Het geheugen van de vakbeweging

FNV Magazine, maart 2018, Herinneringen van Jeroen Terlingen aan Arie Groenevelt


Arie Groenevelt (1927-2017)

De man die niet kon veranderen

Dat de vakbeweging in de jaren zeventig van de vorige eeuw radicaliseerde, lag vooral aan de mensen áchter Arie Groenevelt. Socioloog Stan Poppe, econoom Piet Vos en journalist Jan Zorgdrager vormden samen met secretaris Kees de Hay een kwartet, dat begreep dat de groeiende onvrede over de ongelijke verdeling van de naoorlogse welvaart een strijdbare vakbond noodzakelijk maakte.

Jeroen Terlingen, auteur van dit artikel / Foto ontleend van www,jeroenterlingen.nl

In 1983 ging Arie Groenevelt met pensioen. Hij werd een van de initiatiefnemers van ‘De grijze vuist’, een actiegroep die de pensioenen van oud-vakbondsbestuurders wilde aanpassen en hij stelde zijn levensverhaal te boek. Oud-PvdA-voorzitter Hans Spekman mocht het eerste exemplaar in ontvangst nemen. Geen goed woord had hij in zijn autobiografie over voor Wim Kok, die de ideologische veren van de PvdA afschudde en later bezweek voor het grote geld. Ook Stekelenburg zette hij weg in de hoek van de zakkenvullers.

In 1974 mocht ik mij terugtrekken in een huisje op het bondskampeercentrum Ginkelduin met als opdracht uit een stapel interne studies, beleidsnota’s en wetenschappelijke documenten ‘een nieuwe maatschappijvisie’ te destilleren. Mijn geploeter leidde tot de brochure ‘Fijn is anders’, die in één alinea is samen te vatten: ‘Wat de Industriebond NVV wil, is een fundamentele verandering van de huidige, kapitalistische maatschappijstructuur, waarin de belangen van een paar enkelingen worden voorgesteld als het ‘‘algemeen belang’’. De Industriebond NVV wil een socialistische samenleving op basis van arbeidsdemocratie; dat wil zeggen: een samenleving, die wordt gekenmerkt door een democratische besluitvorming op alle gebieden en alle niveaus.’ De vervolgbrochure ‘Breien met een rode draad’ riep op om hulpbronnen te sparen en het milieu te behouden voor onze kinderen. Ook werd een pleidooi gevoerd voor internationaal vakbondswerk om multinationale ondernemingen op wereldniveau het hoofd te kunnen bieden.

Oude stempel

De inhoud van beide brochures was Arie Groenevelt op het lijf geschreven. Sinds 1967 was hij bondsbestuurder en na de plotselinge dood van Maarten Zondervan in 1970 diens opvolger als voorzitter van de Metaalbedrijfsbond NVV. Groenevelt was een sociaaldemocraat van de oude stempel, geboren in een SDAP-nest en getogen in de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC). Daar leerde hij debatteren en raakte hij onder de indruk van Koos Vorrink. Bij de AJC ontmoette hij zijn vrouw Gerrie met wie hij tot op hoge leeftijd om de meiboom zou blijven dansen.

Als 14-jarige ging Groenevelt werken bij de Elektrotechnische Mechanische Industrie (EMI) in Utrecht, die fietsdynamo’s fabriceerde. Hij volgde avondcursussen om instrumentmaker te kunnen worden en ging naar de Centrale Kaderschool van het NVV, omdat zijn EMI-collega´s zijn gebektheid en grote rechtvaardigheidsgevoel als onmisbare eigenschappen zagen om hem tot een uitstekend vakbondsvertegenwoordiger te kneden.

Ideaal boegbeeld

Op 32-jarige leeftijd werd Arie Groenevelt districtshulp bij de toenmalige ANMB in Utrecht. Vrijwel meteen vielen de mensen met wie hij te maken kreeg uiteen in voor- en tegenstanders. Werkgevers die hem lieten wachten of hem probeerden te paaien met een etentje, liet hij bits weten daarvan niet gediend te zijn. Collega-bestuurders die in hun vakantie niet gestoord mochten worden voor spoedeisende problemen of wel eens een relatie- geschenk aannamen, kregen de wind van voren. Vakbondsleden droegen hem op handen.

De bestuurders aan de top van zijn organisatie – druk doende het harmoniemodel in te ruilen voor het conflictmodel – zagen in de rechtlijnige, compromisloze Groenevelt een ideaal boegbeeld. De onverwachte dood van Maarten Zondervan en de radicale koerswijziging van de bond zette hem meteen in de schijnwerpers. In 1972 bezetten vakbondsleden Enka in Breda en vertrok NVV-voorzitter Harry ter Heide, omdat de Industriebond zijn eigen arbeidsvoorwaardenbeleid wilde voeren. In beide gevallen domineerde Groenevelt de media ondanks zijn weinig charismatische uiterlijk en nasale stem.

Lievelingsmuziek

Na het verschijnen van ‘Fijn is anders’ reisde ik vele avonden met Arie naar alle uithoeken van ons land. Hij moest op afdelingsvergaderingen van de bond de inhoud van de brochure uitleggen en soms verdedigen. Ik werd als schrijver geacht als praatpaal te functioneren, maar vooral als zijn chauffeur. Tientallen uren en vele honderden kilometers reden we over donkere snelwegen. Omdat het van bondswege verstrekte automobiel danig tochtte, zat Arie in een deken gehuld naast me. Zo bespraken we Het Leven en alledaagse voorvallen die de wereld draaiende houden. Tussen Drachten en Heerenveen ontstond het idee om bij het journalistenduo Nijpels en Tamboer, die voor de Haagse Post Industriebond NKV-voorzitter Piet Brussel portretteerden, lastige vragen in te steken. De antwoorden zouden Groenevelt in staat stellen de fusiebesprekingen tussen beide bonden naar zijn hand te zetten. Bij Lemmer vertelde hij over zijn alcoholistische vader, die hem als kind al tot de blauwe knoop bekeerde. Ter hoogte van Hellevoetsluis onthulde hij de oorsprong van zijn afkeer van iedere religie. Zijn ‘ome Kees’, bij wie hij vaak logeerde, las zo slaapverwekkend voor uit de bijbel dat zijn gedachten altijd afdwaalden. Als zijn oom plotseling vroeg “Wat was het laatste woord?” en Arie bleef het antwoord schuldig, dan leverde dat steevast een oorvijg op. Bij Oss bedachten we dat Arie aan Henk Hofland, die hem voor de NRC een aantal dagen volgde en maar naar zijn lievelingsmuziek bleef vragen, “Mozart en Vivaldi” zou antwoorden. Niet te diepgaand en toch chic.

Stekelenburg

Toen 1977 de oliecrisis uitbrak en hele industriële bedrijfstakken inkrompen of verdwenen, moest de bond van Arie Groenevelt de bakens drastisch verzetten. Maatschappelijke hervormingen werden ingeruild voor een beleid dat was gericht op het behoud van arbeidsplaatsen. Na de voorafgaande euforische jaren begreep Arie´s achterban dat niet en hijzelf nam het die achterban kwalijk dat ze hem niet volgde. Want degene die het gezegde ‘Niets is veranderlijker dan de mens’ heeft uitgevonden, kende Arie Groenevelt niet. De Industriebondvoorzitter kon nog zo bevlogen pleiten voor inspraak van de werkvloer (‘Geen kilo verantwoordelijkheid voor een ons medezeggenschap’), in eigen huis bepaalde het bestuur het beleid. Ook toen hij besloot in de marge te gaan werken en Johan Stekelenburg zich tegenkandidaat stelde voor de door Arie beoogde opvolger, verzette hij zich fel.

Groenevelt verhuisde van Vleuten naar Houten, waar hij – negentig jaar oud – lijstduwer werd voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018. Spekman bezocht hem in het hospice waar hij de laatste dagen van zijn leven doorbracht en sprak bij zijn besloten afscheid. Ook zijn beide zonen, de PvdA-lijstrekker uit Houten en een oude AJC-vriend voerden het woord. De vakbeweging was niet vertegenwoordigd.

Jeroen Terlingen (1943)
was van 1968 tot 1980 publiciteitsmedewerker van achtereenvolgens de ANMB, de Metaalbedrijfsbond NVV en de Industriebonden NVV en FNV. Van 1980 tot 1993 was hij redacteur van Vrij Nederland. Daarna werd hij docent, filmmaker en schrijver van een groot aantal boeken (www.jeroenterlingen.nl).

Het In Memoriam is eerder gepubliceerd in FNV Magazine van maart 2018