U bevindt zich hier: Vakbonden/Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders (NVvFA)

Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders (NVvFA)

Het ontstaan en de ontwikkeling van de Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders (NVvFA) is nauw verbonden met de geschiedenis van de Groninger landbouwindustrie, in het bijzonder de strokarton- en aardappelmeelindustrie. Opgericht te Veendam zal de vereniging in haar eerste jaren vooral zijn werkterrein in Groningen vinden. Ondanks de late start en het moeizame begin, zal de organisatie uitgroeien tot een van de grotere bonden in het NVV.

Aardappelmeel en strokarton

In het midden van de negentiende eeuw neemt de industrialisatie van Oost-Groningen een aanvang. Er is vooral sprake van een industrie die sterk verbonden is aan de landbouw. Muntendam heeft de eer in 1840 de eerste aardappelmeelfabriek te zien verrijzen. Een jaar later start Scholten een fabriek in Foxhol. Door gebrek aan kapitaal kan hij zijn voornemen om een stoommachine te installeren niet uitvoeren en wordt het een rosmolen. In 1850 worden de paarden vervangen door een stoommachine. Het produceren van aardappelmeel blijkt een winstgevende aangelegenheid. Er worden meer aardappelmeelbedrijven gevestigd en Veendam wordt het centrum van deze tak van industrie. In 1898 staan er in Veendam en in de buurgemeente Wildervank gezamenlijk twaalf fabrieken voor aardappelmeel en aardappelmeelderivaten. De eerste coöperatieve aardappelmeelfabriek komt nog voor 1900 in productie. Het totaal aantal bedrijven, verspreidt over Groningen en Drenthe, neemt daarna nog sterk toe. Ook de strokartonindustrie heeft zich inmiddels ontwikkeld. In Duitsland is de massaproductie op gang gekomen en Engeland kent al langer een sterke industrialisatie. In beide landen bestaat een sterke behoefte aan nieuw verpakkingsmateriaal. Karton voorziet daarin. Het is geschikt om zeer uiteenlopende producten te verpakken. Het eerste bedrijf in de provincie Groningen - Hooites en Beukema - verreist in 1869 in Hoogezand. In Oost-Friesland (Duitsland) zijn al een zevental strokartonfabriekjes in bedrijf, die voornamelijk stro uit het Oldambt verwerken. Het is een nieuwe bron van inkomsten voor de boeren. Tot dan toe werd het stro verbrand. De omvang van de strokartonindustrie zal tot omstreeks 1900 nog met twaalf fabrieken toenemen. Oude Pekela bezit, door de ligging aan het water, gunstige vestigingsvoorwaarden en wordt met acht fabrieken het centrum van de strokartonindustrie.

Aardappelen en graanstro, komen uit de streek en kunnen aangevoerd worden over water. Water dat ook nodig is voor het productieproces. Turf zorgt voor de nodige energie en komt al evenzeer uit de omgeving. De eerst gevestigde fabrieken zijn particuliere ondernemingen. De latere bedrijven zijn veelal productiecoöperaties die eigendom zijn van de boeren. Het onderling belang van landbouw en industrie raakt daardoor nog verder verweven.

'Helpt U Zelven'

Het werk in de fabrieken is onveilig. Regelmatig lopen werknemers verminkingen op door het springen van een drijfriem, door ontsnappende stoom of het ontploffen van een ketel. Door gebrek aan ventilatie is er in de fabrieken een bedompte atmosfeer. Vanwege brandgevaar wordt verlichting zoveel mogelijk vermeden. De dampige en duistere ruimten verhogen de kans op ongelukken. In 1885 stort de strokartonfabriek De Aastroom te Oude Pekela na een explosie gedeeltelijk in. Alle werknemers, gewond of niet gewond, worden onmiddellijk ontslagen. De arbeidsomstandigheden bij de strokartonfabriek van W.A. Scholten in Sappemeer zijn mogelijk de slechtste in de bedrijfstak. Door een ongeluk is het dak van de hakselzolder kapot gegaan. Reparatie blijft uit en het werk gaat gewoon door in de ijzige winterse kou. Door slecht onderhoud van de fabriek komen ongelukken regelmatig voor. Stofvezels verwoesten de longen en geregeld sneuvelen armen, handen en vingers in de hakselmachines. Werklieden die een hand verliezen kunnen aan het werk blijven, maar wel tegen het halve loon. In 1887 komt aan het licht dat, in strijd met de de Kinderwet van 1874, nog volop kinderen bij Scholten aan het werk zijn. 'Je moet weleens van de nood een deugd maken', is de laconieke reactie van de bedrijfsleider.

Lang, misschien wel te lang, worden deze abominabele arbeidsomstandigheden door de werknemers gedoogd. De eerste werkliedenvereniging (1880) in Pekela 'Helpt U Zelven' richt zich niet tegen de patroons, maar is een onderling ziekenfonds. De bazen zien er geen gevaar in. Bij de strokartonfabrieken Albion en Union worden de werknemers zelfs verplicht om lid van het ziekenfonds te worden. Georganiseerd verzet ontstaat in 1886 met de oprichting van een afdeling van de Sociaal Democratische Bond (SDB) in Hoogezand-Sappemeer. Onder invloed van Domela Nieuwenhuis schiet het socialisme wortel in de Veenkoloniën. In 'Recht voor Allen', de krant die door de SDB wordt uitgeven, worden de werknemers opgeroepen zich te organiseren en verbetering te brengen in hun omstandigheden. De propaganda mist zijn uitwerking niet. De afdeling telt in 1889 200 leden en daarnaast bestaan er de jongerenvereniging 'Jongelings Eendracht' en de vrouwenvereniging 'Eensgezindheid'. De SDB heeft de overtuiging dat lotsverbetering uitsluitend tot stand kan komen door revolutie; een totale maatschappelijke omwenteling. Toch steunt de bond de strijd voor verbetering van de arbeidsomstandigheden in de fabrieken. De SDB is in 1888 en 1889 betrokken bij tal van acties en stakingen.

Staking bij Scholten

De zondagsnachtdienst is uiteindelijk de druppel die de al overvolle emmer doet overlopen. Een verzoekschrift opgesteld in het najaar van 1888, door Poppe Corzaan en ondertekend door 65 werklieden, om de zondagsnachtdienst af te schaffen, wordt door Scholten botweg afgewezen. Corzaan krijgt ontslag en de andere werklieden laten zich intimideren. Het blijft erg onrustig in de fabriek. Als een halfjaar later een werkman op onheuse gronden wordt ontslagen, verklaren een aantal werklieden zich solidair en leggen het werk neer. De staking die uitbreekt op 19 maart duurt zo=n vier weken. De inzet van de staking is: ongedaan maken van het ontslag, loonsverhoging van 2 cent per uur en afschaffing van de zondagsnachtdienst. Door de harde opstelling van Scholten, hij doet vanaf de eerste dag van de staking het bedrijf op slot en weigert elke bemiddeling en door gebrek aan geld gaat de staking verloren. Van de 42 stakers worden er 9 niet meer terug in dienst genomen. Het is voor de stakers een schrale troost dat de zondagsnachtdienst wordt afgeschaft en enige weken later Scholten een loonsverhoging van 1 cent per uur toestaat.

'Vereeniging van Stroocartonarbeiders'

De SDB stimuleerden het oprichten van vakbonden. Tjerk Luitjens, een activist van het SDB in Hoogezand-Sappemeer, die meer en meer de anarchistische richting opgaat, pleit na 1890 voor het afschaffen van het grondbezit. Het privaatbezit is de bron voor alle ongelijkheid. Gemeenschappelijk grondbezit moet bereikt worden door een opstand van de arbeiders, verenigt in vakbonden. 'De geheele arbeidersmassa moet zijn een vaste sterke muur, waarvan de steenen arbeiders zijn en de specie de solidariteit', is het credo van Luitjens. Deze gedachte sluit aan bij het door de SDB genomen besluit tot oprichting (1892) van het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS). Doelstelling van het NAS is de verwezelijking van het socialisme niet door politiek, maar door spontaan ontstane werkstakingen. Luitjens richt in 1892 in Hoogzand-Sappemeer de Vereeniging van Stroocartonarbeiders op. De leden vinden we voornamenlijk bij de strokartonfabriek van W.A.Scholten. De vereniging voert regelmatig actie tegen loonsverlagingen waarbij demonstraties en stakingen succesvol verlopen.

Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders

Voor het NVV zijn de fabrieksarbeiders een belangrijke nog te organiseren groep. De voornamelijk ongeschoolde fabrieksarbeiders laten zich echter moeilijk organiseren. Ze hebben geen specifiek vak, maar verrichten uiteenlopende werkzaamheden in allerlei verschillende branches. Ze vormen daardoor allerminst een homogene groep werklieden, die op basis van hun vak aanspreekbaar zijn. Bovendien brengt het lidmaatschap van de bond het risico mee ontslagen te worden. Door het ongeschoolde karakter van het werk zijn de werknemers makkelijk te vervangen. Werklozen genoeg die hun plek kunnen en willen innemen.Roel Stenhuis, een 22-jarige strokartonarbeider uit Zuidbroek, krijgt in 1907 van het NVV de opdracht om de werklieden in de strokarton- en aardappelmeelindustrie te organiseren. In enkele plaatsen richt hij verenigingen van fabrieksarbeiders op. Op 4 augustus 1907 komt in hotel Java te Veendam een aantal fabrieksarbeiders bijeen onder leiding van Stenhuis en richten de Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders (NVvFA) op. Op de bijeen-komst zijn afgevaardigden aanwezig van reeds bestaande verenigingen uit Nieuwenschans, Oude Pekela, Veendam en de Zaanstreek. Bij oprichting telt de bond 131 leden uit voornoemde plaatsen en uit Winschoten en Wildervank. De Vereeniging van Stroocartonarbeiders uit Hoogezand-Sappemeer is als waarnemer aanwezig. Zij wilden zich nog eens beraden op aansluiting. Het zal bij beraden blijven, want reeds op 22 september richt de NVvFA - waarschijnlijk bij café Stibbe aan de Middenstraat - in Hoogezand-Sappemeer een eigen afdeling op. Simon Streuper is de initiatiefnemer. Streuper is de eerste voorzitter van de NVvFA. De afdeling Hoogzand-Sappemeer heeft in aanvang 28 leden. In 1908 wordt de zetel van de bond verplaatst van Veendam naar Hoogezand-Sappemeer.

Syndicaal of modern?

In het noorden, meer nog dan elders, is de vraag; welke tactiek gevolgd moet worden een strijdvraag tussen de organisaties. In Hoogezand-Sappemeer kan de tegenstelling tussen de Vereeniging van Stroocartonarbeiders en de NVvFA daar model voor staan. In de beginjaren van de NVvFA wordt de strijd tegen het kapitalisme overschaduwd door de strijd tegen het anarchisme. Simon Streuper omschrijft de leden van de Stroocartonarbeidersvereniging als: 'krankzinnig, onbeschoft en dom, die maar wat schreeuwden en trachten de boel in de war te schoppen.' Het NVV stuurt propagandisten als Roosje Vos en Jan Oudegeest om te spreken over de 'moderne' vakbeweging en de foute tactiek van de 'directe actie jongens'. Geen gelegenheid laten de beide organisaties onbenut om een confrontatie aan te gaan. Het gaat er niet bepaald zachtzinnig aan toe. We citeren het verslag van een bestuursvergadering van de NVvFA uit 1909:

'Zooals bekend is, meende de hier bestaande cartonbewerkersvereeniging apart te moeten blijven staan en zich te moeten speenen van elke samenwerking met de andere organisaties in die zin, dat zij wel bereid zou zijn een landelijken cartonbewerkersbond te stichten, maar dan een op een koopje. De groote macht van het kapitalisme meende zij het te kunnen overwinnen met een klein groepje en een lage contributie. Er is door ons al het mogelijke gedaan om op vriendschappelijke wijze deze vereeniging tot ons te brengen. Het bleek dat van eenige vriendschappelijke houding echter geen sprake was. Een hoop van de laagste en smeerigste verdachtmakingen, wat scheldwoorden als: doodvreter, lamstraal, wolf enz. was het enige wat wij te horen kregen. Wat een stom gebalk van eenige ezels die tegen onze argumenten niets in weten te brengen. Wat dwaze dweperij en krankzinnige betweterij zonder eenige redeneering was het wat de heeren wisten af te stooten. Onze mannen zullen krachtig strijden tegen de anarchisten enerzijds en een stuk of wat schreeuwers anderzijds. Wel strijden we liever tegen de macht van het kapitalisme, doch in Hoogezand-Sappemeer moeten we alvorens dat te kunnen, een krachtige aanval doen op vele domheden, dwaasheden en bovenal leugens en verdachtmakingen welke hier zo kwistig worden verspreid.'

Staking in de aardappelmeelindustrie

In het begin van de jaren twintig in de vorige eeuw is er sprake van een economische malaise. Deze malaise treft ook de landbouwindustrie. Door Poolse concurrentie en een sterk gedaalde afzet in Engeland staat de prijs van aardappelmeel onder druk. In 1921 wordt het loon verlaagt van f 26, - naar f 21, - per week. Er is enig verzet met een staking, maar die wordt al snel opgeheven. In 1923 stellen de werkgevers de werknemers voor de keus: 25 tot 30% loonsverlaging of de omzetting van de drie-ploegendienst naar een twee-ploegendienst met verlenging van de arbeidsdag van acht tot twaalf uur. De onderhandelingen mislukken en op 25 april wordt bij de Twee Provinciën te Stadskanaal gestaakt. Op 1 mei gaan nog eens zeven fabrieken in staking. Het aantal stakers bedraagt dan 300. De staking zal tot 19 oktober duren. De strijd is verbeten. Bij de Twee Provinciën worden de gezinnen die in een bedrijfswoning wonen hun huis uitgezet. Stakers bij de Toekomst in Nieuwe Compagnie worden door de marechaussee mishandeld. Op ruime schaal worden onderkruipers in dienst genomen. Als na 25 weken de staking wordt opgeheven zijn er geen afspraken met de werkgevers. Desondanks is de invoering van de twee-ploegendienst voorkomen en wordt het loon met een cent per uur verhoogd in plaats van loonsverlaging.

Crisis

De wereldwijde economische crisis die in 1929 zo beeldend wordt ingeluid met de beurskrach van New York treft ook de afzetmarkt voor strokarton. Negentig procent van de Groningse karton wordt afgezet in Engeland. Als daar als gevolg van de economische crisis de productie keldert kan een belangrijk deel van het geproduceerde karton niet meer worden verkocht. Productiebeperking en loonsverlaging is het gevolg. In 1931 zeggen de werkgevers het collectief contract op. Zij wensen het loon met 20% te verminderen. Er valt niet over te onderhandelen.

Op 30 juni 1931 wordt bij elf strokartonfabrieken het werk stilgelegd. De stakingsoproep wordt bij alle bedrijven zonder enige aarzeling opgevolgd. De eisen van de bond zijn: behoud van loon, herstel van het collectief contract en een betere vakantieregeling. Van de 1506 stakers zijn er 1326 lid van de NVvFA. De staking verloopt uiterst gedisciplineerd en zonder enige geweld. Nadat de staking tien maanden heeft geduurd slaagt een bemiddelingspoging van SDAP gedeputeerde A. van Geuns en de voorzitter van de Kamer van Koophandel Mr. J. Wilkens en kan de staking worden beëindigd. De loonsverlaging wordt tot 5% beperkt.

ABC

Na beëindiging van de Tweede Wereldoorlog wordt de NVvFA heropgericht. De organisatie wordt ingedeeld in bedrijfsgroepen. De bedrijfsgroep Papier-, Karton- en Strokartonindustrie kent een zekere autonomie en de leden werkzaam in de strokartonindustrie kunnen daardoor binnen de bond een eigen geluid laten horen. Als het NVV de >bedrijfstakgewijze organisatie= invoert, waarmee het onderscheidt tussen beambten- en handarbeidersbonden wordt opgeheven, wordt de NVvFA een bedrijfsbond en wijzigt de naam op 1 januari 1950 in: Algemene Bedrijfsgroepen Centrale (ABC).

In de naoorlogse opbouw is in Oost-Groningen de invloed van de Eenheidsvakcentrale (EVC) groot. De EVC-afdeling Hoogezand bijvoorbeeld heeft 600 leden. In de koude-oorlogsjaren krimpt de aanhang van de EVC, maar in de strokartonindustrie zal haar invloed nog lange tijd voortduren. De jaren vijftig zijn ook in de arbeidsverhoudingen "vredesjaren". Het NVV steunt de geleide loonpolitiek. De ABC stelt matige looneisen en besteed vooral aandacht aan de secundaire arbeidsvoorwaarden en aan betere arbeidsomstandigheden. Aanvulling van het wettelijk ziekengeld en pensioen zijn onder meer de resultaten.

In de jaren zestig wordt de geleide loonpolitiek losgelaten en gaan de looneisen omhoog. De strijdbaarheid van de werknemers in de strokartonindustrie is groot. De spanningen in de bedrijfstak lopen op. De bom barst het eerst in 1965 met een staking bij De Brittania. Aanleiding is de aarzeling van de werkgevers om een loonsverhoging van 13 per uur en 5% ineens toe te staan. Bij de andere fabrieken volgen de werknemers het voorbeeld van de Brittania. Meer dan 2.500 werknemers zijn in staking, maar de ABC weigert deze wilde staking te steunen. Het prestige van de bond wordt danig aangetast, maar ze weet deze enigszins te herstellen met de toezegging dat de staking zal worden gesteund als de werkgevers het been stijf houden. De staking wordt beëindigd en in de onderhandeling die daarna plaats vindt tussen bond en werkgevers wordt vrijwel de gehele looneis ingewilligd.

Sluiting

De vraag naar strokarton daalt. Het gevolg is dat tussen 1966 en 1968 De Albion, De Reiderland en De Toekomst worden gesloten. Het verzet van de werknemers wordt vrijwel een permanent verzet tegen bedrijfssluitingen. Problemen rond het afsluiten van een nieuwe cao maken het klimaat nog ongunstiger. De ABC dreigt de greep op de situatie te verliezen. Een actiecomité onder leiding van de CPN'er Fre Meis geeft de toon aan. Looneisen gesteld bij de Union zijn aanleiding voor een staking die zich uitbreidt over negen bedrijven. De ABC staat buitenspel en het actiecomité bepaalt de gang van zaken. De kartonindustrie in de Groninger Veenkoloniën wordt door deze staking een begrip in Nederland. Het actiecomité voert de strijd zowel tegen de werkgevers als tegen de ABC. Echter met steun van de R.K. Fabrieksarbeidersbond 'St. Willibrordus' wordt door de ABC in de onderhandelingen met de werkgevers tenslotte een resultaat geboekt die door de stakers wordt geaccepteerd. Er komt een uitkering van f 200, - ineens en een loonsverhoging van f 20,- per week. Daarna wordt in 1970 - honderd jaar na vestiging van de eerste strokartonfabriek in een nieuwe cao de arbeidsverhoudingen definitief geregeld. De geschiedenis van de ABC is daarna nog maar van korte duur. Op 1 januari 1972 fuseert ze met de textielarbeiders en de metaalbewerkers tot Industriebond NVV.

Literatuur
  • M.J.E. Blauw, Goed op koers. 125 jaar economische ontwikkeling in de Veenkoloniën en Oostelijk Groningen (Veendam 1987)
  • Max Dendermonde, Hoe wij het rooiden. De veenkoloniale aardappelboer en zijn industrie (Veendam 1979)
  • Tjarko van Dijk e.a., Uut stro zet. Honderd jaar strokarton in de Groninger Veenkoloniën (Veendam 1985)
  • Jacques Giele, Arbeidersleven in Nederland 1850 - 1914 (Nijmegen 1979)
  • Piet Hoekman, Stenhuis, Roelof in: Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland Deel 1 (Amsterdam 1986)
  • K. de Jonge (red.), Herinneringsnummer De Fabrieksarbeider (Amsterdam 1932)
  • K. de Jonge, L. Ebeling en V. v.d. Berg, Vijftig jaren. NvvFA $ ABC (Amsterdam 1957)
  • Martien Stege, Welvaart kwam waar armoe was (Amsterdam 1995)
  • Wim Wennekes, De aartsvaders. Grondleggers van het Nederlandse bedrijfsleven (Amsterdam 1993)

© Dik Nas / Vakbondshistorische Vereniging
9 november 2000