Het geheugen van de vakbeweging

Geboortehuis van Karl Marx in de Simeonstrasse in Trier


Betekenis gaat verder dan arbeiders- en vakbeweging

Bezoek aan geboorteplaats Karl Marx

Met de oprichting van de Eerste Internationale Arbeiders Associatie in Londen in 1864 sluit Karl Marx zich door het schrijven van de statuten en het program zowel politiek en ideologisch als organisatorisch uitdrukkelijk aan bij de georganiseerde arbeidersbeweging. Met het Communistisch Manifest (1848) heeft hij met Friedrich Engels de proletariërs aller landen al opgeroepen zich te verenigen. De economische tegenstelling tussen kapitaal en arbeid van toen bestaat nog steeds.  De betekenis van Karl Marx gaat veel verder dan alleen de arbeiders- en vakbeweging. Een bezoek van Harry Peer aan Marx’ geboortestad Trier en drie tentoonstellingen over Marx’ leven en werken toont dat aan.

Karl Marx zal de belangstelling voor de geschiedenis hebben meegekregen van zijn geboortestad Trier, de oudste stad van Duitsland. Zestien jaar voor het begin van onze jaartelling werd Trier gesticht door keizer Augustus. Het ligt aan de Moezel in Rijnland-Palts, vlakbij Luxemburg. Karl Marx werd op 5 mei 1818 geboren in de Brückerstrasse die naar de Romeinse brug leidt. Twee eeuwen Karl Marx wordt dit jaar alom gevierd. Zowel van vaders- als moederzijde stamt Karl Marx uit een geslacht van generaties rabbijnen. Vader Heinrich werd echter advocaat/rechtsgeleerde en bekeerde zich tot het protestantisme. Karls moeder Henriette Presburg kwam uit Nederland. Het echtpaar kreeg negen kinderen, van wie een aantal al op jonge leeftijd stierf.

Bij Marx’ geboorte telde Trier ongeveer 15.000 inwoners, nu zijn het er ruim honderdduizend. Het huis waar Marx werd geboren, is al geruime tijd een museum, een deel van de straat is naar hem genoemd. In Trier loop je door de geschiedenis heen.

Een Romeinse stad

Porte Nigra, Romeinse toegangspoort tot Trier

Om te beginnen word je getroffen door de monumenten uit de klassieke oudheid. Je wandelt de stad in door een enorme Romeinse toegangspoort, de Porta Nigra. Anderhalf jaar na Karls geboorte verhuisden zijn ouders van hun huurwoning in de Brückerstrasse naar een koopwoning in de Simeonstrasse 8 met zicht op de Porta Nigra.

Eveneens opvallend in het stadsbeeld is de Konstantin Basilika, ook wel de Aula Palatina geheten. Het is een enorm uit baksteen opgetrokken gebouw, nog aanzienlijk groter dan het Pantheon in Rome. Ooit was het de troonzaal van het paleis van Constantijn de Grote. Het gebouw weerspiegelt opeenvolgende fasen van de stadsgeschiedenis. Van een Romeins monument tot een versterkte Frankische burcht, daarna  een onderdeel van het paleis van de aartsbisschoppen, vervolgens een Evangelisch Lutherse gemeente en dat is het, naast een toeristische trekpleister, nog steeds.

Trier werd het slachtoffer van aanvallen en oorlogen, maar wist zich steeds te herstellen. Verwoest door de Noormannen in 882, geraakt door de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), geleden onder de invallen van de Franse koning Lodewijk XV en Napoleon. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog bombardeerden de geallieerden Trier. Uit de puinhopen herrees de Basilika. Op de plek van het vroegere  paleis staat de Dom, de oudste christelijke kerk in Duitsland, rond 330 gebouwd. In de elfde eeuw is de Dom omgevormd tot een romaanse kerk, staande op de oude funderingen, sommige Romeinse muren nog tot 24 meter hoog.  Het Amfitheater en de thermen completeren het Romeinse beeld.

Marx’ geboortehuis

In maar liefst drie musea in Trier zijn er tentoonstellingen over Marx. Als eerste bezoek ik zijn geboortehuis. Het is er razend druk, gasten uit de hele wereld, veel Chinezen en Japanners ook. Het huis heeft een geschiedenis die teruggaat tot het begin van de achttiende eeuw. Het kwam in 1928 in handen van de SPD. In mei 1933 namen de nazi’s het in beslag en drukten er hun krant Nazionalblatt. In 1945 lieten ze het gebouw volkomen verwaarloosd achter.

Karl Marx 1818-1883. Leben. Werk. Zeit, boek behorend bij tentoonstelling in het Rheinische Landesmuseum

De SPD vestigde zich er weer en gaf het huis op 5 mei 1947 zijn bestemming als gedenkplaats terug. Vanaf 5 mei 1968 presenteerde het Karl-Marx-Haus zich onder regie van de Friedrich Ebert Stichting als museum, bibliotheek, onderzoeksinstituut en internationale ontmoetingsplaats. De vaste tentoonstelling ”Karl Marx (1818-1883), Leven, Werk, Invloed tot op heden” stelt Marx aan ons voor als een historisch persoon, geeft de ontwikkeling van zijn filosofische en economische ideeën en hun invloed op de loop van de geschiedenis tot aan de huidige tijd. Het huis ziet er rijk en robuust uit en telt vele kamers. De familie Marx bewoonde er echter maar enkele kamers. In de erachter gelegen tuin is het heerlijk toeven. De meeste herinneringen zal Karl natuurlijk hebben overgehouden aan de woning in de Simeonstrasse waar hij tot zijn vertrek in 1835 toen hij rechten ging studeren in Bonn, heeft gewoond.

 


Het leven van Marx

Het naast de Porta Nigra gelegen Stadtmuseum Simeonstift voert ons in “Stationen eines Lebens” mee langs Marx in Trier, Bonn, Berlijn, Parijs, Brussel en Londen. Het is een handige geografische indeling die de lezer en kijker op een heldere manier verbindt met belangrijke personen in zijn leven, van verloofde en echtgenote Jenny von Westphalen tot politieke en intellectuele vrienden als Bruno Bauer, Heinrich Heine en Mozes Hess en natuurlijk de trouwe kameraad Friedrich Engels. We maken zelfs ommetjes naar Zaltbommel, Baden-Baden, Karlsbad, Algiers en Monte Carlo. Leidraad is: wat deed Marx in die plaatsen, hoe kwam hij daar terecht, wat was de invloed van die omgeving op hem (en zijn gezin), wie en wat bepaalde de invloed van deze grote denker en publicist? Vele realia, persoonlijke tijdsdocumenten, schilderijen, foto’s, levensschetsen, enzovoort belichten de biografie van Marx en geven een indruk van de mens achter het iconische beeld.

Er mochten helaas geen foto’s worden gemaakt op deze wisseltentoonstelling. Maar op de vaste collectie van het museum werd mijn oog en hart getroffen door het volgende: een foto van Marx tussen de portretten van vijf bisschoppen van Trier, waarbij het zestal kijkt naar een muur met afschriften van paspoorten van in de Tweede Wereldoorlog vermoorde joden. Is dat toevallig zo geplaatst? Wilde de conservator op een subtiele wijze het antisemitisme van de rooms-katholieke kerk aan de kaak stellen?

Christendom, marxisme, socialisme en secularisatie. Een gevoelige kwestie. De kerk, rooms-katholiek en protestants, houdt voor de hand liggend afstand van een revolutionair die religie als opium van het volk beschouwt. Marx heeft de betekenis van godsdienst ook nog wat meer psychologisch aangeduid: “Religie is het onvermogen van de menselijke geest om te gaan met gebeurtenissen die ze niet begrijpt” en “De belangrijkste voorwaarde voor geluk van de mensen is het afschaffen van  geloof”. Religieus-socialisten zijn echter van mening dat geloof en de strijd voor het socialisme best met elkaar kunnen samengaan. De  marxistisch geïnspireerde bevrijdingstheologie is geboren uit het verzet tegen armoede en onderdrukking. Bevrijdingstheologen verbinden het geloof en strijd tegen onrecht met elkaar. Katholieke prelaten wijzen Karl Marx niet eenduidig af. Van kardinaal Oswald von Nell-Breuning, de in Trier in 1890 geboren prediker van de katholieke sociale leer, kennen we de uitspraak We staan allen op de schouders van Karl Marx. Onlangs werd die opvatting nog eens herhaald door kardinaal Reinhard Marx (geen familie). In de Süddeutsche Zeitung van donderdag 20 maart 2018 schrijft deze Marx – aartsbisschop van München en Freising en tevens voorzitter van de katholieke Duitse bisschoppenconferentie – in Wo Marx recht hat dat het in navolging van zijn illustere naamgenoot de plicht blijft om het kapitalisme te temmen.

Harry Peer, auteur van dit artikel

De geestelijk herder wijst erop dat met de sociale markteconomie het conflict tussen kapitaal en arbeid gepacificeerd leek te zijn. Maar dat we nu in een fase van de geschiedenis zijn beland waarbij een zeer kleine groep rijkdom en macht naar zich toetrekt en de massa verarmt. Door de globalisering neemt de kloof tussen rijk en arm toe. De sociale, politieke en ecologische gevolgen van een ongeordend kapitalisme worden nu in rekening gebracht, waarbij de gevolgen voor de politieke en sociale stabiliteit wereldwijd niet zijn te overzien. Ondanks alle kritiek van kerkelijke zijde dus ook erkenning van het belang van de marxistische analyse van het kapitalisme.

 Intellectuele en politieke loopbaan

Ik vervolg mijn tocht naar een nog grotere expositie. In het Rheinische Landesmuseum wordt op een oppervlakte van circa duizend vierkante meter de intellectuele en politieke loopbaan van Marx getraceerd. Thema: Karl Marx 1818-1883. Leben. Werk. Zeit. We maken kennis met voorlopers en tijdgenoten van Karl Marx. Grote filosofen, politieke economen, journalisten en revolutionairen worden aan de hand van honderden kunstwerken, schilderijen, documenten in de context van de snelle negentiende-eeuwse sociale, politieke en economische ontwikkelingen geplaatst. Zo steekt de bezoeker weer eens op een andere manier dan het lezen van ingewikkelde boeken wat op over het historisch materialisme, de klassenstrijd, de meerwaardeleer,  de vervreemding van de arbeider van zijn product en zichzelf. Wil je het allemaal kunnen bevatten, trek er een dag vooruit. Beide tentoonstellingen zijn nog te bezoeken tot 21 oktober 2018.

Tot voor kort werd Karl Marx in Duitsland en ver daarbuiten in wijde kring geassocieerd met het grauwe leven in de DDR. Op de tentoonstellingen passeren ook de stalinistische dictators. Eufemistisch gesteld, een ongemakkelijke erfenis. Het grote publiek in het westen wist of weet weinig van Marx af, werd en wordt verkeerd over hem voorgelicht door burgerlijke wetenschappers. Daar is met de economische crisis die tien jaar geleden inzette een wending ingekomen. Het lijkt nu salonfähig om zich te verbinden met Karl Marx; de grote filosoof wordt losgemaakt van wat anderen van hem hebben gemaakt.

Recent deed het koninklijk paar tijdens een Rijnreisje de Marx-tentoonstelling in het Landesmuseum aan. Tijdens het revolutiejaar 1848 rilden de vorsten aan de Europese hoven. Marx en Engels kwamen in dat jaar met het Communistisch Manifest uit en werden als de initiators en grote booswichten van de opstanden in Europa gezien.  In de slotregels van het Communistisch Manifest wordt gesproken over de gewelddadige omverwerping van de maatschappelijke orde.  “De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Proletariërs aller landen verenigt u!”. Het moet dreigend zijn overgekomen op de heersende klasse. We vatten het bezoek van Willem-Alexander en Maxima maar op als een verlaat eerbetoon aan de grote filosoof Marx en een bevestiging van de draai die koning Willem II uit angst voor verlies van zijn baantje in één nacht van conservatief naar liberaal maakte. Het is voorts niet uitgesloten dat Willem-Alexander tijdens zijn studie geschiedenis in Leiden kennis heeft genomen van en enige waardering heeft gekregen voor Het Kapitaal (1867) van Marx.

We nemen het overzichtswerk bij de twee grote tentoonstellingen. Een dikke pil, bijna vierhonderd bladzijden glimmend papier, groot formaat, vele illustraties, met maar liefst 26 voortreffelijke bijdragen van gerenommeerde wetenschappers. Vanwege mijn belangstelling voor de vakbeweging heb ik het eerst het essay van Thomas Welskopp Karl Marx und die Arbeiterbewegung gelezen, pp. 300-316. De tekst begint met het aangrijpende beeld Arbeiterinnen (Proletarinnen) van Hans Baluschek uit 1900. We kijken naar de afgetobde, vermoeide gezichten van vrouwen die de fabriek verlaten. Het eindigt met het gedenkblad bij het verenigingscongres van de socialisten in Gotha in 1875; in het midden van de pagina staan Marx en Lassalle broederlijk naast elkaar.

Wat op mij nogal komisch overkomt, is het aantal voorwoorden in het boek. Opeenvolgend van Frank-Walter Steinmeier, de bondspresident; Malu Dreyer, ministerpresidente van Rijnland-Palts; Professor Dr. Salavtore Barbaro, cultuursecretaris van Rijnland-Palts en tevens voorzitter van de Toezichtraad van het Karl Marx-Tentoonstellingsgezelschap; Wolfram Leibe, burgemeester van Trier en van wetenschappelijk leider Professor Dr. Beatrix Bouvier en zakelijk leider Dr. Rainer Auts. Genoemde personen vinden het een eer op deze manier verbonden te worden met hun grote negentiende-eeuwse landgenoot. Maar het kan nog sterker. Het kapitalisme, dat wil zeggen de middenstand van Trier, heeft Karl Marx gretig omarmd. Etalages en billboards prijzen Karl Marx omstandig aan: in boeken, bustes, prentbriefkaarten, kleding, te bezoeken concerten en lezingen, je kunt het je zo gek niet bedenken.

Harry Peer

Bijgaand verhaal is overgenomen uit Solidariteit van 16 september 2018 en sluit aan op een in maart 2018 in de Nieuwsbrief VHV gepubliceerd artikel over de aangekondigde viering van 200 jaar Karl Marx.