Al enkele weken voeren de chauffeurs in het streekvervoer massaal actie voor een betere CAO. Wat ze vragen is een loonsverhoging van 3,5%. Een percentage waarmee het komende jaar misschien net aan de inflatie kan worden gecompenseerd. De inkomens van werknemers staan al jaren onder druk, dus het is niet vreemd dat een aantal groepen in de afgelopen maanden in beweging is gekomen om daar iets aan te doen. Het openbaar vervoer is het recente verleden geprivatiseerd. Een van de doelen van die liberalisering was juist om te kunnen bezuinigen op het personeel. Bedrijven kopen tegenwoordig een concessie van de overheid, waardoor ze met handen en voeten zijn gebonden aan de beleidskaders van de overheid. Eigenlijk alleen op het gebied van de arbeidsvoorwaarden heeft de overheid haar handen afgetrokken van het openbaar vervoer.
Personeelsleden zijn door arrogante en op eigen belang gerichte directies beroofd van hun perspectief op een vaste baan en een goede pensioenvoorziening. Het beroep is onaantrekkelijk gemaakt en de scholing is verwaarloosd. Het daardoor ontstane personeelstekort vormt een ernstige bedreiging voor de toekomst van het openbaar vervoer. Het beroep van chauffeur moet in ere worden hersteld en de directies moeten een stap terug doen.
Nu beweren de aanhangers van de vrije markt dat daar de wet van vraag en aanbod regeert. Dat zou dus betekenen dat bij een tekort aan chauffeurs de lonen vrijwel automatisch omhoog gaan. Misschien gaat die theorie op bij de handel in groente en aardappelen, maar op de arbeidsmarkt gelden blijkbaar andere regels. Als de chauffeurs hogere lonen willen dan moeten ze daar om vragen, ze vervolgens eisen en ten slotte in actie komen. Dat is wat er nu gebeurt.
De huidige actie is in meerdere opzichten een bijzondere. Het lijkt een simpele actie van werknemers tegen hun baas, maar die baas haalt een groot deel van zijn inkomsten indirect weer bij de overheid weg als gevolg van de uitgebreide subsidieregelingen voor het openbaar vervoer. Daar komt nog bij dat het beroep buschauffeur een dienstverlenend beroep is. Chauffeurs hebben te maken met mensen en niet alleen met dood materiaal zoals werknemers in een autofabriek. In die zin zijn buschauffeurs in het streekvervoer ondanks de marktwerking nog steeds een beetje vergelijkbaar met verplegenden, politieagenten en brandweerlieden. Er zijn grote groepen mensen van hun afhankelijk.
Daarom voeren de chauffeurs geen simpele staking, maar onderbreken ze deze voortdurend om mensen die naar school of hun werk moeten niet te veel te duperen. In het verleden werd stakers in het openbaar vervoer strijk en zet verweten dat ze geen rekening hielden met de belangen van andere gewone mensen, maar dat doen ze nu zeker wel.
Van stakingen in het verleden is bekend dat ze sneller werden verloren naarmate ze langer duurden. Het ging dan trouwens wel om stakingen in de 'klassieke' variant, waarbij het werk volledig werd neergelegd. De busstaking zoals die nu wordt gevoerd is van een ander kaliber omdat de lange duur heel anders wordt ingevuld. Het is geen klassieke staking, maar een aaneenschakeling van werkonderbrekingen. Of de stakers winnen hangt trouwens sowieso niet af van een staking over gebeurtenissen uit het verleden. Veel belangrijker is de strijdwil van de stakers en de sympathie van het publiek. Met die sympathie voor de stakers zit het wel goed nu er geen sprake is van een volledige staking. Of de directie ook zo veel sympathie heeft mogen we ons afvragen gezien de 812.000 euro die voormalig topman Rob Holten meekreeg bij zijn vertrek bij Connexxion.
Sjaak van der Velden, historicus Foto's OV