Het geheugen van de vakbeweging

Nico Bravenboer: … ijveraar voor een verbod op oplosmiddelen in verf…

 

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

NICO BRAVENBOER:

‘IK BEN BLIJVEN DOORWERKEN TOT HET NIET MEER GING’

Wat is er toch met me aan de hand, dacht Nico Bravenboer vanaf z’n dertigste steeds vaker. ’s-Avonds na het werk altijd uitgeput, hoofdpijn, beroerd als een hond. Steeds vergeetachtiger. De huisarts kon niets vinden, dacht dat hij simuleerde. Specialisten in het Dijkzigt Ziekenhuis stonden voor een raadsel. Bedrijfsartsen adviseerden steeds om maar even rust te nemen. Toen las schilder Bravenboer over OPS in het blad van de vakbond, waarvan hij nu al bijna vijftig jaar lid is.

HYPOTHEEK

OPS, ook wel de schildersziekte genoemd, staat voor organo-psychosyndroom. Een aandoening aan het centrale zenuwstelsel als gevolg van blootstelling aan oplosmiddelen. Met desastreuze gevolgen, zeker in fase 3, de ernstigste vorm die wordt onderscheiden. Dan kunnen zich persoonsverandering en dementie voordoen. Bravenboer, inmiddels 73, lijdt aan OPS ‘fase 1’. De eerste verschijnselen manifesteerden zich dus al rond z’n dertigste, maar pas op 56-jarige leeftijd, na 42 jaar werken, belandde hij in de WAO. ‘Ik ben blijven doorwerken tot het niet meer verder ging’, zegt hij. ‘Ik moest wel, we hadden een eigen woning met hypotheek en een zoon die ging studeren. Bovendien werd de ziekte niet erkend, dat kwam pas later toen specialisten uit het AMC Amsterdam onderzoek publiceerden.’

BONDSCONGRES

Zijn ziekte belette Bravenboer niet om ook naast zijn werk buitengewoon actief te zijn. Vanaf z’n 23ste is hij lid van de bouwbond. Hij was afdelingsbestuurder in zijn woonplaats Ridderkerk in een tijd dat je nog langs de deuren ging om leden te werven. Met trots vertelt hij over het ‘vakbondscafé’ waarmee ze in Ridderkerk de eerste in het land waren. Hij zorgde voor werkgelegenheidsprojecten en leerlingbouwplaatsen in de gemeente. En sinds hij weet van OPS, zet hij zich in voor de erkenning en bestrijding van deze beroepsziekte. Op het bondscongres van 1993 maakte hij naam door voor de volle zaal een pleidooi te houden voor een verbod op oplosmiddelen in verf. ‘Om de een of andere reden, ik weet ook niet meer waarom, was het bondsbestuur daar geen voorstander van’, herinnert Bravenboer zich. ‘Maar het congres nam toch een motie aan om te streven naar een wettelijk verbod op oplosmiddelen. Dat kwam er in het jaar 2000, zo lang heeft het dus moeten duren.’

UITVALVERSCHIJNSELEN

Hij werd contactpersoon van de Stichting OPS, een functie die hij nog steeds uitoefent. Door zijn inzet voor de slachtoffers van oplosmiddelen kreeg hij enige landelijke bekendheid, met diverse tv-optredens, onder andere in het programma van Paul Witteman. ‘Wat een verschrikkelijke verhalen hoorde je daar, ook van andere OPS-slachtoffers’, vertelt Bravenboer. ‘Zelf heb ik eens meegemaakt dat ik op vakantie in Griekenland ’s ochtends wakker werd met uitvalverschijnselen. Ik kon niet meer bewegen, niks deed het meer. Anderen aan tafel vertelden over de overdraagbaarheid van de ziekte op hun kinderen. Dat was weer een nieuw inzicht, dat de ziekte ook erfelijk kon zijn. Gelukkig is dat bij ons niet het geval geweest.’

POLITIEK

Twee jaar lang zat Bravenboer voor de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad van Ridderkerk. ‘Ja, daar ben ik een beetje ingerold’, zegt hij nu. ‘Ik was betrokken bij de protesten tegen de Centrum Democraten van Janmaat, de Wilders van die tijd. Zo ben ik bij de PvdA terechtgekomen. Maar ik voelde me toch veel meer thuis bij de vakbond dan in de politiek. Bij de bond gaat het over je vak, daar kom je collega’s tegen.’

BLUES AWARD

Werk, bond, politiek. Ondanks dat drukke leven is er ook nog tijd voor hobby’s. Fotograferen en bluesmuziek. Bravenboer presenteert een wekelijks bluesprogramma op radio Ridderkerk en organiseert elk jaar een bluesconcert. ‘In 2010 ben ik daarvoor beloond als eerste Nederlandse winnaar van de Dutch Blues Awards’, meldt hij met gepaste trots. Het is niet zijn enige onderscheiding. Voor zijn grote staat van dienst behaagde het Hare Majesteit de Koningin hem te kronen tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Er zit ook een keerzijde aan al die activiteiten. ‘Hij was eigenlijk zijn hele leven op pad’, constateert zijn vrouw Hilly, ‘maar ik heb ‘m altijd gesteund. We zijn door heel diepe dalen gegaan, maar we zijn er samen uitgekomen. Vaak gaat het mis, als er een OPS-slachtoffer in het gezin is. Ze groeien uit elkaar, ze gaan scheiden. Maar wij zijn nog altijd gelukkig met elkaar. We genieten van ons gezin, van onze zoon en kleinzoon.’