Het geheugen van de vakbeweging

Afgedwaald maar geen weg terug

Kees Schaepman over oudoom Herman Schaepman

Wat Abraham Kuyper was voor de Protestantse Nederlanders, was Herman Schaepman (1844-1903), voor de katholieken. Jarenlang was hij de vertegenwoordiger van het kiesdistrict Almelo in de Tweede kamer. Als priester van het aartsbisdom en later professor aan het grootseminarie Rijsenburg behoorde hij tot de generatie priesters die de katholieke kerk aan het einde van de 19e eeuw in beweging wilde brengen. Aanvankelijk was Schaepman nauw bevriend met de sociaal bewogen Alphons Ariëns, een van de oprichters in 1889 van de eerste Roomsch-Katholieke Arbeiders Vereeniging in Nederland. Maar Schaepman stoorde zich aan de harde woorden van Ariëns over werkgevers en was bovendien een voorstander van standsorganisaties, waar de vakbond ondergeschikt aan moest zijn.

Standbeeld Herman Schaepman in TubbergenStandbeeld Herman Schaepman in Tubbergen


De journalist Kees Schaepman (1946), gaat in Afgedwaald op zoek naar zijn oudoom en ook Op zoek naar een weg terug naar Rome. Hoewel hij zich al jaren geleden liet schrappen uit het kerkregister, blijft hij onherroepelijk katholiek. ‘Het zit in de genen – je zult er maar mee behept zijn.’ Zijn vader had eerder in stilte gebroken met de kerk omdat zijn huwelijk met een niet-katholieke vrouw blijkbaar niet kon leiden tot een verantwoorde opvoeding, het probleem van de zogenaamde ‘ontbrekende moederzekerheid,’ zoals dat destijds in katholieke kring werd genoemd. De definitieve breuk tussen de jonge Kees Schaepman en de kerk komt op het sterfbed van zijn vader wanneer een priester zijn vader de laatste sacramenten wil toedienen. ‘Het is beter als uw man wakker is als ik hem bedien,’ zegt de priester die aan het hoofdeind van het sterfbed staat. De ogen van mijn vader zijn gesloten, hij ziet er ontspannen uit. Maar de kerk die hem ooit verbood voor het altaar te trouwen, gunt hem nu niet de kans zo sereen uit het leven te stappen. De priester schudt mijn vader heen en weer tot hij de ogen opent en in een nachtmerrie ontwaakt. (…) Ik zie paniek in de ogen van mijn vader, hij huilt, ik ben zestien jaar oud en het is de eerste keer dat hem zie huilen. Nooit, nooit zet ik nog een voet in de katholieke kerk, neem ik mij op dat moment voor.’ Het loopt anders.

Tubbergen

Het gigantische standbeeld van zijn oud-oom in Tubbergen mijdt hij jarenlang. In een interview met het radioprogramma OVT spreekt hij over ‘een angstige makende man met stierennek en gebalde vuist.’ Mei 1968 is voor Schaepman zoals voor velen van zijn generatiegenoten, een keerpunt. Hij verblijft in Parijs en maakt mee hoe de verbeelding de macht grijpt. Aan Parijs houdt hij een nieuw geloof over. ‘Alles wordt anders! Maar vraag me niet hoe!’ Het is dwepen met de revolutie, de bevrijding van Angola en met ‘de martelaar van de linkse kerk’ Che Guevara. Dat brengt hem in gedachten ook weer bij zijn oudoom en zijn vader. Een kistje dat hij van zijn vader erfde, bleef  jarenlang ongeopend, brengt hem via indrukwekkende documenten met veel lakstempels en een biografie van Jules Persyn over de oude Schaepman weer terug in Tubbergen want ‘ik wil meer weten, over mijn familie, over Tubbergen en over het geloof dat zich als een virus in mijn merg heeft genesteld.’ Uit de kist met correspondentie komen o.a. brieven en brochures te voorschijn van pater Wouter Lutkie, bewonderaar van Mussolini en Arnold Meijer, de katholieke leider van het fanatiek fascistische Zwarte Front. Ook zij waren dwepers en de wegbereiders van een nieuwe tijd waarin alle macht in de handen van God zou komen te rusten en ‘niet langer zijn overgeleverd aan de nukken van een ‘hersenloos electoraat’, aldus Lutkie.

Veel mogelijk

Bij de speurtocht naar oudoom Schaepman wordt ‘de man met de stierennek en gebalde vuist’, in de ogen van de auteur van het boek ‘een steeds leukere man die er in slaagde de grondslag te leggen voor een christendemocratische partij. Hij was een rotsvaste katholiek van pauselijke onfeilbaarheid tot Maria’s Onbevlekte Ontvangenis maar verder politiek heel begaafd, bijvoorbeeld in het sluiten van coalitie met Kuyper. ‘En hij was een vechter’.

Obsessie

In gesprekken met pastoor Nijland van Tubbergen leert hij dat er ‘binnen de kerk veel mogelijk is’. (…) ‘Over wat je moet geloven, reppen de vijf geboden met geen woord. Heb jij bijvoorbeeld moeite met Lourdes? Geen enkele probleem.’ Na afloop rijdt hij via een Mariakapelletje terug naar Duitsland waar hij woont en concludeert geen millimeter te zijn opgeschoten. Kees Schaepman verwoordt de paradox van zijn zoektocht zelf het beste: ‘Mijn leven lang heb ik me afgezet tegen een autoritaire kerk die blinde gehoorzaamheid van mij eiste. Nu diezelfde kerk me een zee aan ruimte biedt om mijn geloof op mijn eigen manier in te vullen, verlang ik terug naar de strakke regels uit mijn jeugd. Moet ik dan, verdomme, alles zelf maar oplossen?’ Zijn vrouw Mieke noemt het ‘een obsessie’.
Kees van Kortenhof
December 2014
Kees Schaepman,  Afgedwaald. Op zoek naar een weg terug naar Rome, 144 pagina’s, Walburg Pers, september 2014, prijs € 19, 95