U bevindt zich hier: Vakbondsacties/De Typografenstaking van 1923

De Typografenstaking 1923

Door revolutiedreigingen in Europa en de revolutiepoging van Troelstra in de jaren 1918 en 1920 waren de werkgevers en de rechtse politiek bereid betere arbeidsvoorwaarden af te spreken. Dit betekende concreet een wettelijke achturendag en een vrije zaterdagmiddag: een belangrijke vooruitgang voor de meeste sectoren.

Typografen

Na de Eerste Wereldoorlog verbeterde de situatie voor de grafici. De werkgelegenheid breidde zich snel uit en de werkgevers waren na 1918 meer bereid eisen in te willigen. De cao van 1920 betekende een enorme doorbraak: de wettelijke achturendag, een 45-urige werkweek en een vrije zaterdagmiddag werden ingevoerd. Dit vierde de Algemene Nederlandse Typografen Bond (ANTB) in Groningen met een groot feest. Eindelijk hadden ze eens echt gewonnen.

Eind jaren '20 volgde een economische recessie die grote consequenties zou hebben voor de bereikte resultaten. De werkgevers, die na 1918 nog toegeeflijk waren, bleken nu rancuneus te zijn. Algemeen was de tendens dat wat in 1918 tot 1920 was weggegeven, teruggehaald moest worden. Er dreigde zwaar weer voor de vakbeweging in alle sectoren!

De staking van 1923

De binders van de ANTB moesten in 1922 beslissen of zij akkoord gingen met een concept-cao waarin zij de vrije zaterdagmiddag weer moesten inleveren en terug moesten naar een 48-urige werkweek. Daarnaast zou de vakantietoeslag niet meer worden uitgekeerd en tot overmaat van ramp moest een aanzienlijke loonsverlaging van ongeveer 10 procent geslikt worden. De binders stemden mokkend voor.

De typografen stemden enige weken later niet in met hún concept-cao. Daarin werden ook een loonsverlaging en een langere werkweek in het vooruitzicht gesteld. Tot diep in de nacht werd door de ruim honderd leden verhit gediscussieerd, maar zij waren en bleven tegen het nieuwe contract. Ze konden en wilden gewoonweg niet geloven dat ze zo'n stap terug moesten doen.

In december 1922 belegde het hoofdbestuur van de ANTB een buitengewoon congres om uit de impasse te komen. Dit congres verwierp de concept-cao ook. Het hoofdbestuur was verdeeld. Er werd besloten een referendum onder de leden te houden. Landelijk stemden 3501 typografen tegen het concept, 2860 waren voor en 193 stemden blanco.

Toen op 31 december 1922 de uitslag in Groningen bekend gemaakt werd, stond de strijd voor de deur. Het hoofdbestuur, verdeeld als het was, liet de beslissing om al of niet te staken aan de afdelingen over. Op 1 januari 1923 besloten ze in Groningen met ingang van de volgende dag te gaan staken. De Nederlandse Christelijke Grafische Bond (NCGB) en de Nederlandse Rooms Katholieke Grafische Bond (NRKGB) staakten niet mee. De volgende dag bleek dat bijna ieder lid van de ANTB meestaakte. Veertig afdelingen in het land lagen plat, maar een grote afdeling als Amsterdam staakte niet mee. Toch hielden de stakers in Groningen vol.

Om uit de impasse te komen stelde Van der Elst, directeur van de Ambachtsschool te Groningen, zich op 8 januari beschikbaar als bemiddelaar. Onder zijn leiding kwamen de patroons en het bestuur van de ANTB bijeen. In deze vergadering maakte de directeur duidelijk dat de ANTB aan de verliezende hand was. 80 Procent van de typografen dreigde ontslagen te worden, een aantal patroons had al gezegd dat ze een groot deel van het personeel niet terug hoefde te zien. Als gevolg van de staking waren ze genoodzaakt in te krimpen en de ANTB'ers waren de eersten die konden gaan.

Op 9 januari bleek dat de afdeling Groningen langzaam alleen kwam te staan in de strijd. De angst om ontslagen te worden sloeg de eerste bres in de gelederen. De vrouwen van de leden lieten merken dat zij ongerust begonnen te worden; een man zonder werk was een ramp als er een gezin onderhouden moest worden. Bij een stemming bleek dat 178 leden nog voor staken waren, 57 stemden tegen, 8 blanco en 1 stem was ongeldig.

"We staan te zwak, we hebben verloren"

Op 10 januari kwam hoofdbestuurder Verreijck naar Groningen. Hij had met de patroons gesproken en zei dat als de staking nu beëindigd werd, het aantal slachtoffers nog mee zou vallen. Groningen was inmiddels de enige afdeling geworden die nog staakte. De leden luisterden met verbazing naar Verreijck. Afdelingsvoorzitter Ellens drong aan op beëindiging van de staking: "We staan te zwak, we hebben het verloren".

Er brak een groot tumult los toen er over het voorstel van Ellens om de staking te beëindigen, gestemd ging worden. Uiteindelijk waren er 138 stemmen voor beëindiging, 66 tegen, 6 blanco en 6 ongeldig. De staking was ten einde. Op maandag 12 januari gingen de meesten weer aan het werk, zeven stakers werden uitgesloten en mochten niet terugkeren in hun bedrijf.

De gevolgen

Na beëindiging van de staking bleven er toch een paar zaken wringen bij de leden. De houding van het verdeelde hoofdbestuur kon in veler ogen geen goedkeuring vinden. Voorzitter J. Ellens was geen voorstander van de staking geweest. Het gebrek aan landelijke eenheid tijdens de staking en het ontbreken van een landelijke cao bleken fnuikend te zijn. Een deel van de leden vond dat het vertrouwen in het afdelingsbestuur opgezegd moest worden.

Na 1923 was de crisis in de typografische industrie zo hevig dat er van verbeteringen in de cao geen sprake meer was. Verschillende malen werden nu loonsverlagingen in de cao's geaccepteerd, met als argument 'als er geen cao was geweest, was het misschien nog slechter geweest'. In de grafische industrie kregen de afdelingen steeds minder invloed op de cao's. Gestaakt werd er niet meer; de leden in Groningen leken murw geslagen. Bovendien zou staken banen op het spel zetten en dat was het laatste waar ze op zaten te wachten.

Peter de Wekker
april 2008

  • Gebruikte literatuur: Zwarte Kunst, 100 jaar Grafische Vakbeweging in Groningen