Het geheugen van de vakbeweging

Arend van Wijngaarden, CNV-voorzitter van 2018 tot 2020

Eigenlijk heb ik van mijn leven geen dag gewerkt”

Afscheidsinterview CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden

“Het gaat om mensen. Om mensen met elkaar te verbinden, om mensen tot hun recht te laten komen en om ze te helpen en te ondersteunen. Maak daarom vanuit de vakbeweging nog meer dan eerder contact met mensen.” CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden, die op 31 december 2019 zijn voorzitterschap neerlegde en op 1 februari 2020 met pensioen ging, laat deze boodschap achter voor de vakbeweging en haar bestuurders. “Zorg vooral dat je laat zien wat je doet. Blijf dichtbij de mensen, zoek ze op en zorg ervoor dat je weer meer mensen vindt die de idealen van de vakbeweging met jou willen uitdragen.”

Loopbaan en kernwaarden

Arend van Wijngaarden begint zijn beroepsleven als onderwijzer. Hij wordt geboren in het Brabantse Almkerk als zoon van een metselaar, die vindt dat zijn zoon ‘een baan met een wit boordje’ moet zoeken. Hij volgt een beroepsopleiding op school, maar krijgt zijn gevoel voor vakorganisatie vooral in de keuken thuis. Daar vergadert het lokale bestuur van de Hout- en Bouwbond. Hij ervaart dat mensen samen problemen in en met het dagelijks werk kunnen oplossen. Eenmaal voor de klas brengt hij die leerschool in de praktijk door op te komen voor collega’s als kaderlid van de Protestants Christelijke Onderwijsbond. Die buitenschoolse activiteiten hebben duidelijk invloed op zijn kansen om ergens schoolhoofd te worden en rond zijn 35e verjaardag stelt Van Wijngaarden zich de vraag wat hij met zijn verdere beroepsleven aan moet. Hij ziet twee mogelijkheden vanuit zijn ervaringen als vrijwilliger in kerk en vakbeweging. De keus valt op de vakbond. Daarbij was het van huis-uit volkomen logisch om voor de christelijke vakbeweging te kiezen. “Voor mij, zegt Van Wijngaarden, gaat het om begrippen zoals solidariteit, duurzaamheid, rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid. De wereld om ons heen is veranderd, maar waar het CNV voor staat, spreekt nog steeds mensen aan. Mensen verbinden die kernwaarden misschien niet altijd meer met de Bijbel, maar het zijn wel de waarden die in belangrijke mate de Nederlandse samenleving bepalen. De idealen van de christelijke vakbeweging worden nog steeds door veel mensen gedeeld. Daarbij worden mensen ook aangesproken – zo blijkt uit onderzoek – door de manier waarop het CNV de dingen doet. Mensen worden als individu benaderd ondanks het feit dat steeds meer contacten verlopen via sociale media. Als het erop aankomt dan willen mensen, mensen zien en zo werkt het CNV.

Veranderingen?

Piet Hazenbosch, auteur van dit artikel
Piet Hazenbosch, auteur van dit artikel

Arend praat over zijn beginjaren bij de bond en over de vraag of er veel veranderd is. “Van Wijngaarden, ik heb een probleem, zeiden mensen. Ik vroeg dan ‘wat is het probleem?’ Dan werd er een plastic tas of een schoenendoos op tafel gezet met de woorden ‘dat is het probleem’. In die doos zaten brieven, vaak nog ongeopend, en andere papieren van het arbeidsbureau of de uitkeringsinstantie. Door de brieven en papieren op volgorde te leggen en door te vertellen wat het allemaal betekende, kon je mensen vaak geruststellen of helpen. Dat zijn de mensen, die je als het ware onder de arm neemt. Er zijn ook andere mensen. Mensen die bij je komen en zeiden ‘Van Wijngaarden, ik heb een probleem, maar ik wil geen ruzie met mijn baas’. Die mensen hebben vaak zelf wel een oplossing in hun hoofd en verwachten dat jij met hen meedenkt. Ik denk dat er wat dat aangaat niet veel veranderd is tussen nu en de tijd dat ik in dienst kwam.

Wat wel veranderd is, is mijn plaats in de organisatie. Ik werd van assistent-districtsbestuurder na een paar jaar lid van het hoofdbestuur, toen algemeen-secretaris, later voorzitter, nog weer later voorzitter van de bond die ontstond na de fusie tussen de BedrijvenBond en de Hout-& Bouwbond om uiteindelijk in het Dagelijks Bestuur van de vakcentrale te belanden. Hoe hoger je in de boom komt, des te groter wordt het risico dat het contact met de leden verliest. Toch moet je altijd voor ogen houden bij alles wat je doet dat het om de mensen gaat. Het gaat om mensen die niet voor zichzelf op kunnen komen of om mensen die een sparringpartner nodig hebben.”

Het gaat om mensen en dat weegt lang niet altijd voldoende in de besluitvorming. “De vakbeweging werd weg geschreven uit de uitvoering van de sociale zekerheid omdat het allemaal beter en goedkoper moest worden. Ik heb eigenlijk vrij snel daarna moeten constateren dat het allemaal wel anders werd, maar niet beter en ook niet goedkoper. Daar zijn toen niet de goeie keuzes gemaakt, want het helpt mensen niet meer en daar moet het bij alle besluiten, die worden genomen, toch omgaan. Je moet daarbij niet bang zijn om dingen die goed functioneerden terug te halen, waarbij je tegelijk moet voorkomen te denken dat alles vroeger beter was. Je moet bereid zijn dingen die minder goed functioneren tegen het licht te houden. In beginsel is alles bespreekbaar, maar niet alles is acceptabel.”

Dalende organisatiegraad

Er is nog iets veranderd. Steeds minder mensen zijn vakbondslid. De vraag is hoe dat komt? Van Wijngaarden: “Ik denk dat wij hele goeie dingen doen, maar dat wij die dingen onvoldoende over het voetlicht brengen. Daardoor weten veel mensen niet wat de vakbeweging doet. Wij vragen de mensen ook te weinig rechtstreeks waarom zij geen lid willen worden. Tachtig procent van de mensen vindt het prima dat de vakbeweging er is, maar er is maar een kleine twintig procent die ook voor dat werk wil betalen.

Het is een weerbarstig probleem. Voor een deel kun je het feit dat de organisatiegraad daalt, verklaren uit het gegeven dat wij dingen bij de mensen hebben weggeorganiseerd zodat het niet langer helder is dat de vakbeweging erachter zit. Zo zijn bonden vaak betrokken bij vakopleidingsinstituten, maar die instituten willen vervolgens niet zichtbaar verbonden zijn met die vakbeweging. Ander voorbeeld: tot de jaren ’90 was in de bouw de bond nauw betrokken bij de uitvoering van de sociale verzekeringen, maar nu is die betrokkenheid weggeorganiseerd en ligt bij het UWV. Het is dan ook meer dan ooit noodzakelijk weer dicht bij mensen te komen. De kreet ‘terug naar de werkvloer’ is dan ook zeker voor nu en de nabije toekomst een relevante kreet.

De vakbeweging heeft ook met concurrentie te maken. Mensen kunnen hun tijd en hun geld maar een keer besteden en er zijn steeds meer doelen die om aandacht vragen. Daarnaast is mijn indruk dat mensen sommige risico’s die zij lopen, kleiner maken dan die risico’s feitelijk zijn. Bijna alle automobilisten hebben een ANWB-lidmaatschap. Want stel dat je auto je laat staan. Dat risico nemen we niet, dus worden we massaal ANWB-lid. In ons werkzame leven lopen we ook risico’s, we kunnen ziek worden, arbeidsongeschikt worden, werkloos worden. Dan is de vakbeweging je partner om je te helpen. En schijnbaar vinden wij het belangrijker onze auto te verzekeren tegen schade dan dat we bij werkloosheid 30% van ons inkomen kwijtraken. Veel mensen denken dat hen zoiets niet zal overkomen. Het lijkt erop dat mensen over die dingen niet of nauwelijks nadenken.”

Strijden tegen onrecht

De organisatiegraad is in de achterliggende decennia gedaald, maar Van Wijngaarden gelooft niet dat de vakbeweging op den duur zal verdwijnen. “Er zullen altijd mensen zijn die in de idealen van de vakbeweging blijven geloven. Er zullen altijd mensen zijn die zich als vrijwilliger willen inzetten om wat te doen voor hun medemens. Ik denk dat er altijd vakbeweging zal blijven, want er is altijd wat te verbeteren, er is altijd onrecht waartegen je moet strijden én er zullen altijd mensen zijn, die dat willen doen. Niets is zo moeilijk als de toekomst te voorspellen, maar ik verwacht dat de vakbeweging niet veel kleiner zal worden. En ik geloof niet in een fusie tussen CNV en FNV al was het maar omdat het goed is dat mensen wat te kiezen hebben. Er blijven mensen die kiezen voor de christelijke identiteit.”

Polder en acties

Een Nederlandse vakbondsbestuurder is of hij wil of niet onderdeel van de overlegeconomie. Nederlanders maken ruzie, maar beseffen blijkbaar al heel lang dat je problemen uiteindelijk alleen maar oplost door er samen in een goed gesprek uit te komen. De kern van de overlegeconomie ligt, volgens Van Wijngaarden, in het feit dat je je realiseert dat de een niet zonder de ander kan. Er is een wederzijds afhankelijkheid. Daar zit wel het risico in van eindeloos doorpraten zonder iets op te lossen, maar aan het eind van het liedje is de vakbeweging nooit te beroerd om actie te voeren.

Voor de organisatie is de bouwstaking van 1995 een hoogtepunt. Van Wijngaarden: “Wij hadden brede steun en aan het eind van zes weken actievoeren hadden 36.000 mensen hun werk gestaakt. Het is natuurlijk heel dubbel. Aan de ene kant ben je niet uit op acties, maar als het aan de andere kant niet lukt om tot overeenstemming te komen dan probeer je die acties zo succesvol mogelijk te laten zijn. Dan gaat het om zoveel mogelijk schade toe te brengen aan je tegenstander en dat is met die acties toen goed gelukt. En het was ongelooflijk spannend, want hoe lang kun je volhouden? Het kostte ongelooflijk veel geld, zowel aan de kant van de vakbeweging als aan werkgeverskant. Er waren aansprekende projecten, zoals de bouw van de Arena in Amsterdam, waar het werk werd stilgelegd. Daardoor was je erg zichtbaar voor werkend Nederland. De vakbeweging maakte een vuist en dat leidde tot een akkoord. Actievoeren was nodig, nuttig en onvermijdelijk. De tegenstellingen waren in die tijd heel groot. Wij kregen signalen van werkgever in de trant van ‘wat er ook gebeurt, we krijgen die jongens van bouw er onder’. Dan gaat het hard tegen hard, omdat het niet anders kan. Maar voor het proces is het heel erg ingrijpend en het kost dan ook de nodige tijd voor dat je er met elkaar weer overheen bent. Bij deze bouwstaking maar ook op tal van andere momenten mobiliseer je mensen en dat zijn hoogtepunten voor de vakbeweging. Je moet daarbij wel eerlijk zijn tegen je mensen. Je kunt aan de voorkant van een actie nooit succes garanderen, maar als je de volgende dag voor de spiegel staat dan kun je tegen jezelf zeggen ‘het is misschien niet geworden wat ik had gedacht, maar ik kan mezelf recht aankijken: ik was erbij, ik heb laten zien wat het met me deed, ik heb mijn stem laten horen’. Je kunt jezelf niet verwijten niets gedaan te hebben en ook dat kan het belang van actievoeren zijn. En als het allemaal wel lukt dan is het geweldig dat je erbij was, dat het gelukt is.

De kern van vakbondswerk is vooral het inspireren en mobiliseren van mensen. Daar komt veel emotie bij kijken. Het gaat bij acties om grote groepen, maar je moet niet vergeten dat die groep uiteindelijk bestaat uit individuen en die worden door die acties beïnvloed. Met elkaar en voor elkaar, daar draait het om bij de vakbeweging. Mensen die zich met elkaar verbinden.”

Internationaal

Arend van Wijngaarden was niet alleen nationaal, maar ook internationaal actief. “Een van de kernwaarden van het CNV is naastenliefde. De naaste zit niet alleen direct naast ons, maar die zit ook heel ver weg. Die mensen ver weg zijn ook onze medemensen en ook voor hen moet je aandacht hebben. Heel veel van die mensen ver weg zij ook gewoon werknemers, maar hun omstandigheden zijn anders dan de onze. Daarom kunnen wij hen leren om voor zichzelf op te komen om zo hun eigen omstandigheden te verbeteren.  Je ziet nog te vaak dat mensen ver weg worden uitgebuit, misbruikt. En wij hebben daar mee te maken omdat wij hier de dingen die zij maken, kopen. Lang geleden toen de internationale communicatie nog erg gebrekkig was, kon je wellicht met droge ogen zeggen ‘wat er ver weg gebeurt, weet ik niet’. Dat kan niet meer, want wij weten het nú wel. Ieder mens moet zich realiseren dat er aan de andere kant van de wereld dingen gebeuren waar wij van profiteren. Een deel van de kleding die wij dragen wordt geproduceerd door mensen die gewoon uitgebuit worden. Ik vind dat de vakbeweging ook voor die mensen aandacht moet vragen, ervoor moet pleiten hun producten een beetje beter te betalen. Voor ons gaat het om weinig, voor hen betekent het veel. Wij mogen onze collega-werknemers niet het slachtoffer laten worden van onze drang alles altijd maar nog goedkoper te willen hebben. Wij zijn misschien niet juridisch verantwoordelijk voor wat er in derde landen gebeurt, maar wij dragen wel morele verantwoordelijkheid.”

Tot slot

“Ik voel me – zegt Van Wijngaarden na 30 jaar werken bij de christelijke vakbeweging – een bevoorrecht mens door de dingen die ik binnen het CNV allemaal mocht meemaken. De mensen die ik, ver weg en dichtbij, heb leren kennen, de kennis die ik heb mogen opdoen, de zaken waar ik bij betrokken ben geweest, de successen die er zijn geweest, maken dat ik kan zeggen: Eigenlijk heb ik van mijn leven geen dag gewerkt.”

Piet Hazenbosch

Februari 2020

 

Openingsbeeld videointerview met Arend van Wijngaarden, Drie decennia bevlogen vakbondswerk
Openingsbeeld videointerview met Arend van Wijngaarden, Drie decennia bevlogen vakbondswerk