Willem Cornelis de Graaff, geboren in 1847 te Oudshoorn, is vanaf 1872 boekhandelaar en uitgever te Haarlem. Hij geeft onder meer werk van Multatuli en Domela Nieuwenhuis uit. In 1883 gaat de boekhandel failliet en werkt de Graaff enige tijd als kantoorbediende en handelsagent te Amsterdam. Hij klimt op tot directielid van de uitgeversfirma Wilms & Co. Het belemmert hem niet deel te nemen aan het Comité voor Algemeen Stemrecht en in 1886 lid te worden van Vooruit.
In 1895 wordt hij vice-voorzitter van deze progressieve handels- en kantoorbediende vereniging. Hij is het die het initiatief neemt voor een nationaal congres, welke in november 1896 plaatsvindt te Utrecht. De Graaff pleit voor het oprichten van een landelijke vakorganisatie met een "zoo ruim mogelijk te stellen program".
In 1897 ontstaat uit dit initiatief de Nationale Bond van Handels- en Kantoorbedienden in Nederland, waarvan De Graaff secretaris wordt. De grote ijver die De Nationale aan de dag legt zijn vooral aan hem toe te schrijven. De Graaf verzorgt de administratie en de redactie van het vakblad, is actief voor het plaatsingsbureau en trekt door het land om lezingen te houden. In 1901 trekt De Graaff zich vanwege gezondheidsredenen terug uit het vakbondswerk. Een jaar later overlijdt hij.