Het geheugen van de vakbeweging

Affiche herdenking discussie over de revolte van 1968, 26 mei 2018

Dwarsligger

1968 – Een veelbewogen jaar

Studenten en arbeiders de straat op

 

Van Sorbonne naar Maagdenhuis

“In mei 1968 zetten Franse studenten Parijs op zijn kop – een schreeuw om inspraak die over de hele wereld nagalmde. Naast de Sorbonne vormde en vormt ook het Maagdenhuis een (strijd)toneel voor academisch activisme”, lezen we in een folder bij een herdenkings-/activismeprogramma in de Waalse Kerk in Amsterdam op zaterdag 26 mei 2018. Een bijzondere bijeenkomst, al was het alleen maar om de befaamde journalist over Midden- en Zuid-Amerika, Italië en China Jan van der Putten (1941) eens te ontmoeten, die deze avond als moderator de taak had om zowel in het Nederlands als het Frans de zaal en de panelleden bij elkaar te houden. Hij studeerde klassieke letteren in Leiden en Parijs en was in mei ’68 correspondent van het dagblad De Tijd.

Vijftig jaar na “Mei ’68”.

Mei 1968, Parijs, rellen van arbeiders en studenten

De studentenopstand in de Franse hoofdstad staat symbool voor het verzet tegen het gezag, de roep om democratie, het verlangen naar vrijheid en uitingen van creativiteit. De verbeelding moest aan de macht komen. Het is dit jaar op vele plekken herdacht en gevierd. Met ouderen van toen en jongeren van nu die met nieuw revolutionair elan de strijd voortzetten. Nederland liet een jaar later van zich horen. Eind april 1969 bezetten honderden studenten de Economische Hogeschool van Tilburg, die ze naar de geest van die tijd omdoopten in Karl Marx Universiteit. De bezetting werd na tien dagen opgeheven toen de hogeschoolleiding liet weten aan de eisen voor inspraak tegemoet te zullen komen. De eerste bezetting van het Maagdenhuis duurde vijf dagen. Het begon op 16 mei 1969, op 21 mei werden de studenten er ‘s-ochtends om 9 uur hardhandig door de politie uit verwijderd. Communistische bouwvakkers hadden de studenten met het aanleggen van een loopbrug gesteund. Dat leverde de CPN krediet op in de studentenvakbeweging en verbond studenten met arbeiders. Wat leeftijd betreft had ik aan de Maagdenhuisbezetting in 1969 kunnen deelnemen, maar ik heb de schade tien jaar later bij de tweede bezetting kunnen inhalen.

Popmuziek van 1968

De media stonden/staan vol over mei ‘68. Nostalgische, journalistieke en historisch-wetenschappelijke terugblikken. Het is een duiding van de ervaringen en beleving in die revolutionaire maand in Parijs en de gevolgen en de romantisering ervan daarna. Wat aanspreekt is dat studenten en arbeiders samen optrekken en de Franse samenleving op haar grondvesten doet schudden.  Op 6 mei begonnen als een actie van duizenden studenten bij de Sorbonne is het twee weken later op 23 mei uitgegroeid tot een massa van 10 miljoen stakende arbeiders. De Nederlander die er in Parijs als journalist, toeschouwer of deelnemer toevallig bij was heeft een blijvende status gekregen. Het schouwspel in Frankrijk is in ons land wekenlang muzikaal passend begeleid door Congratulations van Cliff Richard; als nummer 1 van de Top40 van de Hitlijst op 25 mei 1968 opgevolgd door Lazy Sunday van de Small Faces. Congratulations klinkt wat zoetig, I Can’t Get No Satisfaction van de Rolling Stones (1965) past wat mij betreft beter bij de opwindende sfeer van die dagen. Revolution van de Beatles komt in augustus 1968 uit. Nederland gaat uit zijn dak wanneer Jan Janssen op 21 juli de Tour de France wint en Nederlandse atleten in oktober op de Olympische Zomerspelen in Mexico ook nog drie gouden medailles binnenslepen. Wat breder dan Frankrijk in de maand mei zijn de beschouwingen over het wereldwijd zeer roerige jaar 1968. Mark Kurlansky heeft dat wereldschokkende jaar tot leven geroepen in 1968. Het jaar waarin alles anders werd (2004). Dat iconische jaar kunnen we weer inbedden in de culturele, sociale en politieke erfenis van het hele decennium.  De historici Hans Righart en James Kennedy analyseren en beschrijven in respectievelijk De eindeloze jaren zestig en Nieuw Babylon in opbouw de Nederlandse samenleving. Genoeg te lezen dus over die periode. Op de website Het geheugen van de vakbeweging sinds 15 maart 2018 nog een artikel over de befaamd geworden rede van  Jan Mertens over wat als “De tweehonderd van Mertens” de geschiedenis is ingegaan.  Maart 2018 verblijdt de Utrechts hoogleraar Geert Buelens ons bovendien met een overrompelende cultuurgeschiedenis over de jaren zestig. Eveneens kort geleden verschenen:  Roel Janssen, 1968. `You say you want a revolution`.

Matroos Peer

We blijven dicht bij de arbeidsverhoudingen en de vakbeweging in Nederland in 1968. De leeftijd in aanmerking genomen. Wat deed u in1968? Wat mijzelf aangaat. Het jaar 1968 is in mijn geheugen blijven hangen. Vanwege de muziek natuurlijk met de Rolling Stones en de Beatles voorop, maar er was meer. In 1967 had ik de MULO in Zevenaar afgerond en het avontuur gezocht door als matroos bij de Koninklijke Marine het ruime sop te kiezen. Had ik alles van tevoren geweten dan was ik in 1967 natuurlijk al meteen afgereisd naar Parijs om er desnoods onder bruggen te slapen en als bordenwasser mijn brood te verdienen. Op mijn vijftiende tekende ik echter voor een dienstverband van zes jaar bij de marine in de hoop wat van de wereld te zien. Goedkope chartervluchten naar verre exotische landen had je toen nog niet. Een jaar ervaring bij deze baas was voldoende om me ervan te overtuigen dat ik er verstandig aandeed na verloop van tijd mijn heil ergens anders te zoeken. Van de dagelijkse gespreksonderwerpen in mijn werkkring – vrouwen, drank, voetballen en auto’s – had ik geen verstand. Als vanzelf krijg je dan meer oog voor wat zich daar buiten in de burgermaatschappij afspeelt. Alleen al de belangstelling voor iets buiten de directe leefwereld van de meeste matrozen en officieren maakte je in de geïsoleerde gemeenschap van kazerne en schip tot een vreemde eend in de bijt, bijna tot een communist. In dit verband belangrijk. Ik werd net als al mijn jonge collega’s meteen vakbondslid gemaakt; en wel van de VBZ, de Vereniging van Beroepsschepelingen bij de Zeemacht. De VBZ was min of meer de opvolger van de veelbesproken sociaaldemocratische Matrozenbond, waarover ik in 1997 Daar komen de Jantjes. Uit de geschiedenis van de Matrozenbond 1897-1933 schreef, uitgeven door de VHV. Maar dat kon ik in 1968 nog niet voorzien.

Richard Nixon in een van de vele cartoons over zijn Vietnam-beleid

De dramatische taferelen uit deze periode worden vaak herhaald op de televisie. De oorlog in Vietnam, de gevechten bij de Democratische Conventie in Chicago, Johnson die zich niet meer verkiesbaar stelde als president, de schurkachtige Nixon, toen al bekend als Tricky Dicky, de moord op dominee Maarten Luther King en presidentskandidaat Robert Kennedy. De Praagse Lente, het Sovjetleger dat Tsjecho-Slowakije binnenviel. De bloedig neergeslagen opstanden van de studenten in Mexico die de Olympische Spelen aangrepen om op het repressieve klimaat in hun land te wijzen. Zwarte Amerikaanse atleten brachten het Black Power Saluut ter veroordeling van de rassendiscriminatie in de Verenigde Staten. De zich net vrijgevochten landen in Afrika protesteerden als eerste tegen het apartheidsbewind in Zuid-Afrika.

Buitenlandse gasten

We nemen een kijkje op de arbeidsmarkt in Nederland van 1968. Ik put daarbij onder andere uit het knipselarchief van de in 2000 overleden Maarten de Groot (graficus, CNV-er) en een in 2004 door mij gepubliceerd verhaal in Solidariteit. In 1968 telde  Nederland zo’n dertien miljoen inwoners, het zijn er nu ruim zeventien miljoen. De eerste scheurtjes werden zichtbaar in het verzuilde huis. Minister-president Piet de Jong was een rustige, nuchtere ex-marineman, die in de Tweede Wereldoorlog als commandant van een onderzeeboot over de wereldzeeën had gevaren. 1 januari 1968 was een koude dag, de temperatuur lag tussen de  -2,1 graad Celsius en 2,3 graad Celsius. Het zou een heet jaar worden. De voorpagina van De Waarheid Het Volksdagblad voor Nederland van dinsdag 2 januari 1968. Onder de kop Conflict een lang redactioneel commentaar op de vastgelopen cao-onderhandelingen in de havens. Verder: Amerika beperkt investeringen in buitenland.

Anti-Vietnam demonstratie

Het belangrijkste artikel heeft als kop: Nieuwjaarsboodschap van president Ho Tsji Minh: Nog meer overwinningen in 1968! Bevrijdingsfront controleert viervijfde van Zuid-Vietnam. Als er iets is geweest wat een hele generatie politiek heeft beïnvloed dan is het wel het bloedige Amerikaanse optreden in Vietnam geweest. Jarenlang werd het journaal dagelijks geopend met het zoveelste Amerikaanse (napalm)bombardement op een dorp ergens in Vietnam en stonden de kranten vol met oorlogstaferelen in dat land. Het kon niet anders dan dat de burger daardoor wanhopig en woedend werd, als vanzelf leidend tot politieke bewustwording.  Zelf heb ik een paar jaar voor de marine in de Verenigde Staten gezeten, waar ik in contact kwam met leeftijdgenoten die in Vietnam hadden gevochten en er als absolute tegenstander van de Amerikaanse oorlogvoering waren teruggekeerd. Het leidde ertoe dat ik in Washington D.C. mee demonstreerde tegen de oorlog en net terug in Nederland deelnam aan de demonstratie in Utrecht op zaterdag 6 januari 1973. Niet in uniform overigens, want dan zou ik meteen zijn opgepakt. Genoeg hierover verder.

Trouw van 21 februari 1968 met de kop CNV-advies na loze beschuldigingen: Geeft werkschuwe werklozen direct aan. Hierin lezen we dat de werkgevers er beter aan doen namen van werkschuwe werklozen terstond door te geven aan de arbeidsbureaus in plaats van ongemotiveerde en generaliserende beschuldigingen te spuien aan het adres van ‘de’ werklozen, als zouden dezen in het algemeen liever lui dan moe zijn. Het CNV is van oordeel dat tegen dat laatste een klemmend protest op z’n plaats is!

Wat lezen we onder Werkloosheid en toch buitenlanders in het Grafisch Orgaan van 22 februari? Op 15 december 1967 is het aantal buitenlanders op de totale beroepsbevolking in ons land minder dan 1,5 procent. In totaal zijn er 72.141 buitenlanders in Nederland werkzaam, waarvan 63.098 mannen en 9.043 vrouwen. In Amsterdam wonen 2.150 Marokkanen en 820 Turken, in geheel Nederland 11.404 Marokkanen, 9.962 Turken, 10.588 Spanjaarden, 7.765 Italianen, enzovoort. De demografische gegevens zijn een halve eeuw jaar later heel anders. Nu tellen we onze gasten van ver weg niet meer in duizendtallen, maar in de honderdduizenden. Amsterdam is een thuis geworden voor 180 nationaliteiten met een knappe, inspirerende vrouwelijke burgemeester.

Woon-werk verkeer

Tegenover de reislust van arbeiders uit de landen rondom de Middellandse Zee stond de tegenzin naar de Randstad te trekken van werklozen uit het noorden, oosten en zuiden van ons land. Het Algemeen Dagblad van 14 september ontsluiert de bezwaren. Het is zo ver en zo duur, de geïnterviewde is gehecht aan het eigen huis en de eigen streek en het is een heel ander volk daar in het westen, “ze werken te veel met hun ellebogen”. Het is zo druk en zo vol, “ik ga dood als ik twee of drie hoog in een huis moet wonen waar ik niet omheen kan lopen”, zegt een Friese werkloze, “ik kan niet knutselen op een bovenwoning”. Er is ook angst voor het verkeer, “het is veel te gevaarlijk met die busjes”, aldus een Brabantse werkloze.

De Telegraaf had in een redactionele beschouwing Hete brij (18 juli 1968) al eerder zijn verbazing uitgesproken over de overtrokken bezwaren van veel werknemers over het woon-werk verkeer: “Als in de Randstad vele tienduizenden werknemers er geen bezwaar in zien dertig kilometer en meer van hun woonplaats te werken, dan klopt er iets niet in Tilburg en andere plaatsen, waar vrij geringe afstanden een beletsel blijken te zijn om elders werk te aanvaarden.” Wat verderop: “Voor de gemeenschap als geheel is het moeilijk te aanvaarden, dat jaarlijks vele, zeer vele miljoenen guldens zonder enige tegenprestatie worden uitgekeerd, als deze tegenprestatie op redelijke voorwaarden geleverd zou kunnen worden.”

Talrijke artikelen getuigen van de zorg om het werkloosheidsvraagstuk. Enkele koppen. Hervormd Nederland: Werkloosheid in Oostelijk Groningen, Hervormd Amsterdam Kerk en Werkloosheid. Kan kerk iets constructiefs doen?, de Volkskrant: Noorden krijgt helft werkloosheidspot en Dr Kohnstamm op Noordelijke dag: Beter onderzoek naar achtergrond werklozen. Bekend in de oren klinkt het beklag van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO): Looneisen van veel werklozen te hoog (Trouw, 28 september 1968). Maar het gaat niet alleen om irreële looneisen. In de hoofdstad is er een groep die door een onaangepast gedragspatroon – zoals bizarre kleding, baard en haardracht – niet aan de slag kan komen.

In 2018 zijn we in Nederland moreel al zover gezakt dat (gehandicapte) werknemers onder het minimumloon moeten werken en voor een aanvulling bij de gemeente kunnen aankloppen. Daar staat tegenover dat het uiterlijk op de werkplek minder zwaar meeweegt, het lijkt bijna een aanbeveling om als een getatoeëerd kunstwerk rond te lopen.

Gevaar opdringend humanisme

Had je werk, dan was het ook niet altijd gemakkelijk, meldt Dr. J.W.H. Kalsbeek (directeur van het Amsterdamse TNO laboratorium voor ergonomische psychologie) in zijn proefschrift “Mentale belasting” dat hij opdroeg aan de “moderne overbelaste mens”. Trouw van 17 september wijdt er een hele bladzijde met een brede kop aan: Veel mensen overbelast. Ergonomen onderzoeken – en stuiten op ongezonde situaties. We pikken er een enkel puntje uit. De promovendus wijst erop dat mensen op hun werk overstroomd worden met informatie en dat die stroom in hun vrije tijd rustig verder gaat, “De televisie, allerlei hobbies, een groot deel van de vrijetijdsbesteding vormt op zichzelf al weer een mentale belasting. Kalsbeek vindt het vreemd dat zoveel mannen mentaal als het ware boven hun stand leven, terwijl hun vrouwen thuis meer fysiek belast zijn, maar geestelijk duidelijk onderbelast worden. De aanbeveling van de hooggeleerde heer is dan ook dat een wat betere werkverdeling vanuit ergonomisch standpunt uitermate wenselijk is.

De Volkskrant van vrijdag 3 mei 1968: Studiebijeenkomst NKV: Eén vakbeweging sterk verdedigd. “Confessionele binding overbodig”. De Telegraaf, 26 juni: Vakbeweging: geldzorgen en minder leden. Trouw, 10 augustus: Uit enquête van NVV blijkt: Meerderheid wil één vakcentrale. Alkmaarsche Courant, 29 augustus: Vakbeweging gaat toestand in Oostenrijk bestuderen. Krijgt Nederland één grote organisatie? De Volkskrant, 22 oktober: Voorzitter Brussel van St Eloy: Vakbeweging moet los van gevestigde orde. Leidinggeven aan vernieuwen maatschappij. De Telegraaf, 5 november: Jeugd loopt uit de vakbeweging.

Het CNV koestert de eigen identiteit en is wat voorzichtiger in uitlatingen over vakbondseenheid. Op een studieconferentie komen professoren aan het woord. Roscam Abbing vindt het pijnlijk “dat wij vaak veel dichter bij het NVV staan dan bij het verbond van christelijke werkgevers, terwijl we er zo geweldig de nadruk op leggen dat we vanuit het evangelie denken”. Hij erkent dat de noodzaak van een apart CNV onduidelijker is geworden. Alhoewel tegenstander van een fusie met NVV en NKV pleit hij wel voor een vergaande vorm van samenwerking. Professor Troost is van mening dat de christelijke vakbondsmensen zich moeten wapenen tegen het opdringende humanisme. We lezen dat hij opwekt tot meer bezinning op de Goddelijke roeping van de mens binnen het CNV, dat eveneens meer moet doen aan de vorming van de persoonlijke en gemeenschappelijke arbeidsmoraal.

De financiële redactie van De Telegraaf van 15 mei 1968 zet in een lang verhaal uiteen dat de besturen van de Nederlandse ondernemingen binnenkort te maken krijgen met strengere voorschriften ten aanzien van de inhoud, controle en publicatie van de jaarrekening der onderneming. “De jaarrekening moet een zodanig inzicht geven, dat een verantwoord oordeel over de financiële positie van de onderneming kan worden gevormd.” W. Bruynzeel, tweede voorzitter van het VNO, vindt het “een redelijk wetsontwerp”, maar we moeten “NU NIET GAAN DOORHOLLEN”. Hij zag kennelijk de bui al hangen.

De Tweehonderd van Mertens

Jan Mertens schrijft in zijn autobiografie Mijn leven als vakbondsman en politicus over de enorme publiciteit naar aanleiding van zijn op 19 oktober 1968 in Sneek gehouden lezing ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het NKV-district Friesland. Bij die gelegenheid werd het begrip de Tweehonderd van Mertens geboren, waarmee hij wilde zeggen dat de economische macht in ons land bij een vrij kleine groep van ongeveer tweehonderd personen berustte. Bij die speech speelde voor Mertens ook de onrust aan de universiteiten een rol. De vervlechting van curatoren van hogescholen en universiteiten met grote ondernemingen en het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad (SER) werd door hem te eng gedacht. Wat is er in dit opzicht veranderd sinds 1968? Bij het lezen van Mertens boek moest ik even denken aan de voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam in 2015. Zij kan bogen op een lange lijst van allerlei functies, waaronder dat van voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Royal Schiphol Group en het lidmaatschap van de SER. Hoeveel tijd blijft er dan over om de hoofdfunctie adequaat te kunnen uitvoeren? De Maagdenhuisbezetting leidde tot haar vertrek als voorzitter van het CvB. Mertens zou er niet van hebben opgekeken.

De Volkskrant, voorpagina 5 december 1968

Voorpagina van de Volkskrant van donderdag 5 december 1968: WERKLOOSHEID FLINK GEDAALD, Tien miljoen voor Shell van rijk, en STUDENTEN EISEN MINISTER OP. Het laatste kwartaal is de economie wat aangetrokken met gunstige effecten voor de werkgelegenheid. Met de financiële bijdrage, lees ons belastinggeld, wordt Shell overgehaald zich te vestigen in Moerdijk. Het kapitaal dient voor grondaankoop en het bevaarbaar maken van de Dordtse Kil voor schepen tot 20.000 ton. Op een mooie foto zien we minister Veringa tijdens de lunchpauze op woensdag 4 december in debat met studenten in de Oudemanhuispoort.  Een paar uur later demonsteren studenten onder leiding van Asva-voorzitter Paul Verheij in de binnenstad en overhandigen de minister in het Maagdenhuis een eisenlijst. Deze acties tonen aan dat de Maagdenhuisbezetting enkele maanden later niet plotseling uit de lucht kwam vallen, maar een voorgeschiedenis had.

We gaan staken

De Telegraaf, 12 december 1968

De organisatiegraad was in 1968 hoog, 38%. De werknemers en hun bonden konden toen een vuist ballen en er mee slaan. Vijftig jaar later is de arbeidsmarkt zo geflexibiliseerd dat de organisatiegraad is gehalveerd. Wanneer studenten demonstreren kunnen arbeiders niet achterblijven of andersom. Het hele jaar 1968 broeit het al, ineens lijkt het tot een ontlading te komen. Een enorme kop in De Telegraaf van 12 december: VAKBONDSLEIDERS MAKEN VUIST. VAKBONDSLEIDERS TREKKEN ÉÉN LIJN IN DE STRIJD OM VERTROUWEN VAN HUN LEDEN. De spanning stijgt op uit het artikel van verslaggever Hans de Haas: “Binnen het tijdsbestek van enkele weken heeft het vredige decor van sociale rust in Nederland plaatsgemaakt voor het ruige toneel van fel bewogen vakbondsleiders met krasse uitspraken en de keiharde dreiging van een staking in onze belangrijkste bedrijfstak, de metaalnijverheid. Wat is er aan de hand? Wat bezielt opeens de vakbeweging?” Er is een foto opgenomen van een massabijeenkomst in Utrecht. Vooraan zitten de ernstig kijkende voorzitters van de drie vakcentrales, Jan Mertens (NKV), André Kloos (NVV) en Jan van Eijbergen (CNV). Naast hun namen staat het onderschrift vermeld: “Ze ontstaken de fakkel die leek gedoofd te zijn. De bijval in Utrecht was groot en grimmig.” Achter in de zaal hangt een groot spandoek: WE ZULLEN STAKEN. ZE RAKEN.

Harry Peer

Juli 2018