U bevindt zich hier: Sleutelfiguren/Wim de Bree

Wim de Bree

Wim de Bree werd op 27 december 1922 in de stad Groningen geboren. Zijn hele leven is hij zeer actief geweest in de politiek en in de vakbeweging. Vrede, werk en arbeidsomstandigheden waren hierbij bepalend.

Oorlogsjaren

Zijn vader was machinist bij de spoorwegen en actief lid van de vakbond en de geheelonthoudersbond. Thuis aan de eettafel werd veel over politiek en maatschappij gesproken. Het is de periode van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939), het nationaal socialisme in Duitsland (1933-1945) en de Jodenvervolging.

De gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde tot een duidelijke anti-Duitse houding. Een neef van De Bree sneuvelde op de eerste dag en later werd in Rotterdam een nicht door Duitsers doodgeschoten. Vrienden kwamen in een concentratiekamp terecht.

Toen hij werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (verplicht werken voor de Duitsers) meldde Wim zich niet. Hij probeerde onder te duiken, maar dit mislukte. Na een dwangbevel werd hij samen met zijn broer overgebracht naar een Durchgangslager in Oldenburg en vervolgens doorgestuurd naar een Arbeitslager in Leer (Duitsland). In korte tijd werd hij daar omgevormd tot Schwerarbeiter en maakte hij kennis met gedeporteerde Poolse en Russische buitenlandse arbeiders. De noodzaak van internationale solidariteit werd mede hierdoor een belangrijk uitgangspunt voor zijn leven.

Met hulp van de ondergrondse wist hij Duitsland te verlaten en werd zijn nieuwe woonplaats Muntendam, waar hij nog nooit was geweest. Later dook hij onder in de stad Groningen, eerst in de Blekerstraat en later in de Padangstraat. Tijdens de spoorwegstaking van 1943 moesten ook zijn ouders onderduiken. De politieke en maatschappelijke gebeurtenissen raakten hem diep en hebben zijn verdere politieke keuzes duidelijk bepaald.

Werken en studeren

Na de oorlog, in 1946, kreeg De Bree een baan bij Aagrunol aan het Winschoterdiep, een groot bedrijf in landbouwbestrijdingsmiddelen op een bedrijfsterrein in de stad Groningen. Na enkele jaren was Agrunol Nederlands grootste producent in chemicaliën (bestrijdingsmiddelen) voor de landbouw. Wim werd lid van de in 1946 opgerichte Analistenvereniging, die excursies organiseerde en maatschappelijke belangen van analisten behartigden.

Door de oorlog had De Bree weinig kunnen studeren. Na de oorlog studeerde hij in de avonduren en deed staatsexamen HBS-B. Daarnaast volgde hij de opleiding voor analist. Uiteindelijk werd hij wetenschappelijk analist.

Omwonenden uit de Oosterpoortbuurt beschuldigen zijn werkgever Aagrunol in 1954 van het lozen van giftige stoffen en stapten naar de rechter. Ze krijgen geen gelijk, maar de protesten zouden vele decennia aanhouden.

Politieke activiteiten

Na de oorlog werd Wim de Bree lid van de CPN (Communistische Partij van Nederland) die in het verzet tijdens de oorlog duidelijk gevochten had tegen de Duitse bezetter. Maar door de kritiekloze houding van de CPN op Moskou en de onderlinge strijd binnen de partij, zegde hij begin vijftiger jaren zijn lidmaatschap op. Hij bleef echter wel lid van de Vereniging Nederland - Sovjet-Unie.

Direct na de oprichting van de PSP (Pacifistisch Socialistische Partij) in 1957 werd hij lid van deze partij. Een leuke en zeer diverse groep mensen die zich met huurzaken, medewerkerschap, werkgelegenheid en ontwapening bezighielden. Namens de PSP zat hij van 1962 tot 1970 in de gemeenteraad van Groningen.

In 1970 sloot De Bree zich aan bij de Partij van de Arbeid en werd vrijwel direct lid van het afdelingbestuur in Groningen. Zijn inzet was om alle progressieve groeperingen op één lijn brengen om een linkse politiek mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan was zijn steun, samen met Pim Fortuyn (de latere politicus) en de Groninger filosoof Lolle Nauta, voor het Tweede Volkscongres door het plaatsen van een advertentieoproep tot deelname aan het congres.

Het Volkscongres werd op 19 april 1975 in Groningen georganiseerd voor de strijd voor werk en werkgelegenheid in Groningen, dat al jaren de hoogste werkloosheid van Nederland had. Binnen de PvdA-Groningen was een heftig verschil van mening ontstaan over deelname aan een congres dat sterk door de CPN werd beïnvloed. Hoewel de ledenvergadering het standpunt van De Bree deelde, leidde het toch tot zoveel wrijving, dat deze voor het bestuur bedankte. Toen de PvdA het militaire optreden eerst op de Balkan (1991) en later in Irak (1990/1991) steunde, verliet hij de PvdA op 1 januari 1993.

Actief in vakbeweging en ondernemingsraad

In 1971 werd Wim de Bree lid van de voorloper van de Industriebond NVV, de ABC (nu FNV Bondgenoten). Hij werd secretaris van de afdeling Groningen en snel daarna secretaris van de ondernemingsraad op de lijst van de Industriebond en lid van de bedrijfsledengroep bij Aagrunol. Later werd hij lid van de districtsraad van de bond. In deze functies had hij veel contact met Jaap Wolters, vakbondsbestuurder bij Aagrunol.

Voor de ondernemingsraad bij het chemiebedrijf Aagrunol was het verbeteren van werkomstandigheden het belangrijkste onderwerp. Het werken met giftige chemicaliën zoals bijvoorbeeld kwik was niet zonder gevaar. Kwik, zink en andere chemische verbindingen werden gebruikt voor het produceren van de bestrijdingsmiddelen tegen ziektes van fruit.

Het bedrijf werd in 1971 door AKZO overgenomen. Vlak na de overname werden alle medewerkers medische gekeurd. Het bedrijfsbeleid bestond eruit dat als een werknemer een te hoog kwikgehalte in het bloed had, hij een tijdje niet op de fabriek mocht werken. De Bree controleerde als analist de urine van de werknemers en bepaalde hoeveel kwik erin zat. Met zijn chef schreef hij een rapport over kwik in de urine. Samen ontwikkelden ze een analysemethode voor dit onderzoek wat gepubliceerd werd in het Nederlands chemisch weekblad en wat internationale erkenning verkreeg.

Chemisch schandaal

De ondernemingsraad noch de individuele medewerkers kregen ooit de medische resultaten te horen van de keuringen. Relatief veel personeelsleden, van hoog tot laag - ook werknemers in de kantoorfuncties - stierven vroegtijdig. Een werknemer met acute loodvergiftigingsverschijnselen belandde in het ziekenhuis. Van de productiemedewerkers zat standaard een derde thuis. Overlijdensadvertenties vanuit het bedrijf werden niet meer gepubliceerd. Medische dossiers verdwenen meestal.

De situatie op het terrein en onduidelijkheid voor de brandweer leidde ertoe dat op een gegeven moment de Groninger brandweer weigerde het terrein te betreden. Uiteindelijk zou Aagrunol een van de grootste chemische schandalen uit de geschiedenis worden. De sanering van de sterk vervuilde grond zou uiteindelijk 90 miljoen gulden kosten. Een zeer groot bedrag in die tijd.

De ondernemingsraad wist in de laatste periode van de vestiging in Groningen de touwtjes in handen te krijgen en verbeteringen door te voeren. Een TNO-rapport over de verplaatsing van het bedrijf werd aan de orde gesteld 'als enige oplossing die uit het oogpunt van volksgezondheid acceptabel is'.

De Industriebond NVV/FNV heeft bij Aagrunol gedurende de vele reorganisaties een belangrijke rol gespeeld. De samenwerking tussen districtshoofd Ton de Hoog en Wim de Bree als secretaris van de ondernemingsraad was intens. Wim was kind aan huis op het districtskantoor.

Met bestuurder Rob Noorda en een delegatie van de ondernemingsraad trok hij door het land op zoek naar mogelijke fusie partners voor het bedrijf. In 1984 werd het bedrijf vanwege milieueisen met 90 mensen overgeplaatst naar Delfzijl. Het was het roemloos einde van de fabriek binnen de stadsgrenzen, waar eind vijftiger jaren 300 mensen werkten. De Industriebond zorgde voor een goede afvloeiingsregeling af voor het personeel dat niet meeging naar Delfzijl.

Ook aan de internationale solidariteit met vakbondsmensen elders in de wereld leverde Wim de Bree een bijdrage. Hij was lid van de Stichting ontwikkelingssamenwerking vakbeweging (SOSV) bij de afdeling Groningen. Dat was een samenwerkingsverband van NVV, NKV (nu FNV) en CNV. De werkgroep voerde onder andere actie tegen de militaire dictaturen in Chili en Uruguay.

Blijvende inzet als gepensioneerde

In de laatste jaren bij Aagrunol in Groningen was De Bree opleidingsfunctionaris en vrijgesteld voor vakbondswerk. In 1979 maakte hij gebruik van de 57½-jarige regeling. Na zijn vervroegde uittreding vertegenwoordigde hij de FNV in de jaren tachtig en negentig in de gemeentelijke commissie-WW en WWV (Wet werkloosheidsvoorziening) en RWW. (Rijksgroepsregeling werkeloze werknemers). Ook zat hij in het bestuur van de Streekschool (huidige ROC).

Hij was van 1990 tot de opheffing (in 1998) lid van het FNV-afdelingsbestuur Groningen/Haren, zat in de werkgroep 'FNV en gemeente politiek' en de 1 mei werkgroep. Aan de 1 mei bijeenkomsten denkt Wim de Bree nog steeds met weemoed terug. "De jaarlijkse 1 mei vieringen werden door de FNV-afdeling Groningen/Haren met de linkse politieke partijen georganiseerd. Daar werd opgeroepen tot lotsverbetering van de derde wereld en vrede in de hele wereld."

Met zijn vrouw Siep reisde hij veel om andere volkeren te leren kennen. Met de auto trokken ze door heel Europa en per vliegtuig maakten ze verre reizen naar China, Mongolië, Indonesië, India, de VS enz. In Leningrad maakten ze kennis met een Russische familie die zij vele malen bezochten en die ze later Nederland hebben laten zien: "De bevolking in de hele wereld heeft overal behoefte aan welvaart en vrede. De strijd voor vrede blijft voor de mensheid de belangrijkste zaak. Een sociale samenleving kan alleen door vrede en welvaart tot stand komen. Mensen zijn in principe gelijk", aldus Wim de Bree

Ed van Eijbergen
Juni 2009

Gebruikte litteratuur:

  • Interview van Tineke Noordhoff en Henk Hamming met en tekst van Wim de Bree;
  • Winschoter Courant/De Noordooster 1 december 1984;
  • Nieuwsblad van het Noorden, 28 oktober 1999.