Het geheugen van de vakbeweging

Joannes Aengenent:
Roomsch socioloog en sociale bisschop

aengenent-erik-sengers
Omslag boek Erik Sengers – Joannes Aengenent, Roomsch socioloog en sociale bisschop

Bisschop Joannes Aengenent (1873–1935) was een ‘rooms socioloog’ en volgens de auteur, de politicoloog en theoloog Erik Sengers is hij een enigszins vergeten voorman van het sociale -katholicisme in het interbellum. Aengenent speelde een grote rol bij de in 1903 opgerichte Katholieke Sociale Actie als adviseur, censor, moderator, spreker en bestuurder. De KSA zocht naar katholieke antwoorden op sociale vragen mede om zo de invloed van de socialisten in te dammen. De beweging was een concrete reactie op de verschijning in 1891 van de encycliek Rerum Novarum. ‘Het economisch liberalisme moest’, aldus paus Leo XIII ‘worden ingetoomd.’

Modernisten-eed

Het grootste deel van zijn leven was Aengenent leraar, op het kleinseminarie Hageveld en als professor op het grootseminarie Warmond. Het was de tijd dat het katholicisme in Nederland zich opende naar de samenleving en de wereldkerk zich afvroeg hoe en of het geloof kon worden aangepast aan de moderne tijd. Die omslag leidde tot de zogeheten modernistenstrijd die ook de docent Aengenent op Warmond raakte. De orthodoxe paus Pius X (1903-1914) wilde in zijn strijd tegen o.a. het liberalisme de mensen weer tot God brengen en dat betekende tot gehoorzaamheid aan de kerkelijke hiërarchie. Vanaf september 1910 moesten alle priesters een modernisten-eed afleggen. Voorman van het integralisme in Nederland was de Haarlemse priester Thompson, hoofdredacteur van De Maasbode. Hij startte een campagne tegen drie docenten van Warmond die uiteindelijk het veld moesten ruimen.

Onderdeel van de modernistenstrijd was een discussie over de interconfessionele vakbeweging tijdens de katholieke sociale week in 1911 in Maastricht. Die twist leidde uiteindelijk tot het aftreden van hoofdredacteur Geurts van het katholieke dagblad De Tijd en voorstander van deze interconfessionele vakbeweging, zoals bepleit door de Limburgse priester Poels. Aengenent bleef tijdens deze campagne buiten schot omdat hij op steun kon rekenen van de Haarlemse bisschop Callier. Sengers noemt nog andere redenen waarom Aengenent werd gespaard. Hij was theologisch conservatief en stelde geen dogmatische zaken aan de orde. En misschien had bisschop Callier hem nog hard nodig vanwege zijn leidende in de Katholieke Sociale Actie, samen met de politicus P.J.M.  Aalberse, een persoonlijke vriend en later de eerste Minister van Sociale Zaken. Daarnaast had de integralist Thompson zijn hand overspeeld en moesten de aartsbisschop en invloedrijke persoonlijkheden in Rome niets hebben van het integralistisch programma en vonden zij de ontwikkeling van de Katholieke Sociale Actie te belangrijk om het door een campagne te laten vallen, alhoewel ook Aalberse in die campagne werd afgeschilderd als modernist en socialist.

Stand en vak

Aengenent speelde een grote rol in de discussie over de juiste organisatie van de arbeiders waarbij de vraag centraal stond hoe het kapitalisme kon worden beteugeld, hoe de stem van de arbeiders kon worden gehoord, en hoe (vanuit katholiek-christelijk perspectief) de sociale kwestie kon worden opgelost. Aengenent was aanvankelijk een groot voorstander van het middeleeuwse organisatieprincipe waarbij de arbeiders zich op basis van hun beroep aaneensloten. Zo zouden ze sterk genoeg zijn om weerstand te kunnen bieden aan de werkgevers en dan kon hun stem in de politiek doorklinken. In de geschiedschrijving gaat Aengenent door als een voorstander van de standsorganisaties (de Leidse School) en een verdediger van de kerkelijke autoriteiten. Hij wordt dan tegenover de vakorganisatiegedachte van priester Alphons Ariëns geplaatst. Bovendien was Ariëns in Twente ook nog eens actief in de interconfessionele textielarbeidersbond, waarvan de bisschoppen later het lidmaatschap zouden verbieden. Volgens Erik Sengers is dat een vertekening van de werkelijkheid. Het is juist dat Aengenent voor strikte katholieke organisaties was maar hij benadert dit probleem niet strikt restrictief. In de ogen van Aengenent  waren de leken de dragers van het christelijk ideaal van naastenliefde en rechtvaardigheid in de samenleving, de economie en de politiek. Dat is een bredere aanpak dan de vraag of de Leidse of Limburgse School het bij het rechte einde had. Beide scholen hadden, aldus Sengers in 1916 al verloren toen de bisschoppen een overduidelijke voorkeur bleken te hebben voor standsorganisaties die katholiek waren en via de vijf diocesen werden georganiseerd.

Moeizame weg

aengenent-omslag-katholieke-illustratie
De Katholieke Illustratie met een artikel over mgr Joannes Aengenent

In hoofdstuk 4 van het boek van Erik Sengers wordt aan de hand van veel en rijk bronnenmateriaal beschreven hoe dat bisschoppelijk besluit uiteindelijk werd genomen en hoe onder katholieken de discussie vele jaren op het scherpst van de snede gevoerd werd. De motor voor deze discussie was de verschijning in 1891 van de encycliek Rerum Novarum maar in de vijf bisdommen die Nederland toen kende, waren vaak zeer uiteenlopende initiatieven ontstaan die in elk bisdom beschermd en gekoesterd werden. In Amsterdam kende men bijvoorbeeld sinds 1888 de RK Volksbond, opgericht door sigarenwinkelier Willem Pastoors. De bond was een gemengde organisatie van werklieden en kleine burgers. Binnen de bond werden de lagere standen gecontroleerd door de hogere standen, geheel in de lijn van de behoudende Haarlemse bisschop Bottemanne. In 1906 vormden dit type organisaties de landelijke Federatie van Diocesane Volksbonden. Ariëns had in 1889 de Roomsch-Katholieke Werkliedenvereeniging opgericht, gericht op zelfwerkzaamheid van de arbeiders en bedoeld als een zuivere arbeidersvereniging. En in Roermond was aalmoezenier Poels actief o.a. in de interconfessionele mijnwerkersbond. Hij zag de standsorganisatie meer als zedelijk, religieus en cultureel instrument en legde de nadruk op de vorming en scholing van de werkman. Deze Limburgse School verweet de Leidse School te economisch te opereren en daardoor het eigen belang aan te wakkeren waardoor de sociale harmonie in gevaar zou komen.

Nationaal

Een ander twistpunt was de vraag voor of tegen nationale vakorganisaties. Standsorganisaties in Limburg waren meer binnenkerkelijk en functioneerden onder het gezag van de lokale bisschop. Volgens de Leidse School remde dat hun nationale werkzaamheid af. Ze zouden immers krachtig en dus landelijk moeten onderhandelen met werkgevers en politiek. Toen dook ook de vraag op naar de rol van de geestelijk adviseur en de invloed van de kerk in de vakbeweging. Ariëns maar ook de Limburgse School vonden het gevaarlijk als deze adviseur zou meespreken in economische zaken. Aengenent was voor de rol van een adviseur omdat deze zou kunnen meespreken wanneer godsdienstig-zedelijke aspecten een rol speelden in de economische zaken. De discussie nationaal of diocesaan kwam in 1905 weer terug toen het socialistische NVV werd opgericht. Als reactie kwamen de katholieken met het RK Vakbureau. Ook de kwestie van het confessioneel karakter van de lidverenigingen kwam weer terug en centreerde zich rond de textielbond Unitas in Twente. Uit de briefwisseling van Aengenent met direct betrokkenen zoals kapelaan Bauer, een vriend van Ariëns blijkt dat de toenmalige bisschop van Utrecht, Mgr. Van de Ven geen moeite had met een permanente federatie met de protestanten en ook kon leven met een gemeenschappelijke weerstandsklas en een gemeenschappelijk vakblad. CNV-voorzitter Stins laat dan weten de federatieve samenwerking in Unitas te willen verstevigen wat weer leidde tot een scherpe uitval van Aalberse. Naarmate het proces langer duurde, nam ook de prikkelbaarheid bij betrokken partijen toe. Unitas kwam in 1906 in congres bijeen maar nam geen besluit over de reorganisatievoorstellen van de bisschoppen. Dat uitstel was mede ingegeven door een Duits congres dat een dag eerder had plaats gevonden en dat de interconfessionele organisatie voor alle aangesloten bonden verplicht stelde. In augustus 1907 verwierp Unitas het reorganisatievoorstel. De bisschoppen lieten daarop weten dat het katholieke organisaties voortaan verboden was lid te zijn van Unitas.

Polder

De geschiedenis van de katholieke vakorganisatie is tientallen jaren getekend door de tweedeling ‘stand of vak’ en bleek een bron van talloze conflicten. De vakbondslijn wint aan kracht, zeker nadat Pieter Aalberse in 1919 de Hoge Raad van de Arbeid opricht, bedoeld om werkgevers en werknemers dichter bij elkaar te brengen en sociale wetgeving te centraliseren. Het RK Vakbureau wordt dooor hem uitgenodigd maar o.a. in bisschoppelijke kringen wordt gepleit voor deelname van de Federatie maar Aalberse verhindert dit. In de Hoge Raad zitten o.a. de sociaaldemocraat Floor Wibaut, de liberaal Treub, de linkse socialist Sneevliet en de ondernemers Stork en Philips maar ook Joannes Aengenent. Hij pleitte er voor het sluiten van CAO’s, een wet op de arbeidsduur, de Invaliditeitswet en een verbetering van de ouderdomsverzekering. Erik Sengers noemt Aengenent daarom een van de grondleggers van het veelbesproken poldermodel en constateert spijtig dat hij  ‘daarmee zelden in verband wordt gebracht’.

Kees van Kortenhof

Besproken boek

Erik Sengers -Roomsch socioloog – sociale bisschop verscheen bij Uitgeverij Verloren. Prijs €29, 292 pgs, ISBN 978 90 8704 574 6.

De auteur Erik Sengers (1971) publiceert vanuit sociologisch, historisch en theologisch perspectief over vraagstukken rond religie en samenleving/kerk en staat, volkskerken in Nederland en Europa, kerkopbouw, christelijk sociaal denken en caritaswetenschap. Behalve het thema over de organisatie van de arbeiders en het economisch leven, gaat hij in dit proefschrift ook in op andere debatten waar Aengenent een belangrijke rol in speelde, zoals dat over oorlog en vrede, psychologie, sociologie, het vrouwenvraagstuk, het jeugdwerk en zijn veroordeling in 1932 van het nationaal-socialisme.

Lees verder

Jeroen Sprenger: Rerum Novarum, 125 jaar pauselijke encycliek schudt katholieke arbeiders wakker

De geschiedenis van de katholieke arbeidersbeweging, 1888-1914