Het geheugen van de vakbeweging

Annie Kessels emancipatiestrijd

Hoe de arbeidersvrouw zelfbewust werd

In vijfendertig jaar ijveren voor de vrouwenemancipatie heeft Annie Kessel niets van haar geestdrift verloren. Enthousiast vertelt zij in 1981 in een interview met Hans Bronkhorst over haar werk in de Katholieke Arbeiders Vrouwenbeweging, de KAV, waarin zij al in 1946, als heel jonge vrouw, een leidende rol kreeg en waarin zij haar ideaal gestalte heeft kunnen geven. Dat ideaal was en is de vrouw zelfbewust te maken. Dat lijkt nu wat achterhaald, maar Annie Kessel vindt dat er nog steeds aan de verdere emancipatie moet worden gewerkt, al erkent ze dat er veel veranderd is.
Het volledige interview met Annie Kessel dat in 1981 is gehouden, is elders op de website te lezen.

Annie Kessel, voorvrouw van de Katholieke Arbeiders VrouwenbewegingAnnie Kessel, voorvrouw van de Katholieke Arbeiders Vrouwenbeweging

Er is van Annie Kessel gezegd dat zij al een Dolle Mina was tientallen jaren voor die naam werd uitgevonden. En zij laat zich dat vrolijk aanleunen. Ook is zij wel als een feministe betiteld. Maar niemand kan zeggen dat zij in haar energieke vrouwenstrijd dol te keer ging, en haar optreden was altijd ook minder fanatiek dan dat van sommige hedendaagse voorvechtsters in de feministische beweging. ‘Ik vind het feminisme  belangrijk’, zegt ze.  ‘Het heeft taboes  doorbroken. Feminisme  is noodzaak. Maar als je iets nieuws doet, moet je weten wat anderen eerder hebben gedaan, moet je weten wat er is geweest. Wat er nu voor vrouwen en door vrouwen wordt gedaan, is mogelijk gemaakt door wat andere vrouwen eerder in een andere tijd hebben gedaan.’

Geen anti-mannenbeweging

Voor Annie Kessel is het belangrijk dat de vrouwenbeweging geen anti­-mannenbeweging wordt.  ‘In mijn werk voor de bewustwording en ontwikkeling van vrouwen heb ik altijd met mannen samengewerkt. Ik vind de vrouwenemancipatie een zaak van vrouwen én mannen. Ik was altijd bezorgd dat de Katholieke Arbeiders Vrouwenbeweging zich zou gaan afzetten tegen de Katholieke Arbeidersbeweging, die geheel door mannen werd overheerst . In hun bewustwording  moesten de vrouwen in het arbeidersmilieu zich niet van de mannen gaan distantiëren, maar zij moesten proberen de mannen in hun vakbondsstrijd te steunen en aan te vullen en zo aan die strijd voor de erkenning van de arbeid mee te doen.’
Toen Annie Kessel zo’n anderhalve generatie geleden met haar werk voor de arbeidersvrouwen begon, waren er nog veel mannen die eigenlijk op het standpunt stonden dat er voor vrouwen maar één beweging kon zijn: die achter de kinderwagen . Vrouwen moesten zich bezighouden met de drie k’s: Kerk,  kinderen  en keuken. Ze moesten  naar de mis en naar het lof  en ze  mochten in de Mariacongregatie; ze moesten zorgen dat de kinderen op tijd, fris gewassen en netjes aangekleed, naar de kerk en naar school gingen en dat ze goede rapporten kregen; en ten slotte moesten die vrouwen iedere dag een stevige pot koken. En daarmee uit. De vrouw had binnenshuis haar plaats, maar buitenshuis moest zij zich op de achtergrond houden. Dat was het terrein  van  de mannen.
Nu was het wel zo, dat de vrouw in het arbeidersgezin toch wel wat te vertellen had, als man en vrouw een goede relatie hadden . Vaak ging ze over de besteding van het geld en had ze het laatste woord in de opvoeding van de kinderen. Ze had in huwelijk en gezin echt wel een sterke positie, met flinke bevoegdheden, en in die beperkte zin was zij wel geëmancipeerd. Maar dat was toch niet genoeg, zo begon men vooral na de oorlog te beseffen. Vrouwen moesten hun talenten ruimer kunnen  ontplooien  en zij moesten hun eigen mogelijkheden beter leren kennen en gebruiken. Zij  moesten vooral de kans krijgen zich verder te ontwikkelen. Zo werden in de vijf bisdommen van Nederland achtereenvolgens diocesane Katholieke Arbeiders Vrouwenbewegingen opgericht. Eerst in Roermond en Den Bosch en vanaf 1946 in Breda, Haarlem en Utrecht. Daarbij ging het initiatief niet van de bisschoppen, maar van de katholieke arbeidersbeweging uit. Soms vonden bisschoppen en vooral pastoors het helemaal niet nodig dat arbeidersvrouwen zich organiseerden, zoals in vroeger tijd de clerus soms verzet bood aan de opkomende r.k. werkliedenorganisaties, die als een bedreiging van de be­staande orde werden gezien en als opstandige bewegingen.

Akkoord met FNV?

Annie Kessel is een van die legendarische vrouwen uit de naoorlogse katholieke arbeidersbeweging: een typische KAB- en NKV-vrouw, iemand die zich een leven lang voor de beweging heeft ingespannen. Als je dat overweegt, ben je benieuwd wat zij denkt van het opgaan van het NKV in de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). Vindt ze het erg dat haar eigen NKV zichzelf opheft om met het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV), een nieuw verbond te vormen, dat niet meer katholiek of christelijk zal zijn? Vindt ze dat opgeven van die eigen katholieke identiteit aanvaardbaar, een identiteit die ooit moeizaam werd bevochten bij de oprichting van het R.K. Werkliedenverbond? Heeft ze niet zelf in 1954 het bisschoppelijk Mande­ment, waarin het lidmaatschap van het NVV werd verboden, aan haar KAV-leden moeten uitleggen?
Geconfronteerd met die vragen zegt Annie Kessel:’De samenleving is ingrij­pend veranderd. We leven in een grootschalige maatschappij, waarin je ook als vakbeweging  groot  moet zijn om sterk te zijn. Hoe kan je anders nog tegenspel geven aan de enorme en machtige ondernemingen waarmee je nu te maken hebt? Hoe kan je nog de belangen van de werknemers verdedigen tegenover de multinationals, als je geen gelijkwaardige partij bent?
Dat zag je bijvoorbeeld in het conflict met Ford-Amsterdam. Ik vind het een logische ontwikkeling, dat het NKV opgaat in de FNV, en het is heel jammer dat het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) er niet bij is. We moeten niet bang zijn iets te verliezen dat van vroeger is en dat voorbij is. We moeten ons niet krampachtig vasthouden aan het verleden, maar we moeten naar het heden en de toekomst kijken. De tijd van de zelfstandige katholieke vakbeweging, een mooie tijd, is geweest en komt niet meer terug. We moeten niet bang zijn voor de stap die we nu zetten door op te gaan in één grote algemene vakbeweging. Angst is een slechte raadgever.
Ik hoor wel het verwijt dat we in de FNV niet meer werken vanuit een eigen christelijke inspiratie. Maar die christelijke inspiratie blijft volop aanwezig, wij kunnen anderen inspireren, en wij ontvangen de inspiratie van mensen met een andere levensbeschouwing, die voor ons ook van grote waarde kan zijn. Waarom zou je alleen vanuit de inspiratie van geloofsgenoten moeten werken, terwijl wij in de vakbeweging zo veel kunnen leren van de motivatie en het idealisme van anderen? De moderne vakbeweging moet vechten om werk en welzijn voor de mensen . Daar gaat het om. En in die strijd telt de macht van het getal: alleen in een groot geheel, een grote  organisatie, kunnen we voor onze mensen  opkomen.’

Hans Bronkhorst Annie Kessel
Baarn/Breda, 15 juli 1981
(Noot van de redactie: Adriana Anna Maria (Annie) Kessel is in Ginneken geboren op 6 augustus 1918. Zij is 25 maart 2000 in Breda overleden)