Het geheugen van de vakbeweging

Arnold van Dam (CNV)

Aansluiting en draagvlak zoeken voor ontwikkelingssamenwerking

 

Arnold van Dam (1944) was 15 jaar toen hij ging werken op een van de kantoren van de Nationale Levensverzekeringsbank. Na zijn militaire dienst kwam hij bij Snikkers terecht, een bedrijf in sanitair en centrale verwarming in Rotterdam. ‘Als ik dat was blijven doen, was ik gek geworden of had ik zeker een maagzweer gekregen.’ Van Dam had andere aspiraties. In Capelle aan de IJssel had hij een lezing van ‘een piepjonge Jan Pronk’ meegemaakt. Zijn idealen lagen bij vredeswerk en ontwikkelingsamenwerking. Die kans kwam in 1975 toen hij een advertentie onder ogen kreeg van het CNV: medewerker ontwikkelingssamenwerking gevraagd. Hij zou 27 jaar bij het CNV werkzaam zijn, later als districtsbestuurder van Groningen en Drenthe. ‘Ik heb er nooit één dag spijt van gehad.’

arnold-van-dam-cnv-20062016 (1)Arnold van Dam:
Ik zocht aansluiting bij de wereld van de CNV-leden

Arnold van Dam: ‘Ik kwam op een cruciaal moment bij het CNV aan de Ravellaan in Utrecht binnen. De federatie FNV was juist tot stand gekomen en het CNV was daar buiten gebleven. Wat gaat er nu met het CNV gebeuren? Er waren in huis twee groepen te onderscheiden. Een deel dacht dat het gedaan zou zijn met het CNV. We konden immers niet op tegen die machtige nieuwe federatie. Maar er waren er ook die nieuwe kansen zagen voor juist een christelijke vakcentrale. Vergeet niet dat velen in het land ervan overtuigd waren ‘we gaan federeren’. Ik was zelf als lid van de kringraad aanwezig geweest bij een gezamenlijke CNV-vergadering in Dordrecht; 200 man in de zaal en CNV-voorzitter Jan Lanser die het woord voerde. Iedereen dacht daar dat we gingen federeren. Later hoorde ik dat ook van de CNV-bestuurders in het Noorden, die samenwerkten met NVV en NKV. Toen het niet doorging was dat voor veel leden in het land een donderslag bij heldere hemel.’

SOSV

arnold-van-dam-vakbondsdelegatie-indonesie-derde-wereld-marktArnold van Dam met een Indonesische vakbondsdelegatie op een Derde Wereld markt in Emmen

‘De samenwerking tussen de drie vakcentrales op het terrein van  ontwikkelingssamenwerking binnen de SOSV zou op 1 januari 1977 ook worden stopgezet en de vakcentrales zouden dat zelfstandig voortzetten. Het CNV nam mij op 1 januari 1976 al in dienst en ik had een soort aanloopjaar ter oriëntatie. Er waren behoorlijk wat CNV-ers betrokken bij de activiteiten van de SOSV maar binnen de organisatie had men er geen hoge pet van op en binnen de bonden leefde het niet. De houding onder bestuurders werd in een onderzoek destijds door Betske Westra omschreven als ‘vijandig afhoudend tot tolerant/accepterend’. Er was ook wantrouwen tegenover ontwikkelingssamenwerking. Een boekje van Piet Reckman, activist uit de Sjaloomgroep in Odijk, getiteld Ons soort mensen leidde tot veel irritatie. Het waren vaak van die stijve gereformeerde mannen – ik ben er zelf ook een – die overal nee op zeiden; het Chili van Allende deugde niet en de apartheidspolitiek mocht dan niet deugen maar het ANC deugde ook niet. ‘Daar kan ik slecht tegen. Ik kom uit het bedrijfsleven en dan wil je opbouwen. Ik besloot er een nota over te schrijven. Dat werd de nota Ontwikkeling – emancipatie of modernisering*

Aansluiting zoeken

‘Ik wilde aansluiten bij de wereld van CNV-vakbondsmensen. Die weten donders goed wat emancipatie is: medezeggenschap, beter loon, onderhandelingen, veiligheid op het werk en mee kunnen beslissen over de arbeidsomstandigheden. Die lui snapten dat zoiets niet mogelijk is zonder een vrije vakbeweging.’

Cursussen

arnold-van-dam-cobi-strubbe-1980Arnold van Dam met collega Cobi Strubbe (ca 1980)

‘Dat draagvlak verbreden deed ik ook door cursussen te geven. Als vakcentrale moet je dan bij de bonden zijn. We richtten de werkgroep LOOS (Landelijk Overleg Ontwikkelingssamenwerking) op waar al die derde-wereld-activisten van het CNV elkaar tegenkwamen. Voor veel mensen was het vaak een eenzaam gedoe en geknutsel in hun regio en zo kwam men elkaar tegen en kon men spreken over de oplossing van problemen waar ze mee werden geconfronteerd. En er kwamen cursussen: over de derde wereld maar ook over de Molukkers n.a.v. de treinkapingen, een stukje derde wereld om de hoek. Een cursus marxisme wekte opzien maar waarom sprak die filosofie mensen aan als inspiratiebron bij ontwikkelingssamenwerking of een cursus over het Wereldverbond van de Arbeid (WVA). Maar als het nodig was ook een cursus  schrijven want men moest wel een persbericht kunnen schrijven. Zo groeide het vertrouwen bij de leden maar ook bij de bestuurders. CNV-bestuurder Henk Hofstede heeft me daarbij alle steun en ruimte gegeven.’

Thema’s

‘Dat liep erg uiteen. We hadden de werkgroep Stadkanaal die banden onderhield met Philips en de  bond in Colombia. Er was een werkgroep KSH (Koninklijke Scholten- Honig), een werkgroep Textiel en later ook een werkgroep Minderheden want er werkten Turkse werknemers bij de Spoorwegen. Dat was de derde wereld op de eigen stoep. We hadden ook werkgroepen in Zeeland en in Leeuwarden. Van grote waarde waren de contacten met de scholingsmedewerkers van de diverse bonden. Die hadden een eigen cursuspakket en daar schoof ik de derde-wereld-zaken in. Dan was er een cursus voor werknemers bij Philips waar ook de onderhandelaar Ad Molendijk bij was en zo konden ook internationale aspecten aan de orde worden gesteld. Dat was een effectieve methode voor verbreding van het draagvlak. Zo zaten we diverse malen met de OR en de directie van Unilever om tafel om te spreken over investeringen in de derde wereld en de arbeidsvoorwaarden in de landen waar Unilever was gevestigd. Of we gingen in gesprek met Van Leer vatenfabriek met het hoofdkantoor in Amstelveen. Daar was ook de gemeenteraad actief betrokken bij ontwikkelingssamenwerking. Jan Peter Balkenende was toen nog piepjong en onbekend maar hij zat daar ook aan tafel. Via Wim van der Jagt van de Industriebond CNV speelden we een rol bij een handelsdelegatie naar Brazilië van de stad Rotterdam onder leiding van burgemeester Van der Louw. Het is vaak een kwestie van eindeloos praten, trekken en duwen maar de vakbondsrechten kwamen wél op de agenda in Rotterdam.’

Idealisme

arnold-van-dam-Philips-werkgroep Stadskanaal links Harm HuizingArnold van Dam met de Werkgroep Stadskanaal, links Harm Huizing

‘Eenmaal benoemd  tot districtsbestuurder van het CNV in Noord-Nederland (1983) bleef ik betrokken bij de Werkgroep Stadskanaal maar ook het cursuswerk in de regio en de vele jaarvergaderingen die ik bezocht, boden mogelijkheden om het onderwerp aan de orde te stellen. We hebben het effect van onze arbeid tussen 1978 en 1980 ook onderzocht want de subsidiegever NCO (Nationale Commissie Ontwikkelingssamenwerking) wilde dat ook wel weten. Betske Westra was de onderzoekster van het rapport Kan ik er wat aan doen! die hiervoor veel leden van de werkgroepen ondervroeg. Er bleek o.a. uit dat sommige van onze publikaties moeilijk waren behalve ons blad De Brug. Deze onderzoekster constateerde ook dat het bewustwordingswerk ‘niet volledig geïntegreerd was in de activiteiten van het CNV’ maar dat het in het stadium zat dat daar net aan vooraf gaat.’

Hoogte- en dieptepunten

‘Ik moet diep nadenken voor dieptepunten. Het is Bijbels wat ik nu zeg, maar ik heb het als genade ervaren dat ik dit heb kunnen doen. En altijd met plezier. Bij mijn afscheid in 2004 werd opgemerkt ’27 jaar bij het CNV en geen dag ziek geweest.’ Het cursuswerk noemde ik al maar de landelijke ontmoetingdagen in de Pauluskerk in Rotterdam of het Arsenaal in Woerden waren hoogtepunten, vaak met gasten uit Afrika of Latijns-Amerika. En daar kwamen gemakkelijk 200 mensen op af. Op zaterdag! Het CNV heeft er zelf ook van geleerd namelijk dat het om de gewone leden gaat. Je kunt wel een lijvig rapport schrijven maar dat komt niet bij de leden. Het gaat om eenvoud én allure.’

Kees van Kortenhof
Jeroen Sprenger

Juni / juli 2016