter het pleit wist te winnen. ‘Ik heb me laten overhalen om me toch kandidaat te stellen’, erkent Van Haaster. In april 2003 werd de econoom met ruime meerderheid verkozen. Hij werd daarmee de eerste voorzitter van FNV Bouw die niet van de steiger kwam. ‘Dat bezorgde me op voorhand enige achterstand, maar ik ben er vol voor gegaan en langzaam maar zeker wist ik het vertrouwen te winnen.’ Dat was nodig ook, want Van Haaster kwam niet in een gespreid bedje terecht. ‘Veel kaderleden stonden wantrouwig tegenover het bondsbestuur’, schetst Van Haaster de situatie die hij aantrof. ‘Ze vonden ons niet democratisch genoeg. Er waren erbij die echt niks van het bondsbestuur moesten hebben. Mijn allereerste ambitie als voorzitter was dan ook het verbeteren van het vertrouwen van de kaderleden. Dat begint ermee dat je ze altijd serieus neemt, dat heb ik consequent gedaan.’

LEEGLOOP

Maar terwijl de kaderleden zich weer thuis begonnen te voelen bij de bond, liepen de ‘gewone leden’ weg. Van Haaster wordt er jaren later nog saggerijnig van. ‘Het ledental daalde voortdurend, dat ging maar door. Wat we ook deden, het stopte nooit. Die leegloop was mijn grootste worsteling.’ Dat hij het tij niet heeft kunnen keren, verwijt hij zichzelf niet. ‘Het was voor mijn tijd al gaande en de FNV heeft nog steeds niet de sleutel gevonden om jongeren aan te spreken. Bovendien was de arbeidsmarkt aan het veranderen. Het aantal zzp’ers is geëxplodeerd, de bouw liep daarin voorop.’ Van Haaster zag die ontwikkeling met lede ogen aan: omdat zzp’ers met hun tarieven onder de loonkosten doken, kwamen de arbeidsverhoudingen onder druk te staan. ‘Dat ze geen pensioen opbouwen, zal ze later nog lelijk opbreken’, voorspelt Van Haaster. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het uiteindelijk tot armoede leidt. Al die individualisering versterkt de onderlinge concurrentie en de cao krijgt steeds minder betekenis. Als die niet langer de ondergrens bepaalt, komen de lonen steeds meer onder druk te staan. Om over het pensioen nog maar te zwijgen.’

EENHEID

Als voorzitter had Van Haaster het tij niet altijd mee. Net als in vrijwel alle andere sectoren daalde het ledental in de bouw flink en door het toenemend aantal zzp’ers stonden de arbeidsvoorwaarden onder druk. Alle aanleiding dus om binnen de FNV de krachten te bundelen teneinde deze ontwikkelingen een halt toe te roepen. ‘Maar in de Federatieraad ging het toch meer over de landelijke politiek’, blikt Van Haaster terug. ‘Vaak ging het over het afstemmen van de activiteiten van het Federatiebestuur op de politieke wensen van Bondgenoten en AbvaKabo, de twee grootste bonden. Dat verliep moeizaam en was erg tijdrovend.’

VUIST

Ook in de periode dat Van Haaster voorzitter was werd er in de Federatieraad veelvuldig gesproken over de mogelijkheden om meer een gezamenlijke vuist te maken tegen de politiek en de werkgevers. Dat waren vaak lastige discussies. ‘Het ging vooral over de vraag hoe de macht binnen een grote eenheidsbond verdeeld zou moeten worden met behoud van ieders herkenbaarheid en profiel. Toen wisten we daar geen goede middenweg in te vinden.’ Van Haaster juicht toe dat die ongedeelde FNV er uiteindelijk toch is gekomen. ‘Ik ben voor eenheid, want samen staan we sterker.’

Na een relatief korte periode van zes jaar stelde Van Haaster zich in 2009 niet meer herkiesbaar. Dat was niet omdat de uitdagingen hem te veel werden. ‘Na een jaar of vijf ben ik altijd wat anders gaan doen’, aldus Van Haaster die momenteel werkt als zelfstandig adviseur en trainer voor pensioenfondsen. ‘Het voorzitterschap slokt je voor meer dan honderd procent op. Nog twee termijnen erbij zou niet goed geweest zijn voor de bond. En ook niet voor mezelf. Inmiddels was ik al 57 en ik wilde nog eens als zzp’er aan de slag. Maar uiteraard wel als lid van FNV Zelfstandigen!”