Pieter Feddes Hiemstra, geboren 4 augustus 1878 te Huins, is een zoon uit een Fries landarbeidersgezin. Als kind leert hij de noden van een gezin van een los arbeider in de landbouw terdege kennen. Hij wil onderwijzer worden, maar geld voor de opleiding is er niet.
Op veertienjarige leeftijd wordt hij uitbesteed aan een veehouder, die niet alleen een ontwikkeld man is, maar ook lid van de Friesche Volkspartij. Hiemstra komt door zijn werkgever tot het lezen van socialistische lectuur en wordt door hem meegenomen naar socialistische bijeenkomsten. Na enkele jaren beproeft Hiemstra zijn geluk als melkknecht in Duitsland. Wanneer hij verkering krijgt besluit hij werk te zoeken op de zuivelfabriek. Eerst werkt hij er als arbeider om in 1902 kaasmaker te worden. In hetzelfde jaar treedt hij in het huwelijk en wordt hij lid van de Bond van Zuivelfabrieksarbeiders.
In 1904 wordt hij voorzitter van deze organisatie en een jaar later bezoldigt redacteur-propagandist. Als de zuivelfabrieksarbeiders in 1909 samengaan met de landarbeiders wordt Hiemstra secretaris-propagandist van de nieuwe organisatie. Als propagandist weet hij onder de landarbeiders in het noorden van Groningen en in Zuid-Holland aanhang voor de bond te winnen. In 1912 wordt Hiemstra voorzitter van de bond. Het redacteurschap van het bondsblad Verenigt U blijft hij tot 1919 met het voorzitterschap combineren.
Naast zijn vakbondswerk is Hiemstra actief voor de SDAP. In 1912 komt hij in de gemeenteraad van Leeuwarden en enige jaren later in de Provinciale Staten. In 1917 wordt hij de eerste socialistische wethouder van Leeuwarden. Dit ambt verruilt hij twee jaar later voor die van gedeputeerde van Friesland. Als het bondsbureau in 1921 van Leeuwarden naar Utrecht wordt verplaatst, geeft hij deze functie op. Hiemstra laat zich in de politiek kennen als een realistisch man. Als J.G. Jansonius wordt beschuldigd van verraad om burgemeester te kunnen worden gaat hij veel minder ver dan zijn partijgenoten. Daar staat tegenover dat hij Troelstra verdedigt na diens "vergissing" in 1918.
Na het overlijden van Willem Helsdingen volgt Hiemstra hem op in de Tweede Kamer. Hij is in de Kamer een fel en aanhouden pleitbezorger voor de landarbeidersbelangen. Naast zijn kamerlidmaatschap neemt hij deel aan tal van (semi)overheidscommissies en -organen.
Van 1927 tot 1939 is Hiemstra lid van de Provinciale Staten van Utrecht en ook nog een aantal jaren lid van de gemeenteraad van zijn woonplaats De Bilt. In 1937 neemt hij afscheid van het kamerwerk en in 1938 treedt hij wegens pensionering af als voorzitter van de bond. Van 1937 tot 1946 zal Hiemstra lid zijn van de eerste kamer. In 1953 overlijdt Hiemstra vrij plotseling. Bij zijn crematie zal hij de "Troelstra van de Landarbeiders" worden genoemd.