Het geheugen van de vakbeweging

Adri de Boon

Adri de Boon is in 1912 in Sliedrecht geboren. Zijn vader sterft jong, zodat zijn moeder nog voor haar 20ste weduwe is. Om in haar levensonderhoud en in die van haar twee zoons te voorzien begint ze een kruidenierswinkeltje annex groentezaakje. De groente komt uit eigen tuin. Uit het twee-de huwelijk van zijn moeder met een sleepbootkapitein stammen nog zes kinderen.

Adri de BoonAdri de Boon

Al op tienjarige leeftijd verlaat De Boon, op advies van de huisdokter, de lagere school. Hij werkt in de groentetuin en vent met aardappelen, groenten en fruit. In Sliedrecht is het baggeren zo overheersend, dat vrijwel elk gezin wel iemand in de ‘bagger’ heeft werken. Na als knechtje op een zeilend binnenschip te hebben gewerkt, komt hij eerst als kok en later als dekknecht op een baggermolen en werkt een aantal jaren aan de Zuiderzeewerken. De werktijden zijn lang en slechts éénmaal in de vier weken is er een vrij weekend. De Boon is vanaf die tijd lid van de bond. In de crisisjaren, waarin bijna geheel Sliedrecht werkloos is, wordt De Boon actief. Hij doet van alles: bestuur SDAP-afdeling, bestuur Vrijdenkersvereniging, propaganda materiaal verspreiden en leden winnen voor de bond. In 1937 gaat De Boon naar de kaderopleiding van de bond in Avegoor en volgt hij daarna de opleiding aan de Troelstraschool. In WO II verzorgt hij illegale nieuwsberichten. Direct na de bevrijding werkt De Boon mee aan het heroprichten van de Transportarbeidersbond in Sliedrecht. Al snel valt hij op en wordt gevraagd om bezoldigd bestuurder te worden. Hij durft het niet aan en ziet er vanaf. Later dat jaar treedt hij in dienst van de bond als assistent van het hoofdbestuur. Zijn carriëre in de CBT gaat dan snel: via penningmeester en algemeen secretaris is hij al spoedig 2e voorzitter. De Boon zal in zijn werkzaam leven veelvuldig betrokken zijn bij arbeidsconflicten. De eerste is die van de baggeraars in Zeeland. Het College van Rijksbemiddelaars heeft de cao afgekeurd vanwege een loonsverhoging van f3,00 per week. De stakingsbereidheid onder baggeraars is hoog. Het kabinet Drees bemoeit zich er mee en dreigt de bond en de baggeraars via de media zwart te maken. Zij immers laten het verdronken land in Zeeland in de steek. De CBT durft niet tegen het kabinet in te gaan en last de staking af. De Boon krijgt de onaangename taak dat aan de leden uit te leggen. Het lukt hem en hij krijgt zelfs een unaniem besluit. Later slaagt hij er ook in de loonsverhoging los te peuteren, zij het in de vorm van een voedseltoeslag. Als in 1954 de zogenaamde bedrijfstakgewijze organisatie wordt ingevoerd en het NVV wordt gereorganiseerd verhuist De Boon mee met de zeevarenden en vissers naar de Centrale van Zeevarenden. In de visserij maakt hij een paar stakingen mee waaronder een staking van zeven weken in 1964. In 1964 zegt hij ja, na een eerdere weigering, tegen een zetel in het verbondsbestuur van het NVV. Hij heeft de portefeuille: loonpolitiek. De Boon schuwt de confrontatie niet en is op zijn best bij arbeidsconflicten. Zo bemiddelt hij o.m. bij de bouwstaking in 1969 en onderhandelt hij in 1970 in de havenstaking. De Boon die een ‘eeuwige tweede’ voorzitter lijkt te zijn wordt een tijdlang voorzitter van het NVV als Harry ter Heijde plotseling opstapt. Op zijn eigen karakteristieke wijze leidt hij het NVV door de bestuurlijke crisis en is zo de wegvoorbereider voor het succesvolle voorzitterschap van Wim Kok. In 1975 gaat De Boon met pensioen.