Het geheugen van de vakbeweging

Arend van Wijngaarden, voorzitter

In 2008 interviewde Bert Breij op verzoek van de VHV alle voorzitters van de bonden die bij FNV, CNV en MHP zijn aangesloten. Hij vroeg hen naar hun visie op de toekomst en de betekenis van de historie. Hier het interview met Hout- en Bouwbond CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden.

Arend van WijngaardenArend van Wijngaarden

Algemeen Verbindend Verklaring

‘Als het om de Algemeen Verbindend Verklaring gaat dan geloof ik niet dat deze verdwijnt, maar ik ben tegelijkertijd van mening dat er vanuit de vakbeweging te weinig gedaan wordt aan het voorlichten van politici over de consequenties daarvan. Er wordt vaak ook nog een grote vergissing gemaakt. De AVV is gekoppeld aan het aantal werkgevers en niet aan de bond. Een cao wordt Algemeen Verbindend
Verklaard afhankelijk van het aantal werknemers dat in dienst is bij georganiseerde werkgevers. Het aantal leden van de bond heeft er helemaal niets mee van doen. Wij als bouwbonden hebben er alle belang bij dat de werkgeversorganisatie leden heeft met heel veel werknemers. Het overgrote deel van de werkgevers beseft dit ook en zou niet anders willen.’

Schoenendoos

‘Als het om belangenbehartiging gaat dan gaat het niet enkel meer om wat er collectief nodig is, maar er moet ook gekeken worden naar wat iemand individueel nodig heeft. Dat vergt een nieuwe aanpak. Het ene lid brengt een schoenendoos met brieven en zegt: ‘Los mijn probleem even op’. Een ander legt zijn probleem uit en vraagt je advies over de oplossing die hij in gedachten heeft. Ik zie wel dat we zo’n 20 procent minder vragen hebben
over werk en loon, en dat soort dingen, dan vier, vijf jaar terug. Dat heeft met de betere economie te maken, maar zo gauw die weer wat in elkaar zakt, kan dat zo weer omslaan. We hebben in het kader van onze dienstverlening nog een netwerk van 250 vraagbakens door heel Nederland heen. Dat zijn vrijwilligers die wij zelf scholen voor de eerste opvang op het gebied van cao-vragen en klachten.’

9/11

‘We hebben nog steeds een constant aantal bestuurders. Ten tijde van 9/11 hebben we wel wat geld op de beurs verloren en dat heeft een reorganisatie tot gevolg gehad. Maar we hebben toen de vraag gesteld: wat zijn nou de taken die je moet vervullen om echt vakbond te blijven? Dat zijn twee dingen. Je moet cao’s afsluiten en je moet voor de individuele belangen van je leden opkomen. Dus we hebben gezegd: wat we ook gaan reorganiseren, die twee kerntaken moeten we dus goed bemenst houden, want anders verliezen we ons bestaansrecht.’

Aantal personeelsleden binnen de cao en organisatiegraad

‘Het gaat op zich goed met de bond, ondanks dat ze kampt met ledenverlies: het aantal personeelsleden dat onder de cao van de bouw valt neemt aanzienlijk af. We praten nu over circa 180.000 werknemers, in 1990 was dit nog het dubbele. Dat komt omdat een belangrijk deel van de werkzaamheden nu industrieel is. Veel is nu prefab en wordt geproduceerd in de fabriek. Dat is het terrein van FNV Bondgenoten of de CNV Bedrijvenbond, dus valt niet meer onder ons. Maar de organisatiegraad van de bouwbonden zit samen nog ruim op 60 ŕ 70 procent. Dat is nog enorm hoog.’

Rotte appels

‘De reden dat er in de bouw zo’n hoge organisatiegraad is, is dat bouwvakkers regelmatig van werkgever veranderen en dat daar altijd wel wat haken en ogen aan zitten. De bouw heeft ook nog wel regelingen waar niet iedereen zich aan houdt. Ik wil daarmee niet zeggen dat het een onfatsoenlijke bedrijfstak is, dat is niet zo, maar er zijn altijd wel rotte appels in de mand. Als 40 procent van de aannemers in 2007 toegeeft dat hun motief om buitenlandse werknemers in dienst te nemen, is dat ze dan relatief lagere kosten hebben, dan klopt er iets niet. Dan betaalt men dus bijvoorbeeld de Poolse werknemers onder de cao en dat kan niet. Dat zegt wel iets over de sector. Er is overigens geen sprake van een nieuwe stroom buitenlandse werknemers zoals in de jaren 50 en 60. We pleiten ervoor om geen mensen tegen te houden. Het is beter om het hele verhaal te reguleren. Daarbij komt dat de Polen hier niet komen uit luxe maar vanuit armoede. En zijn wij dan als christenen niet verplicht om die naasten op een fatsoenlijke manier te behandelen? Uiteraard is het zuur als jouw baan wordt ingenomen door een Pool omdat die de helft kost. Dat zijn juist de zaken die we moeten zien te voorkomen want dat raakt ook mijn leden.’

Politici 

‘Volgens mij zien de meeste mensen de vakbond nog steeds als ‘hakken in het zand’ en ‘het verdedigen van oude waarden.’ Met die oude waarden is voor mij niets mis maar er wordt vaak gezegd dat de vakbond niet los wil laten. Persoonlijk vind ik het jammer dat de vakbeweging eigenlijk nooit de kans krijgt om te laten zien hoe creatief ze met veranderingen kan omgaan. Ik heb gemerkt dat politici besluiten nemen over zaken waarvan ze de reikwijdte en impact gewoon niet overzien. Ze moeten zich eens echt laten informeren door de bonden. Een voorbeeld. Zo was ik op een conferentie waar één van de stellingen van een regerend politicus was dat alle maatregelen waarin we senioren ontzien uit de cao moeten worden gehaald. Want daardoor zouden werkgevers geen oudere mensen meer aannemen. Toen hij bijna klaar was met zijn verhaal ben ik vast naar de uitgang gelopen om hem daar even te spreken. Ik stel me voor, loop een stukje met hem mee en vraag hem: ‘Bent u echt van mening dat die maatregelen uit de cao moeten, of mag ik even tegen u zeggen dat we in de bouwnijverheid een regeling hebben die in een, door de bouwvakker zelfbetaalde, vierdaagse werkweek voor 55-plussers voorziet waardoor zij onder meer tot hun 61e door kunnen werken?’ Toen keek hij me even aan en antwoordde: ‘Nou, 61, dat is een respectabele leeftijd voor bouwvakkers om zolang door te blijven werken. Mag ik er bij u op terugkomen?’ Dat mocht en toen was er tijd om de zaken eens goed toe te lichten.’

WW

‘Zo dreigen er wel vaker maatregelen waarbij geen rekening wordt gehouden met het specifi eke karakter van de bouw. Voorbeeld: de discussie van een aantal jaren geleden over de kortdurende WW en de Gouden Handdrukken. Wij hebben een groot belang bij de kortdurende WW want onze mensen lopen in de winter het risico dat ze werkloos worden. We hebben jonge mensen die na het vmbo of de vakopleiding rond de zomer klaar zijn met hun opleiding. Dan gaan ze met vakantie, beginnen in augustus of september en lopen dan het risico dat ze meteen daarna werkloos zijn en een poosje dus niks hebben. Geef ons de kortdurende WW en dan ruilen we die in voor Gouden Handdrukken, want die krijgen onze mensen toch niet.’

Vak

‘De kwaliteit van opleidingen is in de bouwnijverheid netjes geregeld. Wij zijn betrokken bij de vakopleiding, wij zijn betrokken bij de inhoud van het vak. Wij hebben de zogenaamde paritaire adviescommissie waarin werkgevers en werknemers zitten die gewoon de inhoud van het vak bekijken. Zij bepalen mee wat de inhoud moet zijn van de scholing die op de ROC’s en opleidinginstituten wordt gegeven. Het is één van onze belangrijkste taken: het bewaken van de inhoud van het vak. Onze historie en onze hoge organisatiegraad geeft ons die autoriteit, we kennen de bouw en wat er bij komt kijken, door en door.’

Ruilverkaveling

‘Ik heb een nota voor het Algemeen Bestuur van het CNV geschreven die ‘Ruilverkaveling’ heet. Die is opgebouwd volgens de principes van de echte ruilverkaveling van boerengrond, maar dan over de organisatie van de bonden binnen het CNV. Voor de oorlog was er een beroepsgewijze verdeling over de bonden, daarna kwam de bedrijfstakindeling. Die is er nog steeds maar die is aanzienlijk verouderd. Een nieuwe sectorverdeling met de nodige ruilverkaveling is er nog steeds niet. Wat ik binnen het CNV heb voorgesteld is om te kijken of de verdeling vanaf 1945, die we nooit hebben herzien, nu eens echt aangepakt kan worden. Er is inmiddels zoveel veranderd. Er zijn nieuwe sectoren bijgekomen, denk maar aan ICT, of het karakter van een sector is veranderd. Neem bijvoorbeeld de privatisering van de energiemarkt die van de overheid naar de dienstensector is gegaan.’

Ontslagrecht

‘De kwestie over het ontslagrecht heeft volgens mij helemaal niets met dit recht te maken: het gaat namelijk om het vergroten van de arbeidsparticipatie. Daar gaat het om, maar als je participatie wilt vergroten dan hoef je echt niets aan het ontslagrecht te doen. Dat zou betekenen dat je een oudere werknemer ontslaat om daarvoor een gedeeltelijk arbeidsgeschikte, een jongere of een vrouw te nemen. Maar dan worden er alleen maar poppetjes geruild en geen participatie vergroot. CNV Hout en Bouw heeft al een lijn uitgezet om ervoor te zorgen dat je je mensen als bedrijfstak van dienst kunt zijn: een loopbaanoriëntatietraject. De bouwnijverheid heeft 28 adviseurs verspreid over heel Nederland en elke bouwvakker mag eens in de vijf jaar bij een adviseur langs om over hun loopbaan en eventuele mogelijkheden tot om- of bijscholing te praten. De bond heeft hiervoor samen met de werkgevers geld gereserveerd.’

Anton Westerlaken (1)

‘Ik vind het jammer dat toen ik in het bondsbestuur kwam, Anton Westerlaken net wegging. Ondanks dat we nooit met elkaar hebben samengewerkt heb ik op de een of andere manier wel iets met Anton. Gewoon met zijn manier van doen: niet altijd langs de gebaande paden denken, hoe hij zich presenteerde, hoe hij in de publiciteit kwam. Zijn verhaal van vijf jaar collectief geen loonsverhoging, dan denk ik: ‘Nou, dan moet je lef hebben om dat soort dingen voor te stellen.’ Dat moet ergens rond ‘93-‘94 geweest zijn, het ging toen om de economische groei van Nederland. Dat klinkt inderdaad harmonieachtig, maar daar ben ik wel van.’
Bert Breij
Het interview met Hout- en Bouwbond CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden is opgenomen in Twee miljoen leden, 25 voorzitters, 2009
———–
(1) Anton Westerlaken was van 1992-1998 voorzitter. In zijn tijd groeit het CNV in zes jaar met 45.000 leden naar een ledental van 365.000. In december 1998 wordt hij opgevolgd door Doekle Terpstra. In 1999 begint Westerlaken als bestuursvoorzitter van ‘s Heeren Loo Zorggroep, een zorgaanbieder voor verstandelijk gehandicapten. Vanaf 2007 is Westerlaken lid van de Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum Erasmus, waarin hij onder meer de portefeuilles patiëntenzorg, nieuwbouw en huisvesting in beheer heeft.