‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het’, schreef Johan Huizinga in 1935. Zo somber als de goedburgerlijke historicus waren niet al zijn vakgenoten. Maar ook zij konden zich niet onttrekken aan de ‘eeuw van uitersten’, zoals de twintigste eeuw wel is genoemd. Totalitaire stromingen als fascisme, nationaal-socialisme en communisme lieten historici geen rust en dwongen hen de verstilde archieven en rustige studeerkamers te verlaten. Of anders was er wel de historie van Nederland die hen opeiste omdat de emancipatie van de vrouw, de katholiek, de arbeider of de babyboomer nog niet voltooid was. Wim Berkelaar en Jos Palm bogen zich in het VPRO radioprogramma OVT over leven en werk van een tiental historici, die zich onderscheidden door hun engagement. Met een keur aan toonaangevende hedendaagse historici spraken zij over de groten van vroeger als Johan Huizinga, Pieter Geyl, Jan Romein en Jacques Presser. Maar ook min of meer vergeten historici komen aan bod zoals cultuurcriticus P.J. Bouman, schrijver van zorgelijk gestemde bestsellers in de jaren vijftig, en de marxist Ger Harmsen.
Bundel met persoonlijke ervaringen van drie Calve-werknemers die de gehele tweede helft van de twintigste eeuw omvatten met interessante reflecties op de veranderende werkgemeenschap Calve, op hun leidinggeven en een veranderende samenleving Het zijn niet zomaar drie werknemers, het gaat om persoonlijkheden, actief in de ondernemingsraad en toen het nodig was, actief in de voorste linies van het stakingsfront. Zie ook: Dolf van Daalen en Aad Verhoeff: Calve, unieke geschiedenis van een uniek bedrijf www.aad-verhoeff.nl
Sociale zekerheid gaat vooral om het afdekken van de risico’s wegens ziekte of lichamelijk gebrek. In dit boek wordt door de bril van de voorziening van het ziekterisico naar de geschiedenis van de verzorgingsstaat gekeken. De auteurs gaan in op vragen als: wat is de samenhang tussen behoefte aan verzekering, debat, wetgeving en het effect van verzekering van risico’s? Hoe wordt de structuur van zorg beïnvloed door de keuze voor private of publieke regeling van deze verzekeringen? Hoe krijgt de uitvoering van verzekering van zorg en sociale verzekering vorm in samenhang met visies op staat en maatschappelijk middenveld? De wettelijke regelingen voor dekking van het ziekterisico blijken de basis van het Nederlandse socialezekerheidsbestel. Ideologie, politieke keuzes, belangenbehartiging, machtsverhoudingen en schijnbaar toeval zijn bepalend voor de manier waarop de markt van zorg en zekerheid wordt ingericht en functioneert: een lange geschiedenis met taaie structuren en verrassende wendingen.
Raakt staken uit de mode? Het veel besproken ‘uitsterven van stakingen’ in de jaren 1950 werd snel gevolgd door de ‘her(op)leving van de klassenstrijd’ in de late jaren 1960 en de jaren 1970. De periode daarna wordt gekarakteriseerd als een van ‘arbeidersprotest’. Opnieuw wordt de ondergang van stakingen voorspeld, althans in die landen waar het kapitalisme oorspronkelijk is ontstaan. Werkpatronen zijn continu aan verandering onderhevig. Stakingsactiviteit weerspiegelt dit. De afname van fabrieksarbeid in de geïndustrialiseerde economieën is in dit verband van groot belang. De verplaatsing van arbeid naar andere landen in de wereld kan leiden tot relocatie van stakingen. Tegelijkertijd zien we een groei in conflicten in de dienstensector. Dat geldt in het bijzonder voor de publieke sector, waaronder zorg, welzijn en onderwijs. Dit gaat gepaard met feminisering van stakingen, gezien de oververtegenwoordiging van vrouwelijke werknemers in deze sector. Deze unieke studie is gebaseerd op de ervaring in vijftien landen – Zuid-Afrika, Argentinië, Canada, Mexico, de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland, België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Zweden en Groot-Brittannië. Met de beschrijving van lage en hoge stakingsactiviteit in de periode 1968-2005, bewijst deze studie dat de staking zich steeds laat kenschetsen door duurzaamheid, aanpassing en noodzaak.
Jacques van Gerwen