Het geheugen van de vakbeweging

Annie Mensink-Moman, Marie Wijnen–van Riesen, Rie Eijlander–de Graaf en Hanneke Jurriëns

“Je portemonnee op tafel? Dat gaat anderen toch niks aan?”

In 2012, 2013 heeft Siska Caneel een groot aantal verhalen opgetekend van ‘Vrouwenbondsvrouwen’. Deze zijn gebundeld in het boek De Vrouwenbondsvrouwen, 1948 – 2013, 65 jaar Vrouwenbond(s)levens. Annie Mensink-Moman (1924), lid sinds 1969, uit Hattem is één van hen. Samen met Marie Wijnen – van Riesen (1930), Rie Eijlander – de Graaf (1942) en Hanneke Jurriëns (1951) bepaalt zij het gezicht van de Vrouwenbond.

Annie Mensink-Moman (1924), Vrouwenbondsvrouw in HattemAnnie Mensink-Moman (1924), Vrouwenbondsvrouw in Hattem

Al vanaf de eerste dag zijn ze lid van de afdeling Hattem van de Vrouwenbond NVV. In de gezellige huiskamer van Annie Mensink zijn ze samengekomen en kijken Rie, Maria en Annie terug op de afgelopen 43 jaar. Later voegt ook de huidige voorzitter Hanneke zich bij ons. De herinneringen vliegen over de tafel.
De mannen van de plaatselijke Bouwbond NVV vonden dat het tijd was voor de Vrouwenbond. Alle vrouwen van de vakbondsmannen in het dorp werden op 1 maart 1969 uitgenodigd en uitnodigingen werden van deur tot deur in de brievenbus gedaan. Je kon alleen lid worden wanneer je man lid was van een van de NVV-bonden. Het was een drukke avond, maar erg veel leden schreven zich vooralsnog niet in.
Vanuit het hoofdbestuur was mevrouw Renes uit Utrecht aanwezig. Zij kon wel een bestuur aanstellen. Mevrouw Barneveld werd de eerste voorzitter en Rie werd secretaresse/penningmeester. Het was een heel bijzonder gebeuren in deze christelijke dorpsgemeenschap. Een organisatie van niet christelijke vrouwen, Rode vrouwen werden ze in het begin genoemd. In gebouw ‘de Eekhoorn’ kwamen ze maandelijks op dinsdagavond bij elkaar. Annie en ook Rie werden afgevaardigd naar andere bonden om de vrouwen te vertegenwoordigen.
De naam van de erg linkse voorzitter Kitty Noorbergen valt. Zij was diegene die ervoor zorgde dat het onderzoek naar baarmoederhalskanker in Hattem kwam. Er was en is veel waardering voor de vrouwenbondsvrouwen. Ze namen plaats in diverse gemeentelijke commissies. Er werd naar hen geluisterd. Ook in de Vrouwen Advies Commissie (in de bouw) kwam een zetel, in de marktcommissie, bij de lokale omroep, in de Commissie voor Bijstand, de Gehandicapten Raad en de WMO raad.
En nog steeds zijn in deze overlegorganen de FNV-vrouwen aan de bestuurstafels terug te vinden. Wanneer de gemeente zich buigt over het grote bezuinigingsvoorstel worden de vrouwen gevraagd mee te denken. Ze laten van zich horen en ze laten zich zien in Hattem. Bij de installatie van de nieuwe gemeenteraad bijvoorbeeld, delen ze rode rozen uit aan de nieuw beëdigde vrouwen in de Raad.
Wat ze zoal deden op de maandelijkse bijeenkomsten werd vanzelfsprekend vooral aangereikt door het hoofdbestuur in Amsterdam. Jaarlijkse projecten en scholing. In de regio werkten ze vaak samen met Apeldoorn en Vaassen en er was ook ooit een afdeling in Wapenveld. Speciale cursussen voor bestuur werden gevolgd, bijvoorbeeld door Rie en Annie als penningmeesters. Vroeger gingen ze op de fiets bij alle leden de contributie persoonlijk ophalen. Er werden dan zegeltjes in de ledenkaart geplakt. Vanaf de jaren 80 moest dat allemaal via de bank, en de penningmeesters werden daarvoor geschoold.
De leden kregen voorlichting hoe met hun geld om te gaan, iets wat we tegenwoordig budgetteren noemen. Oude wijn in nieuwe zakken dus. Marie had van lege luciferdoosjes een mooie spaarpot gemaakt. “De zijkanten met lijm aan elkaar geplakt, een mooi gekleurd lint eromheen” vertelt ze beeldend. “In elk laatje werd geld voor een speciaal doel gespaard. De laatjes konden open gemaakt door een klein touwtje erin te maken dat eruit hing.”
Nou, dat deed Rie iets anders. Zij verzamelde de weekloonzakjes van haar man en schreef er keurig op welk zakje waarvoor diende, en spaarde op die manier. Annie: “ik had zo’n langwerpige metalen Brabantia doos met allemaal gleufjes en daar stond al op waarvoor het was. Anderen hadden een rijtje kleine busjes achter in de kast. Ja, sparen werd er na de oorlog met de paplepel ingegoten. Als je vakantiegeld kwam, dan vulde men de tekorten aan of reserveerde het geld voor de winter om kolen te kopen.” “Nee”, zegt Rie, “mijn vader was heel modern. Vakantiegeld moest je uitgeven aan vakantie zo leerde hij ons. We gingen al jong op vakantie naar het buitenland.” En dat doet Rie nog steeds.
Voor de afdeling hadden ze een potje ‘lief en leed’ om een kaart of een bloemetje te sturen wanneer een lid dat nodig had. Ze hebben zich ook verdiept in het huidige project van de FNV Vrouwenbond, ‘Wonderen doen met weinig geld’. “Daar hebben sommige ouderen toch wel moeite mee” vertelt voorzitter Hanneke. “je portemonnee op tafel? Dat gaat anderen toch niks aan? Ze willen alles van je weten, hoorde ik ze mopperen. En dan moet je even uitleggen dat het slechts een kennismakingsspel is. Maar het doel van het project vinden de leden wel prachtig, ook de samenwerking met vrouwen uit andere culturen”. 
Ze vinden het jammer dat de congressen van de begintijd nu echt ver achter hen liggen. “We gingen allemaal samen, huurden een bus, we hadden onze eigen vlag en we liepen mee met de vlaggenparade” legt Annie uit. Tegenwoordig zie je niemand meer als er een landelijke ledenvergadering is. De saamhorigheid is verdwenen constateren ze. Naast alle projecten en scholing van de Vrouwenbond organiseerden ze ook jaarlijks een reisje voor de leden. “We zochten altijd naar iets leerzaams en natuurlijk ook iets gezelligs, iets leuks. Nu na veertig jaar (en ouder wordende leden) is het steeds moeilijker een bestemming te zoeken. De vrouwen willen niet te ver meer van huis.”
Op afdelingsavonden zongen ze vroeger de liedjes uit de NVV-zangbundel. Maar wie kent nu het lied ‘Ze zullen ons in 1000 tallen zien’ nog? Ze zijn het er over eens dat er in hun afdeling veel saamhorigheid is. Ze komen nog steeds samen en halen de leden die minder mobiel zijn zelf op. Er wordt gepraat over vakbondsgerelateerde zaken. Vroeger nodigde je nog vrouwen van het landelijk bestuur uit voor een inleiding. Jenny Zwanepol is hier nog geweest. Maar ook Tineke van der Kraan en Anya Wiersma zijn graag geziene gasten in Hattem.
“We leerden vrouwen omgaan met acceptgirokaarten en pinautomaten. Nu soms best moeilijk om nog onderwerpen te vinden. Maar het verleden heeft beslist meegewerkt aan de ontwikkeling van de vrouwen. Hun lidmaatschap heeft ze veel gebracht”. Een heel actief lid van hun afdeling willen ze niet vergeten te noemen, Geertje Eijlander. Zij zat namens de afdeling in vele besturen o.a. bij de AMBO, het Rode Kruis en de gemeentelijke commissie.
Marie, Annie en Rie hebben alle drie jarenlang in het bestuur gezeten. Hanneke is straks al 25 jaar voorzitter. “Vroeger werd je benoemd voor drie jaar“ legt Rie uit. “En dan mocht je drie perioden in het bestuur blijven. En als je 65 was, mocht je niet meer in het bestuur”, valt Marie bij. “Maar die regels zijn er allang niet meer. Je gaat toch geen voorzitter wegsturen omdat ze 65 is geworden? En je kunt je penningmeester niet laten gaan wanneer er geen vervangster is?” Zodoende is Rie al bijna 40 jaar (een kleine onderbrekening) 1e penningmeester en Annie de 2e.
Op een grootse 1-meimarkt in 1981 maakte Hanneke kennis met de Vrouwenbond. Ze was enthousiast geworden door de toespraak van dominee André van den Heuvel, de toenmalige voorzitter van de Vara. Ze werd lid en toen niet lang daarna de voorzitter Nel van Sloten afscheid nam kon Hanneke al snel achter de bestuurstafel aanschuiven. En nu, 30 jaar later zit ze er nog. Ze zijn ook geen van allen van plan af te haken. “Welnee”, zegt Marie. “Ik hoor bij de Vrouwenbond en de bond bij mij.”
Dat beaamt Rie, het werk voor de bond heeft haar veel gebracht en daar hoort ook gezelligheid bij. Ook Annie is blij deel uit te maken van deze hechte club vrouwen. Waarschijnlijk komt het ook doordat we in een relatief kleine afdeling zitten, we kennen elkaar allemaal en komen elkaar overal tegen. Hanneke vertelt dat Annie ondanks haar hoge leeftijd nog altijd overal mee naar toe gaat. De regiobijeenkomsten in Nijverdal, de scholing in Deventer, de bijeenkomsten in Zwolle. Annie is erbij. Rie heeft zich dankzij de Vrouwenbond goed kunnen ontwikkelen. “Je komt nog eens ergens en het is allemaal reuze interessant”. Marie geeft aan door de Vrouwenbond veel politiek bewuster te zijn geworden. Ze zijn het erover eens dat hun lidmaatschap van de Vrouwenbond hun veel heeft gegeven. Ze kregen veel aangereikt en hebben hun kennis kunnen verbreden.
De laatste jaren is dat veel minder. Zoals bijvoorbeeld het project over de kinderplaza’s. Tja wat moeten we daarmee hier in Hattem? Jonge vrouwen zijn er ook niet toe te bewegen om lid van de Vrouwenbond te worden. Ze hebben geen tijd, moeten allemaal werken, hebben vaak een gezin, ze moeten sporten en zijn gewoon veel te druk. Ze hebben een rechtsbijstandverzekering en dus geen vakbond meer nodig. Maar ze missen wel wat! Tijdens hun werkzame leven waren Hanneke en Rie ook lid van een vakbond. Uit solidariteit met de vrouwen zonder betaald werk bleven ze lid van de Vrouwenbond. Rie:“Je moest ook wel lid van de vakbond zijn, anders kon je geen lid van bijvoorbeeld de ondernemingsraad zijn”.
De FNV zit nu in zwaar weer. Wat zal er van de Vrouwenbond terecht komen? Is er straks in die nieuwe vakbeweging nog wel plaats voor een vrouwenbeweging? Wat kunnen ze nog voor ons doen? En eigenlijk maakt het niet zoveel uit voor deze vrouwen uit Hattem. Ze blijven hun afdelingsavonden organiseren, zullen zich verdiepen in actuele zaken en daarnaast ook vooral veel napraten over alle mooie bijeenkomsten waar ze in die 40 jaar aan deelgenomen hebben.
Siska Caneel
Hattem juni 2012