Het geheugen van de vakbeweging

Annie van Wezel: Strijd tegen kinderarbeid als hefboom om armoede aan te pakken

Een kwart eeuw werken aan menselijke waardigheid

Annie van Wezel’s wereldwijde vakbondslobby

Al op de lagere school in Drunen was Annie van Wezel geboeid door het  katern in haar schoolatlas over ‘de volkeren van deze wereld. Wat zouden die mensen met een heel andere achtergrond denken en willen?’ Van Wezel wilde de wereld in en erop uitgaan en dat is haar gelukt als internationaal adviseur van de FNV. In juli nam ze afscheid ‘maar mijn betrokkenheid bij sociale rechtvaardigheid en internationaal werk is niet weg.’ Evenals haar opvatting dat de FNV meer moet investeren in nieuwe vormen van het internationale solidariteit en vooral in de internationale vakbeweging.`

Op de middelbare school in Waalwijk groeide haar belangstelling voor geschiedenis en raakte ze betrokken bij vredesactiviteiten, acties tegen de oorlog in Vietnam en de anti-apartheidsbeweging. Ze zou in 1970 op de Nijmeegse universiteit terechtkomen en afstuderen bij de politicoloog Kurt Tudyka over de dominantie van de westerse en Amerikaanse filmcultuur in de wereld. Film leek haar wel wat. ‘Maar toen ik begin jaren tachtig de arbeidsmarkt opging, heerste er werkloosheid en kreeg ik een bijstandsuitkering. Ik werd freelance fotograaf en maakte samen met Annemarie Strijbosch films o.a. over de economische afhankelijkheid van vrouwen en over gescheiden Marokkaanse vrouwen in Nederland. Bij gelegenheid van het 40-jarige bestaan van de Vrouwenbond NVV/FNV in 1988 maakten we een documentaire over de geschiedenis van die bond en over de grote veranderingen in het werk van vrouwen. Die werd door de VARA uitgezonden.‘ Toch sloeg ze een andere weg in: ’Het lukte maar weinig mensen met filmen de kost te verdienen en dat had voor mij prioriteit.’

Bewustwording

Na een korte periode als voorlichter bij de niet-gouvernementele organisatie (ngo) Honger Hoeft Niet werd ze campagnemedewerker bij BOV (Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging) van de FNV. ‘Ik volgde daar in 1991 Wouter van der Schaaf op. Daar voelde ik me op mijn plek. We organiseerden samen met NOVIB en Hivos in het Amsterdamse Paradiso een grote bijeenkomst over vakbondsrechten met Johan Stekelenburg en Karin Bloemen. Het ging toen al over kinderarbeid en de internationale arbeidsverdeling.’

Kinderarbeid

Annie van Wezel met de Internationale Bond van Bouw- en Houtarbeiders in het ‘kinderarbeid-vrije’  dorp Jabalpora in India (2005)

Drie jaar later in 1994 wordt zij beleidsmedewerker voor Azië en het Midden-Oosten. ‘Ik had aanvankelijk twee projecten, in India en Bangladesh maar ik kreeg een ruim budget… Het waren gunstige tijden want minister Pronk had zijn medefinancieringsprogramma voor de vakbeweging gelanceerd’.

Tijdens een van de eerste werkbezoeken aan India en Pakistan gingen haar de ogen open over kinderarbeid. ‘Dat kwam door de grote schaal waarop het voorkwam. Dat was een schokkende ervaring; dag in dag uit zien te overleven in de grootste armoede. Met de Global March against Child Labour van Kailash Satyarti kwam er, met steun van de FNV, een beweging opgang tegen de vicieuze cirkel van leven in diepe armoede en de kinderarbeid die noodzakelijk leek om brood op de plank te krijgen. Kinderarbeid kon juist ook worden gebruikt als hefboom om de armoede aan te pakken.’ Ze wijst op het voorbeeld van de kinderarbeid in de open-lucht-steenbakkerijen. ‘In Bihar, toen de allerarmste en meest corrupte deelstaat van India, kwam ik in contact met vakbondsman Ansari. Hij probeerde in deze steenbakkerijen vakbonden op te richten. Met hem heb ik vier jaar lang gesproken hoe hij daar een poot aan de grond kon krijgen in de strijd tegen kinderarbeid. Ik had ideeën en een beetje geld, maar hij moest het doen. Hij lobbyde bij de overheid om schooltjes voor deze kinderen op te richten, want volgens de letter van de wet hebben alle kinderen recht op onderwijs. Zo groeide zijn aanzien, kreeg de bond meer leden en konden werkgevers hem niet langer negeren én… trad de politie minder gewelddadig op. Ondertussen groeide de bond en deze houdt zich nu zelfs bezig met pensioenvoorzieningen. Dat is ook het fijne van projecten, je kunt met elkaar communiceren en elkaar vertrouwen schenken. Dan komen de foto’s uit de wereldatlas uit mijn jeugd weer om de hoek kijken.’

Internationale normen

In 2007 werd Annie van Wezel internationaal adviseur van de FNV. Ze speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van ILO-verdragen en, wat nog belangrijker is: de naleving ervan. Ook het thema Internationaal Verantwoord Maatschappelijk Ondernemen speelde een steeds grotere rol. Dat abstracte begrip kreeg in Nederland een gezicht in samenwerking met de Schone Kleren Kampagne.

‘Op dat terrein is de afgelopen jaren een enorme slag gemaakt. Een bedrijf als C&A wilde aanvankelijk niets weten over de verantwoordelijkheid van bedrijven voor de veiligheid, lonen en werktijden in fabrieken als die in India of Bangladesh. O.a. door onze acties samen met de Schone Kleren Kampagne, kan geen enkele werkgever in Nederland die zogeheten ketenverantwoordelijkheid nog ontkennen. Tussen 2008 en 2014 kwamen we in de SER met vier adviezen over dergelijke thema’s.’

Globalisering

Annie van Wezel tijdens de ILO-conferentie van 2015

Internationale afspraken waarbij de verantwoordelijkheden van overheden en bedrijfsleven zijn geformuleerd zijn onder andere terug te vinden in de richtlijnen van de OESO (Organisatie van Europese Samenwerking en Ontwikkeling) voor multinationals, die in 2011 zijn aangescherpt. Ze speelden een rol bij de discussie over de positie van arbeidsmigranten bij de bouw van stadions voor het Wereldkampioenschap Voetbal in Qatar. Annie van Wezel wijst op de successen bij de afschaffing van moderne slavernij in Qatar onder meer doordat FNV Bouw samen met de internationale vakbeweging, met lobby en publiciteit  wereldwijd aandacht kreeg  voor deze zaak. Maar Van Wezel is ervan overtuigd dat er mogelijkheden liggen om meer te bereiken. ‘De FNV gebruikt niet de macht die ze heeft. Dat vraagt om meer investeren. De  inhoudelijke bereidheid is er, maar het is een kwestie van prioriteiten. Ik ben ervan overtuigd dat de FNV meer moet investeren in internationaal werk. Investeren in onderzoek, want globalisering heeft niet voor iedereen dezelfde gevolgen. Er is maatwerk nodig. Met meer investeringen kan ook de lobby vanuit de FNV voor regelgeving van de globalisering worden versterkt en die begint in ons eigen land bij regering en werkgevers. Er zijn ook faciliteiten voor internationale vakbondssamenwerking nodig voor kaderleden en bestuurders die CAO’s afsluiten bij multinationals. Het mag niet afhangen van een individuele bestuurder.’

Internationale solidariteit

‘Mijn werk in de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in Genève heeft mijn opvatting over internationale solidariteit op zijn kop gezet. Onze inzet voor vakbonden in de derde wereld en voor werknemers die onderdrukt en uitgebuit worden, blijft hard nodig. Maar de globalisering dwingt ons anders te denken over internationale solidariteit. De druk die van de globalisering uitgaat op de werkomstandigheden treft werknemers aan het begin van de keten maar ook degenen in het centrum, bij ons dus. Dat eist nieuwe vormen van internationale samenwerking gericht op striktere regels voor de globalisering. Wij kunnen het eigen belang van onze leden niet voldoende dienen als we dat internationale terrein braak laten liggen. Dat is niet gemakkelijk maar geen enkele bond ontkomt daaraan, ook de FNV niet.’ Ze onderschat die opdracht niet. ‘Er ligt zoveel op de schouders van de vakbeweging, terwijl het maatschappelijk tij voor de vakbeweging niet meezit. De machtsverhoudingen veranderen niet in ons voordeel. Het is de berg op met wind tegen. De sfeer is ook harder dan in de jaren negentig. Nederland is teveel meegegaan met de globalisering maar we moeten niet defaitistisch op die ontwikkeling reageren. We staan niet met lege handen. We hebben fundamentele arbeidsnormen geformuleerd, waar alle werknemers recht op hebben, en er is draagvlak voor de opvatting dat globalisering moet leiden tot ‘decent work’ voor iedereen.’

Terugkijken

‘Ik heb een rol kunnen spelen bij het veranderend denken over kinderarbeid, de rol van grote bedrijven in hun keten, het reguleren van de globalisering, de positie van informeel werkenden. En ik kon opkomen voor vakbondsmensen die internationaal hun nek uitstaken. Allemaal zaken die raken aan de fundamentele menselijke waardigheid. Dat maakt me gelukkig. En ik ontmoette in die periode de meest fantastische, moedige en creatieve mensen.’ Ze kan het niet laten bij haar afscheid ook nog een waarschuwing te laten horen. ‘We mogen die taken niet afschuiven naar de internationale vakbeweging in Brussel of de ILO in Genève. Zonder de krachtige steun van organisaties in eigen land is de internationale vakbeweging ook minder machtig en effectief.’

 

Kees van Kortenhof
Jeroen Sprenger

Oktober 2018

Links
  • Toespraak Annie van Wezel (16 minuten), tijdens het seminar De verknipte Economie
    De FNV organiseerde op 6 juli 2018 dit seminar over flex en globalisering. Wat hebben ze met elkaar te maken en kunnen we het één wel aanpakken zonder ook het ander te reguleren?
  • Documentaire: Van arbeidersvrouwen en vrouwenarbeid, de geschiedenis van de Vrouwenbond FNV,