Het geheugen van de vakbeweging

Bijna 40 jaar MHP

Op 15 april 2014 is het 40 jaar geleden dat het platform Raad van Overleg voor Mediaal en Hoger Personeel (MHP) werd opgericht. Dat zou een belangrijke gebeurtenis blijken binnen de vakbeweging in Nederland.

Er was wel heel wat aan voorafgegaan. De geschiedenis heeft ons geleerd dat de ‘erkende’ vakbeweging decennialang worstelde met anders- en categoraal georganiseerden. De (algemene) werkliedenverenigingen waren door de vakbonden en -centrales voorbij gestreefd. In katholieke kring werden de werkliedenverenigingen (ook wel standsorganisaties voor arbeiders genoemd) en de vakorganisaties binnen dezelfde centrale, het Rooms Katholiek Werklieden Verbond (RKWV), verenigd. Werknemende middenstanders en hoger leidinggevenden konden opteren voor een eigen standsorganisatie. Na WOII kwam hierover zelfs nog een overeenkomst tussen de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) en de stadsorganisatie voor Werknemende Middenstand (WM) tot stand.
De bedrijfstaksgewijze organisatie is in de geschiedenis van de vakbeweging opgenomen. Bedrijfsbonden, zoals die werden beschreven in het Blauwzwarte Boekje, zijn vakbondshistorie geworden. Het beroep, dat destijds moest verdwijnen als organisatiecriterium, is echter nooit volledig uitgebannen.
Niet alle beroepsverenigingen werden geroyeerd of opgeheven. De beroepsverenigingen van onder meer journalisten, handelsagenten en -reizigers bleven overeind. Soms werden ze gedoogd, soms moesten ze kiezen voor aansluiting bij een vakcentrale die met hun organisatiecriteria en aansluiting kon instemmen.
Nivellering van salarissen en de voorgenomen uitbreiding van de werkingssfeer van cao’s braken de middengroepen en het hoger personeel op. Ze gingen zich massaal organiseren. Door de fusies van bedrijfsbonden werd hun imago bij vele hoofdarbeiders niet weggenomen: belangen van middengroepen en hogere functionarissen werden onvoldoende behartigd. Tal van nieuwe benamingen van vakbonden betekende niet dat de traditionele activiteiten en het beleid wezenlijk werden gewijzigd. Vakgroepen en ‘dwarsverbindingen’ bleken niet voldoende.

Samenwerkingsverband

De belangrijkste pijlers van de Raad MHP (middelbaar en hoger personeel) waren de Centrale van Middelbare en Hogere Ambtenaren (CMHA)(zie noot 1) die later Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen (CMHF) werd) en de Nederlandse Centrale voor Hoger Personeel (NCHP, die later Vereniging Hoger Personeel VHP werd). De MHP groeide uit tot een samenwerkingsverband, werd daarna Vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel en heet sinds kort Vakcentrale voor Professionals. Bij de oprichting waren destijds vijf organisaties betrokken2). Op 1 januari 1975 sloten ook BVA, de vereniging van werknemers in het bank- en verzekeringswezen, en Unie BLHP zich, na hun uittreden uit het Nederlands Katholiek Vakverbond, aan bij de Raad MHP. Zij gingen, evenals de vakcentrale CNV, niet mee in de Federatie FNV.

Fundament voor ‘erkende’ vakbeweging

Met de MHP werd het fundament gelegd voor de ‘erkende’ vakbeweging van middengroepen en hoger personeel. Het was tot dan toe niet gelukt om een dergelijke positie te bereiken voor werknemers met middelbare en hogere functies. Er waren voor WOII wel enkele kleine vakcentrales, maar die hadden nooit een positie verworven zoals de MHP die veroverde.
Maar de Vakcentrale MHP anno 2013 is niet meer de organisatie die voortkwam uit de Raad MHP. De BVA, de Buitendienst, de Nederlandse Bond van Middelbaar en Hoger Personeel NBT, de Nederlandse Handelsreizigers- en Handelsagenten Vereniging (NHRV), Unie BLHP en VHP vormden door fusies een nieuwe vakbond: de Unie, en die bleef daarmee ook het ‘MHP-been’ voor het particuliere bedrijfsleven. Voor de overheid en gesubsidieerde instellingen vormden de CMHF en enkele verwante organisaties het andere ‘been’ van de MHP.
Echter, door het uittreden van De Unie werd de MHP verzwakt en het marktbeen grotendeels geamputeerd. Het voorgenomen toetreden van de politiebond ACP versterkt wel het ‘collectieve’ been, maar biedt voor de amputatie geen vervanging. En als het Ambtenarencentrum AC zich ook zou aansluiten bij de Vakcentrale MHP wordt de verhouding feitelijk nog schever. Dan wordt de vakcentrale MHP bijna uitsluitend een centrale van organisaties voor ambtenaren- en verwante verenigingen. De representativiteit komt dan zwaar onder druk te staan. Dat is niet in het belang van de middengroepen en hoger personeel. En ook de belangen van de mediale en hogere overheidsfunctionarissen zijn er niet mee gediend, ook al lijkt dat ogenschijnlijk het geval.

Jubileumgeschenk

Het zou een, overigens ondenkbaar, jubileumgeschenk zijn als De Unie zich weer aansluit bij de MHP. Maar dat is een droom die niet verwezenlijkt zal worden, omdat er klaarblijkelijk onvoldoende is gedaan om het uittreden te voorkomen en daarmee de aantasting van de positie van de MHP, als representatieve erkende vakcentrale, te voorkomen.
En of de vakcentrale CNV, die destijds door de bedrijfstaksgewijze organisatie structureel een verband van bedrijfsbonden werd, aan De Unie, een vakbond van middengroepen en hoger personeel (of professionals) voldoende ruimte kan bieden voor een specifieke belangenbehartiging, is vooralsnog een onbeantwoorde vraag.
‘Professionals’ is een synoniem voor ‘beroeps’. Bij de politiebond ACP zijn de beroepspolitiemensen georganiseerd. De politiemensen waren destijds in het kader van de Beroepsgewijze Organisatie van CNV en NVV ingedeeld in de bedrijfsgroep Overheiddienst, onderdeel ‘Rechtswezen, politie- en gevangeniswezen’. Vergeleken met andere indelingen in bedrijfsgroepen en onderdelen was die bedrijfsgroep minder gedetailleerd. Klaarblijkelijk hadden de ‘constructeurs’ er moeite mee, net zoals met beroepsverenigingen en categorale organisaties.
Het CNV was een vakcentrale van bedrijfsbonden maar gedoogde, evenals het NVV, sommige beroepverenigingen. De Christelijke Vereniging voor Handelsreizigers trad echter al in de jaren ’70 uit het CNV en sloot zich toen aan bij de nieuwe Raad MHP.
Wordt de Unie, als die zich aansluit bij het CNV, een ‘gedoogde vakbond’? Of komt er ruimte voor een volwaardige aansluiting en optimale belangenbehartiging van middengroepen en hoger personeel? De vraag is of het CNV zal besluiten tot ‘omvorming’ tot een vakcentrale van beroeps- en vakverenigingen voor lager-, middelbaar- en hooggeschoolden, die ongeacht het organisatiecriterium ideologisch, politiek en religieus ongebonden zijn.
Geert Wagenaer
oud-secretaris Unie BHP/BLHP en VHV
oktober 2013
Noten

  1. Twee belangrijke organisaties, het Nederlands Genootschap van Leraren (NGL) en de Landelijke Artsen in Dienstverband (LAD), stapten toen uit de CMHA.
  2. CMHF, de Nederlandse Bond van Middelbaar en Hoger Personeel NBT, de Nederlandse Handelsreizigers- en Handelsagenten Vereniging (NHRV), de Vakorganisatie De Buitendienst besloten samen te werken door middel van afstemming van standpunten en het uitvoeren van studies.