Ereraad
Belangrijkste uitspraken van de Ereraad van het NVV. De Ereraad is na de oorlog ingesteld om te beoordelen welke leden/kaderleden/bestuurders te lang met hun activiteiten zijn doorgegaan. Peildatum is 1 mei 1942 toen het NVV door de Duitsers verplicht opging in het NAF (Natinonaal Arbeids Front) samen met de Katholieke en Christelijke Vakcentrales. |
In 1940 wordt Nederland bezet door Nazi Duitsland. Al snel wordt de toenmalige NVV overgenomen door Duits gezinde bestuurders. Bestuurders en kaderleden kunnen doorgaan of opstappen. Het is een moeilijke afweging. Opstappen betekent dat er niets gedaan kan worden voor de leden. Doorgaan betekent een compromis met de nationaal socialisten. Joodse bestuurders worden ontslagen. Het grootste deel van de Joodse "roots" van de vakbeweging blijkt na de oorlog omgekomen te zijn in de Duitse concentratiekampen. CNV en RKWV worden opgeheven.
1 mei 1942 wordt het Nederlands Arbeids Front opgericht. Deze organisatie komt in de plaats van het NVV te staan en betekend het werkelijke einde van de zelfstandige vakbeweging tijdens de tweede wereldoorlog.
De oude discussie rondom vakbondseenheid komt weer boven bij een aantal vakbondsleiders.
Een fusie van de voormalige centrales zou voor de hand liggen. De geestelijke leiders achter het RKWV en CNV zijn tegen. Het gesprek over vakbondseenheid verstomt. Wel komt er een federatief verband in de vorm van de "Raad van Vakcentrales". Reeds in 1943 wordt de "Stichting van de Arbeid" opgezet als permanent overlegorgaan tussen werkgevers en werknemers. Deze treedt pas in werking bij de bevrijding. De vakbonden erkennen het kapitalistische systeem en de overheersende rol van de werkgevers. Veel werknemers zijn teleurgesteld in de houding van de vakbeweging tijdens en na de oorlog. Zij kiezen voor een andere beweging en organisatie, de EVB later EVC, die onder voornamelijk communistische leiding is ontstaan in het in 1944 bevrijde zuiden.
Tijdens de oorlog zijn er veel politieke leiders als gijzelaars gevangen gezet in Sint Michielsgestel. De gesprekken daar leiden tot de conclusie dat de vooroorlogse situatie van politieke tegenstellingen niet moet terugkeren. Er moet meer worden samengewerkt. Er moet een "een opbouw van organisch leven in de volksgemeenschap" plaatsvinden. Deze gedachte sluit goed aan bij de ideeën in de Raad van Vakcentrales. In de komende jaren zullen er rooms-rode regeringscoalities komen met duidelijke afspraken met de vakbeweging. Nederland moet worden opgebouwd en daarin past geen loonstrijd en klassen tegenstellingen. Er ontstaat een systeem van Geleide Loonpolitiek. De EVC is hiertegen en doet niet mee.
Nu eenmaal de ideologie van het antikapitalisme door het NVV is opgegeven wordt er na de oorlog samengewerkt voor de wederopbouw. Het zgn. tripartiete overleg vindt gestalte tussen werkgevers, werknemers en overheid. Aan de top van het overleg staat de Sociaal Economische Raad (SER), die wij nu nog kennen. Daar naast wordt het Centraal Plan Bureau en het Centraal Bureau voor Statistiek om een en ander sterker wetenschappelijk te ondersteunen opgericht. De Rooms Rode regering staat een geleide loonpolitiek voor. Op basis van de prognoses van de SER wordt minutieus uitgerekend wat de loonruimte is die vervolgens in de lagere Publiekrechtelijke Bedrijfs Organisaties verder wordt uitonderhandeld. Als de onderhandelaars er niet uitkomen komt het College van Rijksbemiddelaars in actie. Het advies van dit college is bindend. Voorlopig is er geen vrijheid van onderhandelen. Het frustreert het vakbondswerk en legt het ultieme wapen van de vakbeweging plat, de stakingsvrijheid. O.a. door de opkomende koude oorlog verminderd de invloed van de EVC.