Het geheugen van de vakbeweging

Bernardus Lansink

Voorzitter NAs (1916-1923)

Bernardus Lansink jr. (1884 – 1945) was zeven jaar voorzitter van het NAS tijdens de stormachtig verlopen discussies over internationale aaneensluiting: communistisch of syndicalistisch.

Bernardus Lansink, NAS-voorzitterBernardus Lansink, NAS-voorzitter

Van beroep was lansink een schilder, een vak dat hij ongeveer tien jaar uitoefende. Hij was secretaris van de Enschedese schildersvereniging die zich aansloot bij de in februari 1909 opgerichte Landelijke Federatie van Bouwvakarbeiders (LFBA), die zich op haar beurt aansloot bij het NAS. In augustus 1911 werd hij redacteur van Het Bouwvak, orgaan van de federatie. In januari 1914 werd Lansink betaald bestuurder van de federatie en verhuisde naar Amsterdam.

In het najaar van 1916 werd hij secretaris van deze LFBA. Einde van dat jaar werd hij gekozen tot voorzitter van het NAS. Hij was voorstander van een goede organisatie en pleitte voor meer bezoldigde bestuurders, een stakingskas, het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten. werkloosheidverzekeringen. Als NAS-voorzitter was hij pragmatisch ingesteld.

Over de keuze op internationaal gebied was het NAS-beleid (IAA of RVI) zwalkend. Op het congres van het NAS in maart 1922, dat ging over al of niet aansluiten bij de RVI, was een kleine meerderheid tegen aansluiting. Op het congres in maart-april 1923 was een kleine meerderheid voor aansluiting bij de Rode Vakbewegings Internationale (RVI) Lansink koos daarop voor de Internationale Arbeiders Associatie (IAA), stapte uit het NAS en vanaf 24 juni 1924 was hij lid en bestuurder van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (NSV). In januari 1929 keerde hij weer terug bij het NAS als gewoon lid. Het voorzitterschap was inmiddels overgegaan op Sneevliet.