U bevindt zich hier: Vakbondsacties/Landarbeidersstaking van 1929 in het Oldambt

De landarbeidersstaking van 1929 in het Oldambt

Op 1 mei brengt een groep jonge mannen de meiboom naar het dorp om er rond te dansen en de jonge meiden te ontmoeten. Op 1 mei 1798 kwam de eerste grondwet tot stand onder de Bataafse Republiek met vrijheid van godsdienst, vergadering, drukpers en het kiesrecht was beter geregeld dan in de grondwet van 1848. In Noord Amerika was 1 mei "Moving Day", bestaande contracten werden vernietigd en nieuwe aangegaan. Op 1 mei 1890 vonden in Europa de eerste 1 meivieringen plaats met als thema 8 uur werken, 8 uur slaap en 8 uur vrij. Het stamt uit het verleden om op deze datum de contracten op het platteland aan te gaan, te vernieuwen of te verbreken. Duidelijk is het aan seizoenen gebonden, de boer heeft meer volk nodig om te ploegen, te zaaien en te kunnen oogsten. 1 mei wordt niet voor niets op die datum gevierd.

Het grootste landarbeiders conflict van Nederland

Vijfenhalve maand zou dit conflict gaan duren en diepe scheuren in de Groningse samenleving achterlaten. Eind jaren twintig waren de lonen in m.n. Oost Groningen tot de laagsten gezakt in Nederland. Vooraf waren de verhoudingen tussen de boeren en de arbeiders al behoorlijk verscherpt door de staking in 1919. De staking die nu, 1 mei 1929 te Oost Groningen waar de lonen het laagst waren, werd ingezet olv. Hilgenga ging om 10 % loonsverhoging. De leden van de Nederlandse Landarbeiders Bond hadden haast unaniem voor actie gestemd. De boeren en hun organisatie gingen hier bikkelhard tegen in met uitsluiting, onderkruipers en nieuwe machines om duidelijk te maken wie de baas was. Geen middel werd geschuwd. De onderkruipers werd veel meer geld geboden dan de stakende arbeiders vroegen. Vooral christelijke arbeiders uit andere delen van het land dachten dat zij god dienden door naar Oost Groningen te komen. De angst voor het bolsjewisme zat er diep in. Door de scherpe klassenverschillen kon de CPN in die jaren daar groeien, zij maakte veel traditionele anarchistische arbeiders lid. In augustus kwamen overal landbouw machines vandaan! De verhoudingen lagen zo scherp dat een groentenventer die er niets mee te maken had per abuis door de marechaussee werd doodgeschoten. Stakers gingen met onderkruipers op de vuist. Dit alles leidde tot een kleine staat van beleg. Arbeiders konden onderkruipers niet meer tegenhouden. De gemeenteraden van Beerta, Bellingwolde en Meeden weigerden het voorgedragen samenscholingsverbod van de burgemeester te bekrachtigen. Dezen lieten hun besluit door de kroon bevestigen. Een aantal boeren ging de uit de hand gelopen situatie te ver en willigden de eisen van de stakers in, waar onder de stad Groningen als eigenaar van boerderijen in de polder. Veel stakers werden door de bond aangewezen om bij deze boeren te gaan werken. De bond eiste van deze boeren een organisatie waar mee zij een cao kon afsluiten. Inmiddels was de helft van de oogst binnengehaald door de onderkruipers en de inzet van machines. De bodem van de stakingskas was bereikt. 35-40 % van de stakers was niet georganiseerd maar kregen 1/3 van de betaalde uitkeringen. Het werd duidelijk dat een overwinning er niet meer inzat. Het bestuur van de NLB was genoodzaakt om op een bemiddelingsvoorstel in te gaan. 83 % van de leden was tegen het voorstel maar het geld was op. Het was een dramatische beslissing. Groot was de onenigheid, woede en frustratie na afloop. Vooral de communistische oppositie in de NLB liet van zich horen. Ook de oude syndicalisten die soms zitting hadden in de stakingsleiding en dapper hadden meegestreden waren hevig teleurgesteld. De zwarte piet lag bij de NLB die geen kant meer op kon behalve de "Groninger Overeenkomst" afsluiten.

Na afloop van de staking

De situatie veranderde binnen een jaar, in 1930 gingen de lonen met 10 % omhoog zoals afgesproken was in de zgn. "Groninger Overeenkomst", een soort poldermodelovereenkomst die de grootste escalaties voorkwam. Inmiddels was er een economische crisis uitgebroken en daalden de graanprijzen zo sterk dat tientallen boeren failliet gingen. De ergste nood werd geledigd door een stelsel van subsidies voor de boeren. De rust keerde weer, maar de tegenstelling tussen boeren en werknemers in dit deel van het land werkt tot de huidige dag nog door. Tussen 1913 en 1931 kunnen we in Oost Groningen 13 geregistreerde stakingen van de NLB tellen die alleen voor de landbouw gelden! Als we de conflicten in het veen en de strokarton meetellen wordt het 23. Indien we de niet geregistreerde conflicten meetellen wordt het getal nog beduidend groter. Maar herenboeren bestaan niet meer en het werk is veranderd in een eenzaam bestaan op de tractor, voor de boer wel te verstaan.

Gebruikte literatuur:

  • Voor de bevrijding van de Arbeid; Ger Harmsen en Bob Reinalda SUN 1975
  • 40 jaar Nederlandse Landarbeiders Bond 13 mei 1940
  • Boeren en landarbeiders in het Oldambt, Otto Knottnerus. internet

Jan Rootlieb
14 maart 2006