Het geheugen van de vakbeweging

André Amkreutz

Verborgen talenten

De meer zachte kanten van iemands persoonlijkheid komen in de harde, dagelijkse vakbondspraktijk niet gemakkelijk bovendrijven. Andere karaktertrekken voeren daar de boventoon. Bij mijnwerkerszoon André Amkreutz (Kerkrade, 1944) is dat niet anders. Goed, dé vakbondsman bij het CBS schreef dan wel al jaren gedichten, maar er waren er maar weinigen die er weet van hadden. Voor het eerst, als hij in 2006 vervroegd de dienst verlaat, ‘staat die ándere André op’. De man die zijn gevoelens en emoties uit in gedichten en beelden en daarmee – opnieuw, maar nu anders – ook anderen beroert.
Zijn portret is opgenomen in Het gezicht van de vakbeweging in Zuid-Limburg II, dat in oktober 2010 is gepresenteerd.

André Armkreuz, Dichtende vakbondsmanAndré Armkreuz, Dichtende vakbondsman

Hoge prijs

Vakbondswerk in de frontlinie vraagt vaak een hoge prijs. Altijd klaar staan voor anderen komt je thuisrelatie niet ten goede. Vooral niet als je het ook nog combineert met maatschappelijke functies in je eigen stad. Zo was André Amkreutz jarenlang voorzitter van de PvdA-afdeling Kerkrade, voorzitter van de Stichting Mensen Zonder Werk en bestuurslid bij de Stichting Gezinszorg. Ook André moet ervaren dat die combinatie moeilijk is. Zijn (eerste) huwelijk loopt op de klippen. Gelukkig is daar, nu al 25 jaar, zijn echtgenote Marij. Zij is zijn steun en toeverlaat en ook zijn muze in de kunst.

Huis voor ongehuwden

André Amkreutz is pas 18 jaar als hij al leiding geeft. Na de MULO gaat de jonge André namelijk aan de slag bij het Ministerie van Defensie als Kort Verband Vrijwilliger (KVV-er) en is na een korte opleiding sergeant bij de Verbindingsdienst. Na vijf jaar verlaat hij het leger en komt hij bij toeval in contact met Miedema, hoofd personeelszaken van het ABP, dat dan nog gevestigd is in Den Haag. Miedema heeft vertrouwen in hem en zo vertrekt André in 1968 naar het Haagse. Hij vindt een onderkomen in het ‘Haags Tehuis voor Ongehuwden’ (een ware nachtmerrie) om een half jaar later een huis aangeboden te krijgen in Oegstgeest. André is de eerste man op de personeelsadministratie. In het kader van de spreiding van de Rijksdiensten verkast het ABP naar Heerlen en strijkt André voor de eerste keer, maar niet voor de laatste keer, de zgn. spreidingspremie voor ambtenaren die gedwongen moeten verhuizen op. André krijgt hier de leiding van het project integratie Geautomatiseerde Personeels- en Salarisadministratie. 

Mijnwerkers en toetsenborden

Hij volgt vanaf 1970 de avondopleiding Personeelswerk aan de Sociale Academie in Sittard en verkast in 1974 opnieuw naar den Haag, nu als personeelsconsulent bij het CBS. Deze dienst groeit tussen 1974 en 1978 explosief van 1600 naar 3600 formatieplaatsen, omdat het CBS in het kader van de spreiding van de Rijksdiensten vanaf 1974 een vestiging in Heerlen erbij krijgt. Als hij in 1976 ook naar Heerlen wordt verplaatst, incasseert André ten tweede male de spreidingspremie.
Hij kan in Heerlen veel oud-mijnwerkers aan een baan helpen bij de dienst. “Was soms wel lachen als je zo’n oud-mijnwerker, gewend om hamer en houweel te hanteren, een toetsenbord zag bedienen. Meer dan eens werd in die dagen een toetsenbord, onder beroering van de ‘mijnwerkershandjes’, doormidden geslagen.
Menig ‘westerling’ was overigens helemaal niet blij met de energie en inzet van die nieuwe collega’s in het Zuiden. Mannen die ondergronds gewend waren de hele dienst keihard door te werken vormden voor hen een nieuw verschijnsel, soms zelfs een bedreiging.

De vakbondsman

Als André personeelszaken verlaat om chef bedrijfsbureau te worden, wordt hij actief binnen ABVA/KABO en het overleg. Hij richt een bedrijfsledengroep op en wordt voorzitter van de overkoepelende Dienstcommissie en nadien (vrijgesteld) voorzitter van de OR. Hij staat mede aan de wieg van de Departementale Ondernemingsraad (DOR) bij het Ministerie van Economische Zaken, waarmee het personeel van de afzonderlijke diensten zijn inspraak – en daarmee invloed – enorm weet te vergroten. Er volgen ware tropenjaren en niettemin ook vele fijne herinneringen. De zwaarste beproeving volgt als op 1 april 1999 minister Annemarie Jorritsma (Economische Zaken) de CBS-vestiging in Heerlen nagenoeg geheel wil sluiten en de werkzaamheden wil overhevelen naar de vestiging in Den Haag. Acties, demonstraties en zwaar overleg met de minister en de Tweede Kamercommissie voor EZ volgen elkaar in de daarop volgende maanden in ijltempo op. André weet vanaf het eerste moment de Limburgse politieke kopstukken als één man achter de zaak te krijgen en het CBS blijft voor Limburg behouden. De herinneringen aan al die  mensen die in die dagen zij aan zij met hem gestreden hebben, doen hem nog zichtbaar deugd. Zijn lieve Marij stond in die zware periode letterlijk 24 uur per dag naast en achter hem. Het is dan ook bijzonder zuur als korte tijd later de eigenlijke functie van André, beleidsadviseur, komt te vervallen en hij gedwongen wordt – opnieuw – te verkassen, nu naar Voorburg. Hij wordt hier chef personeelszaken, maar kan bij een reorganisatie in 2002 weer als senior HRM-adviseur terug naar Heerlen. Nog voordat hij in 2006 met FPU gaat, krijgt hij in 2005 op voordracht van de werkgever een koninklijke onderscheiding.

 De kunstenaar

Al op jonge leeftijd houdt André zich bezig met fotograferen en het schrijven van gedichten. Hij treedt daarmee dan niet naar buiten. Als hij met FPU is, begint hij een cursus beeldhouwen bij HEE-ART in Heerlen. Er opent zich voor hem een nieuwe wereld. Hij kan er – net als met dichten en fotograferen – zijn gevoelens en emoties in kwijt en blijkt ook anderen daarmee te beroeren. Hij bekwaamt zich vanaf 2007 verder in de beeldhouwkunst aan de Stedelijke Academie in het Belgische Genk. Hij combineert steeds vaker beelden en gedichten zoals ook te zien is op zijn eigen website: www.andre-amkreutz.nl Ook in zijn nieuwe ‘kunstenaarsbestaan’ blijft hij zich inzetten voor anderen. Zo heeft hij – samen met medekunstenaars – de Stichting Kunstkring Parkstad opgericht. De Kunstkring wil aan semi- en professionele kunstenaars een platform voor hun kunstwerken bieden. Met mannen als André Amkreutz aan het roer moet dat zeker lukken.
Opgenomen in Het gezicht van de vakbeweging in Zuid-Limburg II – oktober 2010